Ik hoopte stilletjes dat ze er niks van af wisten of dat ze het waren vergeten. Ik stelde mezelf niet aan te veel mensen voor. Mijn naam te vaak vermelden, leek me geen goed idee. Volgens mij is die naam nu, over het hele kamp bekend en berucht.
‘Jij moet Xenia zijn’, zei de man die ik tot nu toe alleen via mail had gesproken. Ja dè Xenia, en niemand minder dan die Xenia.
Voortaan zetten ze het volgens mij in het kampreglement:’ De slaapspullen van de hoofdstaf a.u.b. niet doorweken met vla en yoghurt.’
Maar, nadat er konijnenkeutels in mijn mond waren gepropt, limonade in mijn nek was gegooid en chocoladevla in mijn haar om 2 uur 's nachts, waar ik dus mee was gaan slapen omdat ik net had gedouched en doodmoe was, vond ik dat het tijd werd om de hoofdstaf terug te pakken. Misschien, ging ik wel wat te ver. Maar stiekem vind ik dat eigenlijk dat het wel een heel geslaagde grap was, alleen wat slecht uitgepakt, door de omstandigheden waarmee ik geen rekening had gehouden. Mijn handlanger en ik waren te enthousiast geweest. We zagen een kans en grepen die. We waren wat dwaas, toendertijd, vorig jaar. We hadden eerst keihard gelachen maar daarna keihard gehuild. Op dat moment was het een van de slechtste nachten uit mijn leven.
Niemand leek het zich te herinneren. Ze leken in ieder geval niet boos, maar ik schaamde me rot. Toch voerde ik gezellige gesprekken en had een leuke tijd en leerde heel wat nieuwe mensen kennen.
Ik had wat goed te maken. Ik viste zodra ik aan kwam wat handschoenen uit een van de aanhangwagens en ging aan de slag. Ik sloot me bij de andere mensen aan die in het bos stapeltjes maakten van al het hout dat in de weg lag en waar je je benen over kan breken.
Opeens begreep ik waarom ik vorig jaar niet op mijn plaat was gegaan, tijdens een bosspelletje in het midden van de nacht. Dat had ik aan deze mensen te danken.Het was heerlijk om me uit te leven. Het was geweldig om te smijten met takken en boomstronken en in een gevecht te raken met een rozenplant, met kleine maar venijnige doorns, die krassen op mijn huid achterlieten. Ik ging ook af en toe het gevecht aan met een zijtak, dat net een kind was die zijn moeder niet van plan was los te laten.
Twee uur later was het tijd voor een heerlijke lunch en naar mijn idee werd het wel tijd. Ik was bezweet en van het harde werken had ik het alles behalve koud, maar zodra ik een paar minuten zat vroeg mijn lichaam om mijn winterjas.
’s Morgens had ik het weerbericht nog even snel gelezen. 10% kans op neerslag en 5 graden. Dat beloofde een mooie dag te worden, om in het bos te spelen. Bewust trok ik een oude spijkerbroek aan en mijn oude jas. Mijn nieuwe winterjas moest gespaard blijven. De enigen die ik liet lijden en het kon me ook weinig schelen, waren mijn schoenen die er ook prima uitzien met wat modder erop.
We namen met z’n allen plaats rond de picknick tafels in de eettent, waar ik deze zomer weer twee weken, dag in dag uit zal eten.Mijn bord was rijkelijk gevuld met lekkers. ‘Op het YMCA, ga je nooit met honger naar huis’, zeiden een paar mensen met wie ik aan tafel zat. Gelijk hadden ze.
Een meisje van 10 aan de andere kant van de tafel sprak honderd uit. Haar moeder maakte achter haar rug een veelbetekend gebaar naar ons. Ik moest lachen. Ze had ADD (aandachtstekortstoornis) , vertelde ze later , ging dit jaar al voor de negende keer op kamp. Ze kwam uit Limburg maar woonde nu in Friesland (wat een verhuizing) en kent Rotterdam alleen van Diemen (Ligt dat niet in Amsterdam lief meisje? )en de tasjesdieven.
Na de lunch ging iedereen weer aan de slag. We hadden mogelijkheid om ons bij twee verschillende mensen te melden.
Ik herkende een paar gezichten van vorig jaar. En ik wist zeker dat een van die gezichten mij ook herkende. Hij kon me vorig jaar een schop voor mijn kont verkopen, na de streek die ik had uitgehaald. Ik moest hem ontwijken. Ik sloot aan bij de andere groep.
Wij moesten de speeltuin begaanbaar maken en ontdoen van alle bladeren en troep. ‘Als mensen vragen wat je dit weekend gedaan hebt. Dan zeg je :’Ik heb het bos aangeveegd, merkte de leidinggevende op. Ja, het leek net water naar de zee dragen. Toch schoot het aardig op.
Ik viste wat bladeren uit mijn verwarde haren.
Nadat de speeltuin er bij lag, zoals het vorig jaar in de zomer was geweest, ik wist toen niet dat er zo veel werk aan vooruit was gegaan, was er nog een taak om te doen.
We gingen aan het werk en namen elk wat bakstenen voor onze rekening. Ik sleepte stapeltjes van drie van hot naar her. De sportschool is er niks bij en veel saaier, laat me je dat vertellen.
Maar de tijd vloog en toen was het gedaan.
Ik stofte mijn trui af. We hadden goed werk verricht en het was gezellig.
Als bedankje kregen we een gigantische paasei in groen cadeaupapier. Ik stopte de paasei in mijn tas.
‘Tot ziens jongens.’ riep ik naar de rest van de groep die blijkbaar van plan was nog een uur te zitten kletsen.
Ik had wel wat beters te doen en moest bovendien maken dat ik weg kwam als ik niet naar brie en leverworst wou blijven ruiken.De volwassenen, die ook terug keren naar hun jeugd door het kampgevoel dreigden te beginnen aan een voedselgevecht, nootjes waren al door de lucht gesmeten. 'Niet doen! Niet met brie gooien', zei ik toen een van de mannen een blokje brie oppakte. Hij legde de Franse kaassoort neer.
Het was zeker een kwartier lopen naar de bushalte,maar ik deed het met plezier.
Ik banjerde door de bossen, het afgelegen weggetje waar ik goeie herinneringen aan heb en gaf mijn ogen flink de kost. Snuifde de frisse lucht op. De late middagzon veranderde de bomen in de verte in sillihouetten.
Rustgevend, dat was het zeker en het was heerlijk weer. Wat een geluk!

Beekjes stroomden langs het pad. Het enige wat miste was het groene aan de bomen, die er nu zo kaal bijlagen.
Toch was het geweldig om weer terug te keren naar deze plek,waar ik vorig jaar verliefd op ben geworden en waar aan ik vorig jaar mijn hart verloren ben.
![]() |
| kampschuur dat was afgebrand |
Het is zo mooi dat iedereen eigenlijk blij is dat de vorige kampschuur is afgebrand.'Het kostte wat moeite en wat tijd maar nu hebben we ook echt wat', hoorde ik anderen zeggen.
![]() |
| nieuwe kampschuur! |
Toen ik bij de bushalte aankwam bleek het dat ik nog een half uur moest wachten tot de eerste de beste bus langskwam.Het openbaar vervoer in het weekend. Ik zal er nooit aan wennen. Gelukkig was ik in het gezelschap van wat goed muziek en kon ik ondanks mijn vermoeidheid niet blijven stilstaan.
Ik stapte stinkend en al in de bus naar huis.
Eenmaal en eindelijk thuis nam ik een warme, verfrissende en vooral reinigende douche, trok mijn pyjama aan en plofte neer op de bank in de woonkamer.
Gelukkig bood een van mijn allerliefste huisgenoten me een stuk pizza aan en ijs. Daar zei ik geen nee tegen. De avond ging aan mij voorbij.
Het werd een leuke film, met mijn huisgenoten op de bank.
Ook gisteren kon ik me haast niet bewegen.
Maar ik moet het toegeven.
Het was geweldig om weer terug te zijn op het YMCA.
Nog meer verhaaltjes over de avonturen op de YMCA:
- de nacht
- fun at the YMCA (English version of 'the nacht')
- overleven, ontlopen, samenwerken
- groeipijn
- al zou de wereld vergaan



Geen opmerkingen:
Een reactie posten