Het meisje naast me zat er maar een beetje bij en hield haar mond dicht. Ik keek haar niet aan maar ik zag haar gezichtsuitdrukkig voor me. Ik kon haar gedachten lezen. Ze had wat te vertellen, maar ze durfde niet.
Soms stootte ik haar aan en maakte ik een grappige opmerking. Ze reageerde amper, verzonken in haar eigen gedachten. Ik maakte grapjes. Ze glimlachte en knikte. Het was alsof ik haar stoorde.
Al zegt ze niks. Ik weet hoe ze zich voelt. Ik weet wanneer het niet goed gaat, zelfs wanneer ze zegt dat alles 'ok' is. Zo goed ken ik haar, al jaren. Ze voelt zich niet gelukkig. Ik weet hoe ze is en dat ze wilt veranderen. Tranen prikten ze achter mijn ogen. Ik wil haar helpen maar ik weet niet hoe. Het doet me elke dag pijn. Vooral op die dagen waarop ik niks van haar hoor, niet weet hoe het gaat en het niet durf te vragen.
Ik weet precies hoe ze zich voelt. Ik ben daar ook geweest, vroeger. Dat waren donkere tijden, op een plek waar niks goed voelde, niks goed ging. Ik was bang en onzeker. Ik wilde die plek verlaten, maar ik kon de nooduitgang niet vinden. Mijn moeder deed wat ze kon maar zei dat alleen ik mezelf kon bevrijden. Maar het was alsof ik niet weg kon lopen, er niet vandaag kon rennen. Iets hield me tegen. Misschien was ik het zelf. Maar op een dag besloot ik te vliegen en liet ik alles achter.
Het meisje naast me deed haar hand omhoog en liet van zich horen.
Ik glimlachte. Lachtte mijn tanden bloot. Een gelukkig gevoel maakte zich van mij meester.
Daar ging ze. Ze steeg, langzaam maar zeker.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten