maandag 5 augustus 2013

Laat een kind, al is het maar even, gewoon een kind zijn.

Hij is pas 7 maanden hier uit Afghanistan en spreekt nauwelijks Nederlands. 'Ik hier alleen. Twee broers en mijn vader en moeder kwijt in Afghanistan', vertelde hij.
Hij wilde na een week kamp niet graag naar huis, zoals de meesten. "Mijn papa en mama niet mijn echte papa en mama", zei hij. 'Mijn mama niet zo lief.'  Het deed pijn aan mijn hart.
Hij was gespierd voor zijn leeftijd. Op zijn armen zaten enkele littekens. 'Hier mes, daar mes', zei hij en wees de plekken aan. 'Jongens op straat.' Hij wees op zijn lies en zei :'Hier mes. Veel pijn, ziekenhuis. Een maand niks doen." Hij lachte erbij. 
Het was een rustige, maar ondeugende jongen, die je aan keek met grote puppy-achtige ogen.  Hij had zo te horen al veel meegemaakt, te veel.  
Ik vroeg aan hem of hij het leuk had op kamp. 'Ja', zei hij. 'Volgend jaar weer?', vroeg ik. 'In Sha Allah', antwoordde hij. Ik vroeg wat het betekende. "Als je morgen dood bent... dat zeggen Moslims.'Hij probeerde het uit te leggen. 'Het betekent dus ik zie wel of misschien?', vroeg ik.  'Ja, misschien', zei hij.

In Sha Allah (إن شاء الله) of En sha Allah is een Arabische term die zoveel betekent als 'bij Gods wil'

Zijn negatieve ervaringen hadden hem duidelijk gevormd maar niet perse op een negatieve manier.

'Vind je het wel leuk hier in Nederland?', vroeg ik aan de oudste jongen van 14. Hij vond het in zijn eigen land, Iran, toch leuker. "Het is mooi weer hier in Nederland. Echt prachtig. Ik geniet hier', zei hij, en dat op een hele sarcastische toon. Ik moest lachen. 

De vorige dag had het geregend. 'In Nederland zie je alle vier seizoenen in een dag!', had hij gezegd.
Hij had een leuk gevoel voor humor. 

We zaten een van de volgende dagen aan tafel. 

De jongens hadden het over van alles. Ze zeiden onder andere : 'Meisjes beoordelen is de enige taak van jongens. Meisjes hebben andere taken zoals schoonmaken". Ik kwam haast niet meer bij van het lachen.
 'Mijn lippen zijn dik, zei de Iraanse jongen,'  Waarom, vraag mijn moeder. Sommige mensen hebben bijna geen lippen. Hoe moeten ze dan zoenen?" Hij tuitte zijn lippen.  
Ook grappig: Dit kind nam Twister erg serieus

Het ene moment zat ik lachend met hem aan tafel. Het andere moment zat ik naast hem op een heuvel en huilde hij tranen met tuiten. Andere jongens hadden beledigende opmerkingen gemaakt over zijn vader. Ik had hem gezegd om zulke opmerkingen niet persoonlijk op te vatten. 'Maar mijn vader die is dood', zei hij toen. Ik schrok hier van. Er druppelden ook tranen uit mijn ogen. We zaten een tijdje stil naast elkaar.  Ik wist niet wat ik moest zeggen. 'Bedankt voor dit. Het gaat beter,' zei hij na een tijdje en stond op en liep weg om zijn ogen te wassen.


Een ander jongetje en meisje werden gebracht en opgehaald door hun vader. Tijdens kamp hadden ze een hand vol Nederlandse woordjes gesproken en voor de rest zat er een eeuwige glimlach op hun gezicht geplakt, behalve op de momenten waarop ze in huilen uitbarsten. Hij was 10 en huilde steeds weer als hij straf kreeg, op de "strafstoel" werd gezet en zij, een heel kort, schattig, meisje van 9, huilde omdat ze waarschijnlijk heimwee had en omdat ze haar sperziebonen niet lustte, tenminste dat denken wij. Waarom ze precies huilde zullen we nooit weten, omdat ze het in het Nederlands niet kon uitleggen.


De meeste kinderen leken erg intelligent. Een jongetje van 10 had met een andere jongen van 9 een discussie over wat nou de kleinste dieren op aarde zijn.  'Mieren', zei de ene. 'Nee dat zijn bacterien', zei de jongen van 10 die duidelijk licht autistisch was.


Op een avond wilden wat jongens maar niet in slaap vallen. Ik liep naar hun tent. 'Wij praten over de opwarming van de aarde en honger in de wereld', zeiden zij. 'Doe dit dan fluisterend', zei ik. Een gesprek over de opwarming  van de aarde en honger in de wereld kon ik onmogelijk verbieden. 


We aten op een van de avonden patat. De patat hadden we verdeeld over een tafel die we bedekt hadden met vuilniszakken. 'Het is zonde. Weet je hoe veel vuil in die vuilniszakken kon gaan en jullie gebruiken het voor ons om op te eten', zei een van de jongens. Miliebewust, dat waren ze ook.


De jongens waren heel ijdel en wilden niet douchen in vuile douches en stopten een halve pot gel in hun haar en liepen het liefst met een dropdas om hun nek. Een van de dagen op kamp gingen we met de kinderen naar een meer om te zwemmen. 2 auto's pendelden heen en weer.


Dagje naar het meer
Een klein en heel ondeugend jongetje zat in mijn groepje en slenterde achter de groep aan in een slakkentempo. Wat ik ook deed, ik kon hem niet motiveren om door te lopen. Het was fijn toen we eindelijk in een van de twee auto's konden stappen. 'Vertel een verhaaltje!', zei hij. Ik dacht even na, koos toen het sprookje van Sjaak en de bonenstaak en bracht er mijn eigen draai aan.  Ik had nog nooit een verhaaltje verzonnen en ik vond het spannend, want ik herinnerde het verhaal niet zo goed. Toch begon ik te vertellen en er ontstond een heel mooi verhaal.  Hij wist niet goed wat een boon was, maar begreep het verhaal wel. Ik liet Sjaak (het jongetje mocht een naam verzinnen en noemde Sjaak Arend) en zijn twee broers de bonenstaak beklimmen. Zijn twee broers beklommen de bonenstaak omdat ze op zoek waren naar geld en goud. De ene struikelde en viel naar beneden en de andere viel naar beneden omdat de grond opeens hevig begon te schudden. Arend beklom de bonenstaak uit nieuwsgierigheid. 'Arend wilde weten wat daar boven was', vertelde ik. In het kort gebeurde het dat Arend er voor koos het meisje dat de reus gevangen hield te bevrijden en het gouden ei dat hij had kunnen meenemen achterliet. Toen de reus achter hem aan kwam en de bonenstaak afdaalde hakte hij de bonenstaak om. De reus viel dood. Wat bleek, zijn botten waren gemaakt van goud. 
Marlies (zo noemde het jongetje het meisje uit het verhaal) en Arend leefden samen nog lang en gelukkig. Toen hij het verhaal aan een ander kind na vertelde moest ik glimlachen. 'Zij vielen want ze wilden goud en geld', zei hij 'maar Arend wilde weten'. Hij had de boodschap begrepen: Geld maakt niet gelukkig.

Een jongetje werd een beetje gepest gedurende de week. Het was toch echt zijn eigen schuld, vond ik.'Het is niet omdat hij dik is, maar hij is ook niet zo leuk van binnen', zei het jongetje aan wie ik het verhaal had verteld. 
Hij was een beetje dik, maar ook brutaal, luisterde voor geen meter en gebruikte veel scheldwoorden. Hij was ongeduldig, bemoeizuchtig en kon gedurende de week niks zeggen zonder te schreeuwen. 'Waarom schreeuw je zo?', schreeuwden de andere kinderen terug. Ook deed hij, als we hem zijn gang lieten gaan, minstens 3 soorten beleg op zijn boterham en vroeg hij altijd om meer eten. Hij kan er misschien weinig aan doen maar viel gedurende de week ook de hele tijd en morste bij alles wat hij deed. De laatste dag zat het haar van het meisje naast hem onder de melk. Hij douchete ontzettend lang en plaagde de andere kinderen als ze zeiden dat hij moest opschieten. Hij douchete twee keer per dag maar rook naar plas en poep.
Ik moest af en toe ook om hem lachen, ook al wist ik dat ik het eigenlijk niet kon maken. Ik dacht aan de film "Spijt' en hield me in, ook al was dit een heel ander geval.

