![]() |
| There's beauty within every flower, even if it's not out there. |
De kinderen renden door elkaar, tikten elkaar aan, knuffelden, duwden en trokken aan elkaar.
Raar.
En raar dat hij me niet eerder was opgevallen.
Hij deed niet mee.
Het leek alsof hij er niet was, maar in zijn eigen wereldje verbleef.
Het kleine jongetje stond met zijn rug tegen de muur en staarde met grote ogen voor zich uit.
'Wat is er? Waarom ga je niet spelen?', vroeg ik aan hem. 'Want de grote kinderen rennen te hard.'
Welke grote kinderen, vroeg ik mezelf af.
Drie jongens speelden een eindje verderop tikkertje, maar dat zag er in mijn ogen niet heel bedreigend uit.
Hij keek verschrikt uit zijn grote kastanjebruine ogen. Zijn haar hing in bruine pieken over zijn voorhoofd. Het huid op zijn roze wangetjes leek droog, maar het kan ook huidschimmel zijn. Zijn lippen waren gescheurd, vol tandafdrukken.
'Wil je met iemand gaan spelen?' Hij pakte mijn hand vast en met zijn warme kleine hand in de mijne liepen we samen een rondje over het schoolplein. 'Wil je met de anderen op de bank gaan spelen?'
Er staat een ronde bank op het schoolplein, waar de kleinsten zich altijd op en omheen lijken te verzamelen. Het is lijkt een soort veilige plek op het plein, dichtbij de overblijfjuffen. zodat er altijd iemand voor ze klaarstaat, waar ze niet omver worden gerend door de wat grote kinderen, , voornamelijk de jongens, die wilde spelletjes spelen.
Hij mompelde iets onverstaanbaars.
Ik dacht dat hij naar iemand op zoek was, dus ik wees wat kinderen aan. 'Wil je misschien met haar spelen?' Geen reactie.
Op een gegeven moment, na een minuut of 5, trok hij me weer richting de muur, naar de plek waar hij aan het begin gestaan had. 'Ik blijf hier wel staan.'
Het liefst bleef ik naast hem staan, maar helaas waren er nog een stuk of 50 andere kinderen die ook wat aandacht op eisden, elkaar elk moment in de haren vlogen, mogelijk struikelden, zich op de een of andere manier bezeerden of met tranen in hun ogen kwamen klagen dat zus en zo, hen dit of dat had aangedaan.
'Ok.', zei ik en liet hem achter om ook wat op de andere kinderen te letten, die alles deden behalve rustig tegen de muur staan en voor zich uit staren.
Teruggekeerd in het klaslokaal pakten de kinderen hun boterhammetjes en drinkflesjes uit hun tassen, op de gang, en gingen smakelijk zitten eten en drinken. Ondertussen kletsten ze honderuit met elkaar, over het beleg op hun boterham of andere dingen.
Hij zei niks, maar staarde weer met grote ogen voor zich uit.
Af en toe zag ik hem diep fronsen naar zijn boterham. Hij nam hele kleine hapjes.
'Hij eet heel langzaam,' zei de andere overblijfjuf. 'Dooreten, je moet groeien.' zei ze tegen hem en aaide hem over zijn bol. Maar dat was duidelijk niet het enige probleem, want langzaam eten hoeft geen probleem te zijn.
'Wat heb je op je boterham?', vroeg ik aan hem. 'Pindakaart,' zei hij. 'Ja lekker he pindakaas?'
'Ja lekker!'
'Ga je zometeen ook tekenen?' De andere kindertjes waren al druk in de weer met kleurpotloden. 'Ja, ik teken iets voor jou.'
'Ik teken iets voor mama!', riep een ander meisje enthousiast. 'Dat kan jij ook doen.' zei ik tegen hem 'iets voor mama tekenen of voor iemand anders. '
'Weet je al wat je gaat tekenen?'
Hij hield zijn fles een hele lange tijd tegen zijn mond en nam, naar mijn idee, heel af en toe een slok.
Toen hij eindelijk klaar was met eten en drinken, want hij moest alles opdrinken, want dat 'moet van de andere overblijfjuf.' ging hij eindelijk tekenen.
Hij hield zijn potlood heel onhandig vast en bewoog het potlood over het papier en maakte wat slordige gele cirkels. Daarna pakte hij een roze potlood en maakte twee roze strepen, een aan elke zijde van de gele cirkels.
'Zal ik je eens iets laten zien?' Dit mocht. Hij gaf me het potlood. Ik liet zien hoe hij het potlood moest vasthouden en nam zijn kleine handjes vervolgens in de mijne.
'Maar ik doe het altijd zo!' Het was het proberen waard. Misschien heb ik de volgende keer meer succes.
'Hoe oud ben jij?, vroeg ik .
'Vier,' zei hij.
'Is hij de jongste hier?' Een van meisje aan tafel antwoordde: 'Ja hij is de jongste.'
![]() |
| de krabbelperiode voor kinderen van 0 tot 4 jaar.. |
'Wat heb je getekend?', vroeg ik na een tijdje. 'Weet ik niet,' zei hij en ontblootte zijn kleine tandjes. Er zat nog steeds wat van zijn bruine boterham tussen.
'Het is klaar', zei hij.
'Maar dan moet je nog wel je naam erop schrijven want je hebt het toch voor mij getekend?'
'Dat mag jij doen', zei hij. 'Voor papa.'
'Laten we het dan samen doen,' stelde ik voor.
Hij spelde zijn naam en ik schreef het op. Waar hij bleef steken schoten de andere kinderen te hulp.
'Maar ik wil er een kaart van maken' fluisterde hij. 'Iets harder praten. Ik versta je niet. ' Nadat hij het voor een tweede keer had gezegd, nu wat harder, kon ik het eindelijk verstaan.
De pauze was afgelopen, maar hij stond erop. Ik toverde nog een ander papiertje tevoorschijn en vouwde het om de andere.
'Voor papa' schreef ik erop en stopte het bovenaan in zijn tas.
'Tot volgende week.' zei ik, toen het tijd was om te vertrekken.
Tot volgende week kleine.
En toen ik wegliep, de school uit, de straat op, de bus in, liet ik een deel van mijn hart achter en nam ik hem in gedachten mee.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten