zaterdag 2 juni 2012

De nacht

Ik verzette me. Ik vocht uit alle macht. Ik schreeuwde. Niemand die het hoorde. 
Iedereen om me heen verkeerde in een diepe slaap.
Ik draaide mezelf in de raarste bochten, maar hoe ik me ook wendde of keerde, ontsnappen kon ik niet.

Ik gilde nogmaals, niemand die het hoorde, of niemand die het wat leek te schelen.
Wat moet ik doen om uit deze nare situatie te komen, spookte het door mijn hoofd. Het enige wat me restte was mijn ogen dichtknijpen en hopen dat het zo snel mogelijk voorbij zou zijn.

Zijn handen betasten mijn lichaam. Ruwe, ijskoude handen schuurden langs mijn huid. 
Hij bezorgde me rillingen. Mijn spieren trokken zich krampachtig samen. Ik klemde mijn tanden op elkaar. Ik moest me groot houden.
Wat een afschuwelijk monster.

Ik voelde me alleen. Zij sliepen vredig en genoten van de nacht . Ik verlangde naar de morgen, zonder zorgen, naar mijn redder in de nood.

Zodra ik de eerste vogels buiten, het minst en geringste geluid hoorde maken sprong ik uit bed en liep ik zo goed en zo kwaad als het ging, met sokken aan op slippers lopen is niet gemakkelijk, over het zandweggetje naar de douches.

Ik had een plan. Ik zou een heerlijke warme douche nemen en dan in wat 'warme' kleren duiken, mijn Statistiek boek doorlezen tot het moment dat er een warm zonnetje werd getoverd aan mijn dag. 

Het was een hele opluchting toen ik eindelijk bij de douches arriveerde. 
Maar toen ik  één van de douchehokjes open duwde werd ik overspoeld door teleurstelling.
Wat ongelovig staarde ik naar de doucheknop met het blauwe stipje erop. Mijn koud-water-alarm ging als een  bezetene af. Dit konden ze niet maken!
We weten allemaal wat een blauw stipje betekent. Het betekende dat mijn plan in het ijskoude water was gevallen. Het had ook te goed geleken om waar te zijn. Ik zuchte.
Nooit of te nimmer zou ik onder dàt water gaan douchen, of zoals ze weleens zeggen in het Engels:'over my dead body!'

Plan B, dan maar, ik pak nu mijn spullen en ik vertrek naar huis! Ik staarde in de spiegel. Grote druppels liepen over mijn gezicht. Ik zag er toch best redelijk uit voor iemand die net de slechtste nacht van haar leven had meegemaakt. Nooit meer, dacht ik. Nooit meer!

Ik vond het al erg genoeg toen ik er gisteren achterkwam dat niet iedereen hetzelfde idee deelt over het begrip barbecuen.' Hun idee van barbecuen bleek erg te verschillen van de mijne. Ik zocht naar de overeenkomsten. Die bestonden uit stukjes stokbrood en pindasaus. Het grote verschil was dat hun idee van barbecue slechts bestond uit 2 stuk(jes) vlees per persoon.
Ik baalde, maar daar moest ik het meedoen.  
Het liefst maak ik nu rechtsomkeert, naar huis, dacht ik.
Wat kan ik zeuren he? Vergeleken met de nacht die volgde, stelde het schaarse eten niks voor.

Het was een nacht die je alleen maar in films ziet, op tv of in een documentaire waarin mensen terecht komen in de wildernis, totaal niet goed voorbereid zijn, en moeten zien te overleven. Het waren de langste 3,5 uurtjes van mijn leven. Er leek geen einde aan te komen.

Ik had constant geworsteld met die medogenloze kou. 'Neem een warme slaapzak en warme kleding mee', had er in de email gestaan. 'Het kan best koud worden in het bos.' Mijn slaapzak en mijn kleding hadden warm genoeg geleken, maar ik had het goed mis. Koud was het zeker.

Het liefst had ik die avond het knopje omgezet en was ik weggezakt in een diepe slaap, zoals elk ander, maar zoals altijd bleef ik in de standby-mode hangen, een toestand waarin ik slaap maar me toch bewust ben van alles wat er om me heen gebeurd. Dit betekende helaas dat ik ook aardig goed op de hoogte was van de kelderende temperatuur en hier zwaar onder kwam te lijden.

Ik draaide mezelf in de raarste bochten, boog mijn benen en strekten ze weer, trok de slaapzak wat meer over me heen. Ik probeerde het tervergeefs iets warmer voor mezelf te maken. De plastic zak, gevuld met kleren, die ik als kussen gebruikte, maakte het er niet beter op.

Toen de ochtend eindelijk kwam dacht ik gered te zijn, maar werd ik geconfronteerd met het feit dat er geen warm water aanwezig was op dit kamp. Handen wassen met koud water vind ik al VER-SCHRIK-KE-LIJK genoeg! Na zo'n koude nacht kon een ijskoude douche me gestolen worden.

Ik ging op een bankje zitten en wreef mijn verkrampte, onderkoelde, handen samen.
 Het enige wat ik kon doen was wachten, verlangend naar de warmte, wat warmte voor mijn koudbloedige lichaam, na de barre kou. 




(Er was wel warm water..)

2 opmerkingen:

  1. Als ik daar was geweest had je lekker samen bij mij kunnen liggen krimpen.
    Arme meid.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Maar als je naast me lag was het niet zo koud geweest :D

      Verwijderen