Ik zag hem voor een tweede keer, na die ene keer bij de bushalte. Hij stond achterin in de bus. Ik nam voorin plaats. Om de hele weg met hem te praten, daar had ik nou ook weer geen zin in, zeg maar.
We stapten allebei uit bij de bushalte.
Hij is een tengere lange jongen met donkerblond golvend haar en laat me altijd een heel klein beetje denken aan mijn huisgenoot. Zijn blauw/ groene vriendelijke ogen worden vele malen uitvergroot door zijn dikke brilglazen. Iets aan hem lijkt heel onschuldig.
Hij knipoogde naar me toen hij me zag. Knipogen dat is iets moois. Het kan zo veel in iemand teweeg brengen en in 1 seconde zo veel betekenen en het verschil maken tussen een slechte en een goede dag. Ik ben blij dat ik kan glimlachen, maar kon ik ook maar knipogen.
We liepen samen richting het complex waar we allebei wonen en begonnen een gesprek, over Berlijn en Budapest. Berlijn daar is hij nog nooit geweest, zei hij, en Budapest is een stad die ik zeker moet zien, volgens hem.
Op een gegeven moment gingen we allebei een andere kant op en namen afscheid, tot een volgende keer maar weer . Ik nam de 'shortcut', zoals ik dat noem. Waarom neemt hij een omweg, vroeg ik me af.
Misschien gaat hij langs een vriend of een vriendin, zo beantwoordde ik mijn eigen vraag.
Ik was stomverbaasd toen ik hem na een tijdje weer in de verte zag lopen. Met zijn lange benen in zijn mosterdkleurige broek ging hij met reuzestappen vooruit. Ik vind het nog altijd een beetje raar wanneer mannen geen standaard jeansbroeken dragen, maar van die 'rare kleuren' en ik weet niet waarom, want een jeans broek is eigenlijk ook weer zo standaard, maar ik kan maar niet aan al die kleuren wennen.
Het was een leuk gesprek.
'Het was leuk je weer te spreken', had ik gezegd,
want dat was het ook echt.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten