maandag 18 februari 2013

'Maak van een mug geen olifant.'



Ik haastte me naar de bushalte. Het had weer te lang geduurd voordat ik eindelijk het huis uit was en de trap afrende. Ik besloot mijn koers te wijzigen en naar de dichtsbijzijnde bushalte te lopen, waar er maar weinig bussen stoppen, hopend dat er toevallig net een bus aan zou komen waar ik in kon springen. Naar de andere bushalte, waar meer bussen stoppen, lopen zou te lang duren. En er was slechts een hele kleine kans dat ik de bus die ik van plan was te pakken nog zou halen. Er restte mij niks anders dan over te stappen en te hopen dat ik nog op tijd zou komen voor een oersaai college wetenschap en ethiek.
De minuten op het elektrische bord met informatie over de bustijden sprong toen ik bij de bushalte aankwam van 0 naar 10 minuten. Ik hoopte dat ik de bus niet net op het nippertje gemist had. Op het bankje zat een bejaarde man te dutten.
Toen kwam er een meisje aangelopen met een boek in haar hand. Ze nam naast de bejaarde man plaats. Hij werd nu wakker en begon een gesprek met zijn buurvrouw. 'Is dat een roman?', vroeg hij wijzend naar het boek waar het meisje in tuurde. 'Daar ben ik nog niet uit. Het is in ieder geval geen triller want ik ben nog geen dood lijk tegengekomen', zei de brunette. De bejaarde man barste in lachen uit. 'Nou, ik vind het knap dat je onderweg leest.', zei hij. Ik moest hier om lachen. Wat een aardig oud mannetje. Sommige mensen weten altijd een manier te verzinnen om een gesprek te beginnen.
Nu de man uit zijn slaap was ontwaakt zag ik mijn kans schoon om hem de vraag te stellen of hij wist of de bus misschien al langs was geweest. 'Rustig aan, de bus kan elk moment aankomen. Je hoeft geen zwemvliezen aan te doen. Je kan vliegen.', Ik vond dit helemaal nergens op slaan maar ik bedankte hem en lachtte hem toe, puur uit beleefdheid.
Zodra hij was uitgesproken zag ik in de verte inderdaad de bus naderen. Ik schaamde een beetje voor mijn ongeduld. 'Moet je de trein halen?', vroeg de bejaarde man aan mij. Ik vertelde hem dat ik naar school moest gaan en niet te laat wou zijn. 'Hoe laat begin je?' Wat stelde hij veel vragen. 'Om kwart over 3', zei ik. Ik had nog 15 minuten. 'Je hebt genoeg tijd.', zei de man. 'De bus rijdt snel hoor.'
De bus kwam precies voor mijn neus tot stilstand. Uit beleefdheid wou ik de oude meneer eerst laten instappen maar voor ik er erg in had gaf hij me een duw richting de deur. 'Heb jij even geluk. Je mag zelfs als eerste instappen.' Ik overwoog om te blijven staan en erop aan te dringen dat hij voorging, om te laten zien dat ik me niet rond liet duwen.(Was hij gek geworden?) Maar dit deed ik niet. Ik verkocht hem ook geen klap voor zijn kalende kop maar deed wat me op dat moment het beste leek om te doen. Ik besloot de drama die ik zou veroorzaken uit de weg te gaan en stapte wat gechoqueerd de bus in.
'Goede middag!', zei ik zo vrolijk mogelijk en ik glimlachte als een boer met kiespijn naar de buschauffeur. In zijn ogen zag ik dat hij ook had gezien wat zich net had afgespeeld.
Ik keek geen moment achterom. Het kon me niet schelen wie het had gezien of hoe zij erover dachten. Ik liep in de bus zo ver mogelijk naar achteren, hopend dat de oude man voorin zou plaatsnemen.
Ik had alles maar laten gebeuren en gebeurd is gebeurd. Ik dacht er verder niet al te veel over na. Maar op het moment dat ik bij mijn halte was aangekomen en uit de bus stapte keek ik nog even om me heen. Mijn ogen vonden de bejaarde man. Hij zat licht voorover gebogen op zijn stoel en leek al weer diep in slaap te zijn, alsof er niks was gebeurd.Waarschijnlijk stelde het ook niks voor en daarom stelde ik me ook niet aan. Toen ik 10 minuten te laat mijn collegezaal binnenliep (ook niet het einde van de wereld) dacht ik terug aan de woorden van de oude man.
Ik was blij met de beslissing die ik toen nam, want ik maak van een mug niet graag een olifant.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten