maandag 28 januari 2013

Misteakes!


'Wat studeer je eigenlijk?', vroeg hij. 'Pedagogische Wetenschappen', antwoordde ik.  'Heh?', was het enige wat uit zijn mond kwam.  'Ja, totaal iets anders dan de horeca en ik vind het zo leuk om in de horeca te werken.' 
'Erg he? Als het eenmaal in je bloed zit kom je er nooit meer van af'.'

Dat zette me weer aan het denken over wat ik wil doen met de rest van mijn leven, of ik een andere zijpad in wil slaan of ik een weg moet kiezen met verschillende banen of dat ik simpelweg deze baan moet vervolgen en moet wachten totdat het antwoord mij zelf tegemoet komt. Mijn moeder zegt immers dat de meeste vrouwen pas echt weten wat ze willen met hun leven als ze 40 zijn. En het duurt nog een ruime 20 jaar voordat ik die leeftijd bereikt heb. Haast om 40 te zijn heb ik ook niet dus misschien moet ik ook niet zo’n haast hebben om alles precies uit te puzzelen en moet ik wachten tot de puzzelstukjes op hun plek vallen.
‘Go with the flow.’ Makkelijker gezegd dan gedaan. De onwetendheid schept  een bepaalde onzekerheid en angst in mij. Ik ben bang dat ik een fout maak. 

'Denk aan wat ik je  gezegd heb, altijd dingen vragen tijdens het werken, dan kunnen ze je nooit iets maken. En dat zeg ik alleen omdat jij iets beter bent dan de rest.' Hij kon het niet aan me zien omdat het donker was maar ik stapte glunderend met een grote grijns op mijn gezicht uit de auto. 
Het was een hele aardige man die de hele avond alleen maar had gelachen en praatjes had gemaakt met iedereen die de kantine binnenkwam. Iedereen scheen hem te kennen en iedereen scheen hem te mogen. Hij had me een rit naar huis aangeboden. ‘Weet je het zeker? Het duurt maar 10 minuten om met de bus thuis te komen.’, had ik gezegd. ‘ Ik rijd wel een stukje om, dat maakt niet uit.’, was zijn antwoord.

Ik kijk met een glimlach terug op deze werkdag. Het was geweldig om een grote glimlach om iemand zijn gezicht te kunnen toveren door een bord met smakelijk uitziend eten voor hem op te scheppen en door hem 'smakelijk eten' te wensen. Het is fijn om te werken met vrolijke mensen die niet zo moeilijk doen over het feit dat je te veel gekookte aardappelen opschept voor de klanten.
 Het is fijn om te werken voor klanten die het niet erg vinden om (overheerlijke) Hongaarse goulash te eten met gekookte aardappelen of frietjes omdat de rijst op is en het vervolgens niet erg vinden om 5 minuten te wachten totdat hun frietjes vers gebakken zijn, speciaal voor hen.
En het is fijn om met mensen te werken die het niet erg vinden dat je tijden het werken een frietje 'snaait'. 

Ik liep de hele dag te fluiten en te dansen en deed alles met een glimlach. De warmte en vrolijkheid leek zich te verspreiden naar de mensen om me heen of hadden hun warmte en glimlach dat effect gehad op mij?



Helaas is niet elke werkdag zo fijn. Ik had eerder op die locatie gewerkt en aan de eerste keer had ik  geen goede ervaringen over gehouden. De herinnering aan die eerste keer zal me altijd bijblijven.
Ik was binnen de kortste keren in tranen uitgebarsten door een oude mevrouw met blondgrijs haar en een gerimpeld gezicht waar geen lach vanaf kon. Ze leek van mening te zijn dat ik niks goed deed. 
Dat was niet alleen mijn eerste keer op die locatie het was ook één van de eerste keren dat ik überhaupt werkte, dus misschien had ze gelijk. 
Misschien deed ik niks goed.  Maar waarschijnlijk deed ik wel wat dingen goed maar veel dingen fout totdat ik begon te denken dat ik niks goed deed. Met die gedachte creëerde ik een negatieve spiraal en langs die spiraal gleed ik steeds verder naar beneden om te belanden in een zee van tranen: A self-fulfilling prophecy.
De herinneringen aan die dag zijn nog helder en zullen me altijd bijblijven, als een wijze les.

'Het was erg fijn om vandaag met jullie te werken.' had ik vandaag gezegd toen ik uit de auto sprong en ik meende het. Hij, de man waarvan ik helaas de naam ben vergeten en ik haat het wanneer ik namen vergeet, wenste me veel succes (met mijn studie  en de rest van mijn leven neem ik aan). Hij dacht natuurlijk dat hij me voorlopig niet meer gaat zien terwijl ik volgende week waarschijnlijk in de kantine naar hem ga  zwaaien wanneer ik een cappuccino ga kopen die duurder is geworden omdat het bedrijf heeft besloten de machines te veranderen en deze met verse koffiebonen maalt en je volgens hem voor kwaliteit gewoon wat meer moet betalen. Hij heeft gelijk.

Ik heb nog een vriend erbij, naast de lange donkere man met korte dreadlocks uit Angola, die een keer tegen de regels in een pak yoghurt voor me had bewaart in de koelkast totdat ik klaar was met mijn hoorcollege, en de Marokkaanse reus van een jongeman, die me altijd korting gaf toen ik hem nog zag in de kantine maar die ik, tot mijn grote spijt, nu al in eeuwen niet gezien heb, de vriendelijke Andres uit Argentinië, Ramon uit Colombia en deze man zonder naam, waarschijnlijk Nederlands die in Ede woont. Stuk voor stuk aardige mensen. Ik ben blij dat ik ze heb mogen ontmoeten. Ons contact zal voornamelijk zakelijk zijn en het contact buiten werktijden zal waarschijnlijk alleen bestaan uit een vrolijke glimlach en een zwaai of een groet. Maar zo'n vrolijke glimlach maakt het  verschil.

De man uit Ede was vandaag in een gevecht gewikkeld met de chocolademelkmachine doordat hij niet wist hoe hij het schoon moest maken en hij heeft verschillende glazen saladebakjes in scherven kapot laten vallen. ‘Neee, damn it!’ Hij vloekte en ik moest lachen. Ik lachte omdat ik weet hoe het voelt om op het werk fouten te maken. Het is fijn om te merken dat ook de beste paarden van stal fouten maken en dat deze man die in zichzelf stond te vloeken niet perfect beweerde te zijn en na het maken van een fout de scherven bij elkaar veegde en net zo vrolijk als voorheen weer verder werkte.

Fouten maken vindt iedereen moeilijk. Het liefst gaat alles vlekkeloos en doe je alles perfect en krijg je complimenten en ben je trots op wie je bent, door wat je voor elkaar krijgt. En één dingetje dat misgaat kan vaak je hele dag verpesten. Maar dat moeten we vooral niet laten gebeuren.We moeten een voorbeeld nemen aan deze Nederlandse man uit Ede (Waarom kan ik zijn naam nou niet herinneren?!).

'Je moet de pan van je af omkeren', zei hij toen hij zag dat ik een grote zware pan met erwtensoep naar mij toe omkeerde en de dikke derrie langzaam in de prullenbak liet glijden. De pan was zwaar en het ging met veel moeite goed. 'Heb je dat uit ervaring geleerd?' Ik lachte terwijl ik het vroeg, door de gedachte aan de man bespetterd met erwtensoep of een andere even lekkere dikke soep.
'Ja maar van je fouten leer je, door te vallen en op te staan.'

Niemand hoort dat voor het eerst (Het is tenslotte hoe we hebben leren lopen.) En het maakt niet uit hoe vaak we het horen.
Vallen blijft pijnlijk en opstaan is vaak heel moeilijk.
Hij is verre van de eerste die het zegt en verre van de laatste maar hij heeft gelijk.




Geen opmerkingen:

Een reactie posten