donderdag 14 maart 2013

Iedereen zijn eigen strijd

In groep 4 kwam ik in Nederland aan, uit Curaçao en werd ik gebombaardeerd tot  niet-Westerse allochtoon. Dat ben ik nog steeds en dat zal ik, tenminste hier in Nederland, altijd blijven.
Wij, mijn ouders, mijn broer en zusje en ik gingen in een klein christelijk dorpje wonen. Doelbewust hadden mijn ouders niet voor de drukte van Den Haag gekozen (godzijdank). Dit betekende wel dat ik een van de weinige kinderen met een donkere huidskleur was op mijn christelijke basisschool de Ichthus.

De ruime definitie van allochtoon is 'iemand waarvan ten minste een van de ouders of hij zelf in het buitenland geboren is ' (CBS, 2000).  Dan kan er nog onderscheid gemaakt worden tussen een Westers en niet-Westerse allochtoon. Westerse allochtonen zijn bijvoorbeeld 'emigranten uit Frankrijk of België of een ander land dat op sociaaleconomisch of cultureel opzicht sterk op de Nederlandse bevolking lijkt' (CBS, 2000). En daarnaast heb je de ‘problematische’ groep: De niet-Westerse allochtonen. 'Onder niet-Westerse allochtoon wordt verstaan: Allochtonen uit bijvoorbeeld Turkije, Marokko, Suriname, Aruba, Bonaire en Curaçao' (CBS, 2000).



Ik kwam aan in groep 4 en vanaf dat moment stond ik bekend als het "exotische" meisje uit Curaçao (en nog steeds). De jaren gingen voorbij. Op een gegeven moment zat ik in groep 8 en de CITO moest worden gemaakt. 




Mijn score was 325 als ik het me goed herinner wat niet echt goed was. De gemiddelde score in 2013 was 455,1 (cito.nl). Ik scoorde dus ver onder het gemiddelde maar ja, wat doe je er aan? 
Het leek mijn docente van groep 8, een wat oudere strenge man, het beste om me niet naar de havo maar naar het vmbo te sturen omdat ik ‘zo’n verlegen, onzeker meisje’ was. Ik geloofde zelf ook niet dat ik het zou redden op de havo, als ik het me goed herinner. 
Onzekerheid was inderdaad een groot gedeelte van mijn gedachten.  Dus werd ik naar de vmbo gestuurd. 



Na een half jaartje op het vmbo viel het echter op dat ik wel hele hoge cijfers haalde en het allemaal best goed snapte, veel beter dan anderen, en ook erg gemotiveerd was.


‘Jij hoort hier niet’, werd er tegen mij gezegd. Ik voelde me inderdaad niet thuis tussen al mijn klasgenootjes die me een nerd noemden en die er soms niks van leken te begrijpen terwijl het voor mij allemaal ‘gewoon logisch’ was. 
Ik werd doorgestuurd naar de havo. Ik trots en mijn ouders trots natuurlijk. Ik kreeg zelfs een reisje Barcelona cadeau van mijn moeder.
Al snel verhuisden we echter terug naar Curacao.




Op de basisschool in groep 8 staan de meeste kinderen op het punt in hun leven waar er een keuze moet worden gemaakt. Dat doen kinderen eigen niet zelf maar dat wordt gedaan door de ouders en de docenten, op basis van een test (de beruchte CITO) en de mening van de docent, met wat inbreng van de ouders. Een vraag die je dan aan je zelf kan stellen is: Is het raar dat de meeste allochtonen terechtkomen op het vmbo en daarna naar het mbo gaan of hoogstens naar de hbo en niet ‘hogerop’ komen in de maatschappij, of eindigen als drop outs?


Voordat je een kind naar een bepaald niveau stuurt, indeelt in een bepaald hokje moet je er wat langer bij stil staan. Waar baseer je deze keuze op en wat voor effect heeft het maken van zo'n keuze op het kind? Het is mogelijk om door te stromen van de vmbo naar de havo, maar daar moet je vaak wel hard voor werken. Het is ook mogelijk om weer terug te vallen en op de havo te beginnen en op het vmbo te eindigen als je geen zak uitvoert of inderdaad niet op je plaats bent.

Maar voordat je zo’n keuze maakt moeten ouders en docenten er rekening mee houden dat er verschillende factoren meespelen die leiden tot de schoolprestaties van een (allochtoon) kind of tot de prestaties op een CITO-toets, dat slechts een momentopname is.


Misschien woont de leerling nog niet zo lang in Nederland en was het leersysteem op zijn andere school in land van afkomst wel geheel anders. De nieuwe taal is zowiezo ook altijd eventjes wennen en misschien begrijpt het niet alle termen. Misschien wordt de leerling in het land waar het is gevestigd wel gepest en voelt hij zich niet op zijn gemak  binnen de klas of binnen de school, dat kan ook. 
Een andere factor die een rol kan spelen is faalangst wat ook samen kan hangen met het beeld dat iemand over zichzelf vormt gebaseerd op de manier hoe anderen met hem omgaan.
Als iedereen je negatief behandeld en er negatief over jouw of je ras in het algemeen gesproken wordt leidt dit tot een self-fulfulling prophecy.





'Self-fullfilling prophecy is de zichzelf waarmakende voorspelling. Het is aanvang een foute definitie van de situatie die een nieuw gedrag oproept waardoor de oorspronkelijke foute kijk waar wordt. Deze schijnbare juistheid van de voorspelling houdt een foute voorstelling van zaken in stand. De voorspeller zal namelijk datgene wat uiteindelijk gebeurd is aanvoeren als bewijs dat hij van begin af aan gelijk had' (Merton, publicatiejaar onbekend).




Niet-Westerse allochtonen in Nederland hebben naar mijn idee vaak een wat lager zelfbeeld dan autochtonen en als ze vervolgens zonder wikken of wegen naar het vmbo worden gestuurd dan staat het vast: Zie je wel, ik ben dom!


De cijfers laten echter ook zien dat niet-westerse allochtonen, ondanks een start in het vmbo, relatief vaak via een indirecte en langere leerroute alsnog de weg naar het hbo afleggen (multicultureelopleiden.nl, 2013). Een meisje van Afrikaanse afkomst dat in mijn werkgroep zat kon hier over mee praten. Zij heeft eerst haar vmbo tl afgerond, vervolgens is ze naar de hbo gegaan en van daar uit is ze op een gegeven moment doorgestroomd naar de universiteit. Haar moeder begrijpt nauwelijks Nederlands. Stel je voor hoe moeilijk dat geweest moet zijn.








 ‘Als het erin zit komt het er op een gegeven moment wel uit’, zei de docent. ‘Als je er de kans voor krijgt wel ja',vulde ik aan.






Helaas krijgt niet iedereen die kansen.
Iedereen groeit in een andere situatie op en niet elke situatie heeft een even goede invloed op de ontwikkeling van een kind. Naast de omgeving ligt het er natuurlijk ook aan hoe het kind zelf is. Heb je te maken met een veerkrachtig kind dat goed kan om gaan met al het pech dat hem toegeworpen kan worden in het leven dan is er een grote kans dat het allemaal wel op zijn pootjes terecht komt.


Ik heb niet veel pech gehad in mijn leven maar durf te zeggen dat ik niet een al te veerkrachtig kind was. Het kleinste en minst geringste kon me klein krijgen. Maar ik heb geluk gehad met een moeder en vader die er altijd voor me waren en er nog steeds altijd voor e zijn, altijd voor me klaar stonden ook al was ik vroeger niet altijd en zonnetje in huis. Er hingen vaak dikke grijze wolken boven mijn hoofd en de buien vielen regelmatig.




Ik had rond mijn achtste tot mijn elfde een hekel aan school. Schoolziek zijn was dan ook echt mijn ding. Ik wilde niet naar school. Het voelde toen, niet alsof ik erbij hoorde. Ik had het idee dat ik niet gezien werd. Ik voelde me net het zwarte schaap,  het lelijke eendje. Als ik er zo uit zag, hoe kreeg ik ooit een vriendje? Vrienden had ik wel, maar toch begrepen die vrienden me niet.



Ondanks alles waar ik niet tevreden over was in Nederland was het afscheid nemen moeilijk.  Het was wel even huilen toen ik wegging, maar heel even maar. Zodra ik in het vliegtuig zat naar Curacao en naar beneden keek naar Nederland dat steeds kleiner werd en daarna uit het zicht verdween, was ik blij dat ik niet langer het meisje uit Curaçao hoefde te zijn.





Op Curacao, in de vruchtbare warme grond waarop ik geboren ben, plantte ik wat meer zelfvertrouwen en liet dit groeien. Ik nam wat van de warmte in me op en veranderde langzaam maar zeker mijn toendertijd wat negatieve blik op het leven. 
De jaren vlogen voorbij en ik bloeide op tot een jonge volwassen vrouw die sterk op haar benen staat en liet het jonge onzekere meisje achter.











Toen het tijd werd om terug naar Nederland te gaan stak ik de oceaan over die mij van mijn ouders, tot we elkaar weer terug zouden zien, zou scheiden. Gelukkig gebeurt dat terugzien en spreken regelmatig via Skype. Ik voelde toen dat ik met een groot dosis zelfvertrouwen op zak, er klaar voor was om het opnieuw te proberen en het eens anders aan te pakken dan ik toen had gedaan.  








Maar op zwakke momenten, als het kleine onzekere meisje weer tevoorschijn komt, als het weer eventjes weer eventjes niet wilt lukken, dan ga ik op zoek en vind ik nog altijd steun bij mijn familie, met name mijn moeder.  Ze leerde me op na het vallen altijd weer op te staan.


Maar niet iedereen heeft dat geluk. Het is niet bij iedereen op schoot geworpen, een hoge intelligentie en een gezellig gezinnetje, eten op tafel, geld op de bank, een wagen of  twee voor de deur. 
Niet iedereen krijgt steun van zijn omgeving, niet iedereen krijgt hulp bij het maken van hun huiswerk.
Niet iedereen krijgt liefde, een knuffel een kus, zo nu en dan een aardig woordje.
Niet iedereen heeft mensen om hen heen die hen begrijpen, in hen geloven en hen motiveren om meer te worden dan ze op dat moment zijn en alles eruit te halen wat erin zit.
Niet iedereen voelt zich thuis, thuis en op school of het land waarin ze wonen of uberhaupt thuis op de wereld.


We komen op aarde en hebben het niet voor het kiezen, waar en wanneer, ook onze ouders en de omstandigheden kunnen we niet met de grootste zorg uitpikken maar we zijn er dus we moeten er toch iets van maken. Iedereen heeft dromen, want dromen kost niks maar sommige mensen moeten er wat harder voor vechten om hun dromen uit te laten komen.




'Je komt uiteindelijk wel waar je wilt komen,' zei het Afrikaanse meisje.
Maar op onze weg naar succes voeren tot dan en altijd, 
allemaal onze eigen strijd.










Geen opmerkingen:

Een reactie posten