maandag 25 februari 2013

Ik wacht,

Ik aarzel,
Ik spreek,
woorden beladen met twijfel.
Geef antwoorden,
vol met vragen,
Ik zwijg,
Er volgt een stilte,
vol onbegrip.

Ik lijk afwezig,
maar ik ben er,
aanwezig in mijn gedachten,
Uit angst om me te haasten,
hals over kop een duik te nemen,
wacht ik ongeduldig af.
Kijk ik de kat uit de boom.

Want haastige spoed is zelden goed,
zeggen ze.
En geduld is een schone zaak.
Soms is het,
het wachten waard.
Er zit niks anders op,
Ik wacht.

Ze zeggen komt tijd,
komt raad.
Maar zonder enige houvast,
slechts wat hoop, dat vervaagt
als schale troost,
als licht aan het einde van de tunnel,
dat dooft
drijf ik weg.

Maar de kat verroert zich niet,
Heeft het wachten zin,
Het voelt als het spelen van een spel,
de regels onbekend
bouwen aan een luchtkasteel,
zonder fundament.

Toch wacht ik,
maar waarop,
wat staat me te wachten,
straks weeg ik een ons,
het zoet wordt langzaam zuur,
door de lange duur verliest het zijn charmes,
dus ik wacht,
maar ondertussen ga ik verder.








Geen opmerkingen:

Een reactie posten