vrijdag 22 juni 2012

Welkom bij de 3 biggetjes...

Ik liep met mijn spulletjes de trap af. Op het menu van vandaag, om 10 uur 's avonds, stond geroerbakte ei.
Ik was lui om wat anders  voor te bereiden en ik was ook lui geweest toen ik eigenlijk naar de supermarkt moest gaan om boodschappen te doen.
Daarnaast regende het keihard toen ik naar de supermarkt hoorde te gaan en ik, die het weer dacht te kunnen voorspellen, aan de hand van het zonnetje dat vanmorgen even achter de wolken vandaan was gekomen, was zonder jas uit huis vertrokken. Grote fout!


Dus het werd een roerei. Een roerei zonder brood, want een vriendin zou langskomen en zou het brood dat ik bij haar thuis heb laten liggen meenemen, maar ze zei onze afspraak voor de zoveelste keer af.
Ik liep de keuken binnen en vroeg me af waar ik in hemelsnaam terecht was gekomen. Het aanrecht en het fornuis stonden vol vuile borden en pannen met wat restjes eten. Het was niet de eerste keer dat ik zo'n bende aantrof.
Het verbaast me ook elke keer weer dat de mevrouw bij wie ik in huis woon,  altijd wanneer ze het huis verlaat halfvolle borden op het fornuis laat slaan. Alsof ze altijd zo'n haast heeft, dat ze niet even kan opruimen voordat ze weggaat. Ze laat haar halfvolle borden vervolgens ook niet maar één dag staan, maar dagenlang.
Het viel me op dat er nu zelfs een pan op de grond lag. Ik had het vermoeden dat die voor de hond bedoeld was. Hij heeft er vast van gesmuld, maar ik vind het geen smakelijk idee.
De eettafel stond ook vol rommel, het meisje die bij haar moeder is komen blijven logeren uit Engeland , zat achter haar computer en speelde een spelletje die ik maar al te goed kende en voor haar neus stonden lege flesjes bier. De rest van de tafel was ook gevuld met troep. Zij leek dit heel normaal te vinden
Ik keek rond in de keuken en zocht een leeg plekje waar ik mijn spulletjes kwijt kon zodat ik mijn maaltijd kon beginnen voor te bereiden. Uiteindelijk maakte ik wat ruimte vrij door wat vuile vaat te verplaatsen.


Ik at mijn ei op, leunend tegen het aanrecht. Het kon me niet schelen dat staand eten ongezond is. Het kon me niet schelen als het eten naar mijn tenen ging. Pech! Daarna waste ik mijn vaat af. Hoe minder vuile vaat ik naar boven meenam, hoe beter. 
Ondertussen was de man des huizes thuis gekomen. Ook hem leek het niet te schelen dat het zo'n rommeltje was. Ik ben blijkbaar de enige die het anders gewend is. 
Ik kon het niet laten, maar haalde een doekje over het aanrecht, dat wel een poetsbeurt verdiende. Ik raapte wat restjes champignon op van het fornuis. Ik zag dat het fornuis onder de vlekken zat maar vertikte het om de rest schoon te maken.
 Ik waste met veel moeite af, bang om mijn spullen in het bruine water te laten vallen ,waarmee de gootsteen gevuld was. In het midden van het bruine water dreef een grote pan. 
 Toen ik klaar was met de vaat stopte ik alles in mijn zwarte teiltje die ik altijd de trap op en neer zeul. (Ik vergat altijd wel het één of het ander en moet dan verschillende malen op en neer lopen.)


Ik droeg mijn hele hebben en houden weer naar boven.  
Op het aanrecht stonden zoals gewoonlijk twee lege wijnglazen. Ik drink nooit', had ze gezegd. Nee natuurlijk niet. Geloofde ze het zelf?
Dit bracht me op een idee. Ik haalde mijn fles rosé uit de koelkast en nam het mee naar boven. In mijn eentje rosé drinken vond ik een strak plan, niet omdat het zo lekker is maar omdat de fles een keer op moet.


Dit is slechts de derde keer dat ik thuis heb gekookt. Normaal gesproken maak ik een broodje voor mezelf klaar in mijn kamer. Dat het zo'n bende is, is misschien een reden waarvan ik me nog niet bewust was. Geen wonder.
Ik vertrok naar boven, vluchtte weg, weg uit die zwijnenstal.







Geen opmerkingen:

Een reactie posten