maandag 2 juli 2012

Heerlijk vreemd

Ik zit bij de tramhalte, in het zonnetje. Een gekleurde man, die verder op staat, maakt vreemde geluiden. De vrouw naast me op het bankje mompelt hele verhalen, in zichzelf, terwijl ze glazig voor zich uit staart.
Ik kijk naar mijn buurvrouw, die naast de gekleurde man staat. Ze werpt me een vreemde blik toe.
Daarmee zegt ze: Vreemde gast. Ik grijns naar haar, waarmee ik haar blik beantwoord met: Ja, vreemde mensen op deze wereld.
De vreemde man raapt vuil op, van tussen de tramrails. Nu wordt mij een verontruste blik toegeworpen. Ik vang het op en ik versta: Wat doet hij gevaarlijk! Ik werp een blik terug, waarmee ik zeg: Ja, er zou maar een tram aankomen. Daarmee is het blikken werpen afgelopen. We zijn uitgepraat.

Ik kijk opzij. De vrouw naast me mompelt verder. Ze lijkt van streek. Ik zie het aan haar houding. Ze haalt af en toe haar neus op.
Daar komt de tram aan. Ik stap in maar ik heb meteen spijt. Ik heb een man op zijn woord geloofd, toen ik vroeg of deze tram naar centraal station gaat, maar nu twijfel ik.

Het is mooi weer, de mensen zijn interessant, zoals altijd. Het is een zondag. Op dagen als deze maakt het niet echt uit waar de tram naartoe gaat. Op dagen als deze werp je blikken naar de ene vrouw,luister je naar een andere vrouw die in zichzelf mompelt en geloof je vreemde mannen.
Maar toch vraag je het nog even na aan een ander : 'Gaat deze tram naar centraal station?'. Ze stelt je gerust, met een vreemd accent.

Voor me staat een man, de 2 ogen op zijn schouder staren me aan. Ik vraag me af wat het betekent maar dan vraag ik me af of het mij wel aangaat. Zal ik het vragen? Hij kan best uitleg geven. Toch vraag ik het niet en staar ik alleen maar naar die grote ogen.

Het ruikt heerlijk in de tram. Het ruikt vreemd. Het is een zonnige dag maar het ruikt niet naar okselzweet.
Het ruikt vreemd, heerlijk vreemd.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten