woensdag 16 mei 2012

Kat in het bakkie



Het was weer zo ver. Oneindig veel pennen, van alles uit mijn nek lullen, onnodig veel informatie spuien en lekker veel uit mijn duim zuigen. Niks werkt beter.
Na een half uurtje legde ik mijn pen neer , zeer tevreden met aardig veel zelfvertrouwen.
Dit keer hoefde ik het niet te  controleren of ik geen rondjes had overgeslagen of per ongeluk bolletje A zwart had gekleurd in plaats van  bolletje B, wat ik zo nu en dan wel doe.
Voor me lag een volgeklad blaadje. In elk rechterbovenhoekje had ik keurig netjes vermeld dat Nederlands niet mijn eerste taal is, alleen omdat het kon, ook al wist ik dat dat niet nodig was.

Ik kneep mijn ogen tot spleetjes en staarde naar de klok in de verte. Ik had een donkerbruin vermoeden dat ik de zaal nog niet mocht verlaten.
De eerste regel die op het eerste tentamenblad vermeld stond luidde als volgt: 'Je mag de zaal vanaf 11:45 verlaten. ' Dit betekende dat ik nog 15 kostbare minuten van mijn leven in die zaal moest doorbrengen.
Ik liet mezelf achterover zakken op mijn stoel. Ik keek verveeld om me heen maar kreeg daar al snel genoeg van. Toen sloeg ik mijn ogen neer en staarde ik naar het lege blaadje dat voor me lag. Ik pakte mijn pen weer op. Ik wist wat me te doen stond.

Vanmorgen, overviel de paniek me , terwijl ik hem niks misdaan had, maar keurig netjes op mijn bed lag te slapen. Ik greep, uit reflex, naar mijn telefoon en staarde naar de tijd. Ik had me niet verslapen, mijn tentamen niet gemist, alles was in orde. Ik haalde rustig adem.

Ik  baalde. Ik was weer een uur te vroeg wakker, maar hiermee moest ik het doen. Ik voelde me vermoeid maar sprong op uit mijn bed. Ik nam een 'lange' douche en werkte twee taaie boterhammen naar binnen,n am nog wat dingen door voor mijn tentamen en ging zoals gewoonlijk op facebook. Ik luisterde hetzelfde liedje 100 maal en toen ik me er toe kon zetten mijn kamer te verlaten danste ik naar de bushalte, op de muziek die uit mijn telefoon de lucht in rees.

Ik deed meer stapjes opzij dan vooruit, geen haast, geen stress, op mijn gezicht lag een eeuwige glimlach, soms sloot ik mijn ogen, genietend van de warmte van de zon.
Bij de bushalte aangekomen, moest ik 7 hele minuten wachten. Net goed, dacht ik.

Zo asociaal als ik ben staat mijn muziek altijd op luidsprekerstand. Mensen in de Mediamarkt bleken dit niet te waarderen. Aan mensen in de Jumbo had ik schijt maar de mensen in de bus.. Ik kon het ze niet aandoen. Ik weet hoe ik me irriteer als ik mee kan luisteren met de ver-schrik-ke-lij-ke muziek van mijn buurman.

Ik stapte in de bus en stapte bij de volgende halte weer uit. Het was mijn keuze en ik was er aardig zeker van. Dankzij deze keuze vermaakte ik me prima in de bus, met geen enkele behoefte aan het luisteren van muziek.
 Ik was in goed gezelschap, dat soort gezelschap waarvoor je wel even uit de bus stapt bij de eerste de beste volgende halte.
Ik leunde tegen hem aan en luisterde naar het het gesprek dat hij voerde met een medestudent.  Soms bemoeide ik me ermee en op andere momenten luisterde ik gewoon.
De jongen die naast hem stond kwam me vaag bekend voor. 'Scherpe tong', zei de jongen. 'Zo anders dan de Nederlandse meisjes.'
'Dat is karakter.', zei hij, en daarmee snoerde hij de jongen de mond. 


Ik beschouwde het als een compliment, nam het met beide handen aan. Ik goot het heel langzaam over mij heen. Ik nam een verfrissende bad, ademde het haast in.


We reden langs de ene bushalte na de andere. Het universiteitsgebouw naderde. Ik toverde  wat blaadjes, die ik nog even door moest lezen, tevoorschijn en probeerde me erop te concentreren.
Helaas.De volgende halte, dat was mijn halte, tot daar en niet verder.
Een hele grote meute mensen begon zich richting de deur van de bus te bewegen. Ik schuifelde mee en keek niet achterom. Ik ging ervan uit dat hij me volgde.
Toen ik uitstapte begon ik een gesprek met een meisje die ik al een tijdje ken, maar waarmee ik nooit bevriend ben geworden.
Het voelde anders, zijn aanwezigheid was weg. Ik keek achterom.
Ik keek links en ik keek rechts en staarde naar de overkant van de straat. Niks.
Ik zag hem niet. Hij was verdwenen, als sneeuw voor de zon, en daar stond ik dan, helemaal alleen, met het meisje waarmee ik nooit bevriend ben geworden.
'Neee, hoe kan dit? Neeee!! Waar is hij?', schreeuwde ik, op dramatische toon. 

Ik voelde me als zo'n karakter uit zo'n dramatisch film, die zich in een stressituatie bevindt, samen probeert te blijven met die significante andere persoon maar in chaotische omstandigheden  wordt weggerukt en zich dan totaal eenzaam en verloren voelt.

Maar ik was niet eenzaam. Ik was met dat meisje waarmee ik nooit bevriend ben geworden.
Het duurde even. Ik liet het bezinken. Toen accepteerde ik met pijn en moeite wat me zojuist was overkomen. Zij kon er om lachen. Ik vervolgde mijn simpele, maar gezellige, gesprek, totdat ik richting mijn tentamenzaal verdween en zij richting haar gastcollege.




Ik koesterde mijn herinneringen, aan de tijd in de bus, en stortte me met een glimlach op mijn gezicht op mijn tentamen.






Geen opmerkingen:

Een reactie posten