We gingen met de kinderen ook een middagje het dorp in. Zij zaten met hun voeten in het water. Een donker jongetje zat naast een jongen met donkerblond haar en groene ogen. In het water zwommen wat eendjes. 'Kijk uit dat ze niet aan jullie tenen komen knabbelen!', had ik gezegd. 

Het donkere jongetje zei toen tegen een eendje: 'Kom eendje. Wil je wit brood of bruin brood?' Ik barste in lachen uit. Geweldig. 
Aardappelhoofdjes versieren


Eierkoeken versieren en daarna op eten om 10 uur 's avonds (suikerbommen).

De laatste avond, als afsluiting van de week, vond de bonte avond plaats. De meeste kinderen hadden wat voorbereid. Sommigen dansten, anderen deden wat trucjes met een bal, Opan Gangnam style werd gedanst en iedereen ging los op de Harlem shake. Anderen deden wat salto's.

Ze bleken gedurende de week een fantastisch goed gevoel voor ritme te hebben. 
Een van onze stafleden trad als dirigent op en de kinderen maakten muziek op wat theepotten en vuilnisbakken etcetera. Wij, als staf, zongen een liedje op het nummer van Gers Pardoel.
Ons liedje

 Nadat de kinderen dan eindelijk in slaap waren gevallen, niet meer over honger in de wereld en dergelijke spraken en er gesnurk klonk vanuit de tenten was het met mijn mede stafleden ontzettend gezellig.

Er waren ook nare momenten op kamp. Een kamp met Nederlandse jongens en ons kamp kregen dikke ruzie. De Nederlandse jongens noemden hen 'kutbuitenlanders' en 'onze jongens' noemden hen 'kutkaaskoppen' etcetera. Er werd ook geschopt en geduwd. Het was moeilijk ze uit elkaar te houden. 

Later sprak ik met wat van onze jongens erover, onder andere de Iraanse jongen  van 14 jaar. Weet je wat hij zei? 'Ik ben in hun land, dus ik moet respect hebben voor hen, zij niet voor mij.' Ik vond het erg jammer om te horen dat hij er zo over dacht.

De week, gevuld met veel leuke momenten maar ook nare en ontzettend veel momenten die mij raakten kwam  tot een einde. 
Er waren al heel wat kinderen naar huis en ik had nog niet gehuild. Ik dacht dat ik niet meer zou huilen. Er leek nauwelijks tijd te zijn om het verdriet te ervaren want ze werden allemaal heel snel achter elkaar opgehaald. 
 Ik gaf ze een knuffel en zwaaide enkele jongens nog even een paar keer door de lucht. Toch stroomden de tranen op het laatste moment nog uit mijn ogen. 
Ik voelde me voor de tweede keer, sinds het vorige kamp, de druppel op de gloeiende plaat van hun bestaan. Slechts een leuke week uit hun leven en meer kan ik niet voor ze betekenen, al wil ik het zo graag.

Veel kinderen werden opgehaald door mensen die niet hun ouders waren. Veel kinderen hebben geen vader of moeder meer, anderen zijn zowel ouders als broers en zussen verloren in Afghanistan en zijn in hun eentje, op 11 jarige leeftijd, naar Nederland gekomen. Nu verblijven ze in asielzoekerscentra. Veel kinderen weten nog niet of ze mogen blijven. Anderen wonen in een huurhuis met hun ouders en weer anderen verblijven in pleeggezinnen met mensen die ze papa en mama noemen. 

spelen in de speeltuin met de kinderen
knoeifestijn met de kinderen 


Het was een onvergetelijke en mooie week.

De kinderen hadden stuk voor stuk een glimlach getoverd op mijn gezicht. Het was geweldig ze te zien genieten.
Het zijn ontzettend leuke kinderen. Ze hebben er niet voor gekozen om hier te zijn, maar ze verdienen wel een leuke tijd en een goede toekomst in dit land en verdienen het om hier te blijven, als ze in Nederland gewoon kind kunnen zijn.











Geen opmerkingen:

Een reactie posten