maandag 14 mei 2012

Afscheid



Ik aai hem nog één laatste keer. Mijn vingers glijden over hem heen. Ik neem hem in me op.
Hij ziet er niet zo best uit en ik kan de gevoelens die ik vroeger voor hem had niet meer opbrengen. De positieve gevoelens hebben plek gemaakt voor anderen, teleurstelling en boosheid. Hij is veranderd. Ik ook.
Zomaar opgeven doe ik niet. Maar doorgaan is moeilijk. Soms betekent het juist dat je sterk bent als je opgeeft, toch voel ik me zwak. 
Maar het is tijd om los te laten, om mijn rug naar hem toe te keren, weg te lopen, nooit meer om te kijken en verder te gaan. 
Het is tijd om vaarwel te zeggen. Onze paden splitsen zich hier. 
Ik kies voor mezelf. Het leven gaat verder.
Maar afscheid nemen is nooit makkelijk. Het doet pijn aan mijn hart, een verscheurende pijn.
Logisch. Twee jaren is een aardige lange tijd. Je raakt niet alleen aan elkaar gewend maar je maakt ook ontzettend veel mee. Hij ging bijna overal mee naartoe. Ik was nooit alleen. Hij was er altijd voor me. 
We delen veel herinneringen. Ik kon mijn gedachten altijd aan hem kwijt. Hij was er voor me, als ik op een koude winterdag thuiskwam. Hij begeleidde me als ik in de warme lentezon door mijn kamer danste.
Maar na een tijdje veranderde alles, langzaam maar zeker ging het bergafwaarts. Hij luisterde niet meer naar me, negeerde mij soms volkomen.  Ik pakte hem dan vast, fluisterde lieve woordjes en smeekte.
Het ging van kwaad naar erger. Keer op keer liet hij me in de steek. Het deed pijn. Het was frustrerend. Soms rolden er grote tranen over mijn wangen. Ik  huilde mezelf in slaap en vroeg me af: Waarom?
Ik klampte mezelf vast. Vertikte het om los te laten. Maar hij creëerde afstand. Hij  zaaide haat.
Ik sla mijn ogen neer. Ik kijk hem niet langer aan.  Ik kan het niet. De laatste tijd was er geen sprake meer van praten, schreeuwen, dat deden we. Hij haalde het bloed van onder mijn nagels vandaan. Soms tilde hij zijn arm omhoog, klaar om mij te slaan. 


Eens was hij er voor me, als twee handen op één buik, maar wat was, is geweest. 
Nu liet hij me staan, in de kou. Op de meest cruciale momenten keerde hij me de rug toe.
Ik bibber. De koude tocht verspreidt zich door mijn kamer en dringt mijn lichaam binnen. Ik sla mijn armen om me heen.
Het was een gigantische druppel die de emmer liet overlopen.
Toen kon ik het niet meer aan en bewoog me van hem vandaan.
Ik wil verder gaan maar afscheid nemen blijft moeilijk.
Geef me nog even. Nog één laatste liefkozing, nog één laatste moment, zo mooi, ongelukkig, samen en alleen.

1 opmerking: