Er was eens een mens
Hij was nog geen persoon. Hij kwam ter wereld en hij was 'on-af'. Hij werd vastgehouden en liefgekozen. Er werd hem van alles aangeleerd. Je zou het een persoon in wording kunnen noemen. Hij werd opgevoed en leerde om zijn gedrag af te stemmen op de wensen van de omgeving.
Eerst was hij bang voor straf maar op een gegeven moment kon hij tot verantwoording worden geroepen over zijn gedrag en kon hij onderscheid maken tussen goed en kwaad. Ook al blijft goed en kwaad relatief.
In zijn vrijheid beperkt
Hij achtte zichzelf vrij om te handelen en om keuzes te maken maar werd geboren in een gesloten cultuur, waarbij hij elke keer weer een rol kreeg toebedeeld. Eerst was hij een zoon, toen werd hij een kleuter, later een student en ooit zou hij vader zijn, misschien wel schoolmeester.
Hij werd zich er langzaam van bewust dat hij keuzes kon maken. Niemand kon die voor hem maken. Hij werd zich langzaam en zeker bewust van de keuzes die hij maakte. Hij zette bij het overwegen van zijn opties een stap achteruit en vroeg zichzelf de volgende dingen af:
Is dit wat ik werkelijk wil? En waarom wil ik het? Wil ik wat ik wil?
Hij werd zich bewust van wat hij deed. Hij maakte zijn keuzes door hoe hij was en zijn keuzes maakten hem. Zijn identiteit begon zich onder invloed van deze keuzes te vormen maar zijn identiteit was ook tegelijkertijd de reden voor zijn keuzes.
Is dit wat ik werkelijk wil? En waarom wil ik het? Wil ik wat ik wil?
Hij werd zich bewust van wat hij deed. Hij maakte zijn keuzes door hoe hij was en zijn keuzes maakten hem. Zijn identiteit begon zich onder invloed van deze keuzes te vormen maar zijn identiteit was ook tegelijkertijd de reden voor zijn keuzes.
Hij zette voetstappen en bewoog zich over de wereld als een individu. Hij beschikte over een 'vrije wil'. Hij beschikte over de wil om zichzelf te beheersen. Het was zijn eigen wil. Net als hij doe ik wat ik wil. Het gaat hier om mijn wil. Het is wat ik zelf echt wil, of misschien is het de wil van mijn echte zelf? Onze echte, eigen wil bepaalt ons gedrag maar onze echte, eigen wil wordt ook door ons gedrag bepaald.
Het leven door een bril...
Hij nam dingen waar, begreep sommige dingen beter dan anderen. Hij droeg constant een bril. Dit betekende niet dat hij slechter zag dan anderen maar door de bril zag hij ook niet beter. Hij zag alles gewoon anders.
Iedereen om hem heen droeg een bril. Soms waren ze zich niet bewust van deze bril. Soms waren ze niet blij met hun bril maar konden ze die niet veranderen.
Soms kozen ze ervoor van bril te veranderen maar vaak veranderde hun bril doordat ze zelf veranderden.
Heel soms zagen ze alles door een roze bril. Op dat moment waren ze verliefd. Maar liefde maakt toch blind?
Soms kozen ze ervoor van bril te veranderen maar vaak veranderde hun bril doordat ze zelf veranderden.
Heel soms zagen ze alles door een roze bril. Op dat moment waren ze verliefd. Maar liefde maakt toch blind?
Welkom in mijn wereld
We nemen op verschillende manieren waar. We lopen naar buiten en voelen de wind op ons gezicht, onze ogen knipperen tegen het licht, onze neusgaten verbreden zich door de frisse lucht, onze oren ruisen door de wind.
We denken dat we correct waarnemen. Maar op onze waarneming kunnen we niet vertrouwen,want iedereen neemt in dezelfde situatie anders waar.
Alles wat we waarnemen wordt beïnvloedt door ons denken. We creëeren een kader waarin onze informatie gevormd wordt.
Alles wat we waarnemen wordt beïnvloedt door ons denken. We creëeren een kader waarin onze informatie gevormd wordt.
kennis
Als we alleen door reden geproduceerde gedachten hadden maar niks konden waarnemen dan zouden we deze gedachten niet in verband kunnen brengen met verschijnselen uit de werkelijkheid. Deze gedachten zouden, naar mijns inziens, dan niks meer betekenen. En stel dat we alleen zintuigelijk konden waarnemen, dan zouden we ook geen kennis meer kunnen verwerven.
reflectie
We gaan door het leven en leren. Onderweg zijn we net als Narcis. We leven in een wereld gevuld met spiegels. We reflecteren constant op onszelf. Dit maakt ons zo verschillend van dieren. Zet een kat voor een spiegel en hij zal niet beseffen dat hij naar zichzelf kijkt.
Het bewustzijn is volgens de Cartiaanse traditie een soort binnenwereld, die bevolkt wordt door representaties van 'de buitenwereld.’ Maar hoe weten we dat een mens wel een binnenwereld heeft en een aap niet? Dit is moeilijk te bewijzen omdat we het slechts van buitenaf kunnen bekijken.
Hoe voelt het?
Hoe voelt het?
Natuurlijk heeft een dier gevoelens. Om te zeggen dat een dier gevoelloos is lijkt onmenselijk. Dieren voelen , maar ervaren zij hetzelfde als wij? En heeft elk dier dan gevoelens? En een steen en de windhaan boven op de toren die ronddraait in de wind, die ervaart toch niet? Er gebeurt van alles rondom hem maar hij maakt niks mee.
Als je een ruit inslaat zal je dat waarschijnlijk voelen, aan je hand en misschien aan je portemonnee maar voelt het glas iets? De interne toestand van deze objecten verandert als reactie op jouw actie, maar ze zullen niks waarnemen, noch zullen ze het na kunnen vertellen.
Mensen vinden iets van hun omgeving en hebben hier een bepaalde kijk op. We maken gebeurtenissen niet alleen door maar ook mee. We beleven gebeurtenissen en de wereld heeft voor ons betekenis.
Ik wil, ik wil..
Hij werd ouder, vond geen liefde maar had een liefde voor katten. Een kat is een dier zoals elk ander dier. Elk dier is anders maar ook hetzelfde. Een dier handelt instinctief. Een dier is een slaaf van zijn verlangens.Nee, ik denk niet dat een leeuw ernaar verlangt door een vlammende hoepel te springen, maar dat hij dit doet door zijn verlangen naar eten. En ik denk dat een leeuwentemmer zich nooit volledig op z’n gemak zal voelen met dit dier, beseffend dat het een dier is en blijft.
Het redelijke dier
Personen kunnen redelijk handelen en zijn in staat hun wensen af te stemmen op die van hun omgeving. Personen zijn in staat om hun wensen af te wegen tegen die van de omgeving. Een authentiek persoon is evenwichtig en vindt het balans tussen wat hij zelf wil en wat een ander wil.
Aristoteles noemde de mens een redelijk dier.
Volgens mij zijn mensen redelijke kuddedieren.Mensen zijn geschapen door elkaar en vormen met elkaar, voor elkaar en om elkaar een morele gemeenschap. We hebben elkaar allemaal nodig en zorgen allemaal voor elkaar. Daarom wordt er ook wel gezegd: 'nurture is our nature'.
Volgens mij zijn mensen redelijke kuddedieren.Mensen zijn geschapen door elkaar en vormen met elkaar, voor elkaar en om elkaar een morele gemeenschap. We hebben elkaar allemaal nodig en zorgen allemaal voor elkaar. Daarom wordt er ook wel gezegd: 'nurture is our nature'.
Opvoedbaar
We zijn stuk voor stuk (in zekere mate) opvoedbaar. Opvoeden, africhten, vormen naar je eigen hand, noem het wat je wilt. Maar hoe weet je dat we opvoedbaar zijn? Dit is nergens in ons lichaam te localiseren. Opvoedbaarheid zit niet in de genen maar in de morele ruimte die we allemaal met elkaar delen. We beroepen elkaar om ons op een bepaalde manier te gedragen en bepalen daardoor onszelf. Dit maakt ons een persoon en maakt alles persoonlijk.
En hoe weet je dat we ons ergens van bewust zijn, geen MRI scan kan het ons vertellen. Het is onmeetbaar, onstoffelijk, onecht maar toch aanwezig, tenminste in de meeste van ons.
Wat zijn wij?
Een mens is geen dier, ook al gedragen we ons soms wel als een stelletje dieren. We kiezen er echter als welk dier we ons gedragen. Soms zijn gedragen we ons als een kwal, soms zijn zo brutaal als een aap, soms zo sluw als een vos en soms zo lui als een hond.
Een dier is gericht op overleven, handelt hiernaar. De mens kiest om te leven en het liefst in een veilige omgeving die hij zelf heeft geschapen.
Wij zijn een wonder, met een computer in ons hoofd, die onze ledematen doet bewegen. We zijn een geheel van een lichaam, een geest en een ziel. Of zijn wij ons lichaam, onze geest of onze ziel?Wat zijn wij? Wij kunnen van alles zijn, en willen constant meer zijn.
Ze zeggen weleens dat wij onze gedachten zijn en dat we zijn omdat we denken.
'Cogito, ergo sum. Je pense, donc je suis.' –Descartes
Ik denk dus ik besta!
'Cogito, ergo sum. Je pense, donc je suis.' –Descartes
Ik denk dus ik besta!
Maar de mens blijft een groot raadsel.
De mens is wat hij van zichzelf maakt, schepper en schepsel van de cultuur, een vraag zonder antwoord.
-Sartres-
Gebaseerd op het boek van Martin van Hees, Else de Jonge, Lodi Nauta. Kernthema's van de filosofie
A MUST READ
- Meijer, W.A.J. (2000). ‘Perspectieven op de mens’. Uit: Perspectieven op mens en opvoeding. Baarn: HB-uitgevers, 13-61.
- Fox, R. (2001). ‘Constructivism Examined’. Oxford Review of Education, 27, 23-35
- hoorcolleges van Belinda Hibbel
- Bridges, D. (1999). ‘Educational Research: pursuit of truth or flight into fancy?’. British Educational Research Journal, 25, 597-616.


This is an interesting read! I enjoyed it a lot. hopi interesante!
BeantwoordenVerwijderen