Ik zat
in de werkgroep wat heen en weer te wiebelen op mijn stoel. Het werd tijd om
naar huis te gaan. Ik kon me niet langer concentreren. Ik kwam geduld te
kort en geduld is een hele schone zaak in zo’n werkgroep als degene waarin ik
me bevond.
Ook de docente had het er maar moeilijk mee. Ze krabde zich achter haar nek en legde het nog eens "geduldig" uit, voor de zoveelste keer. Nog steeds begreep het meisje, die het eigenlijk nooit zo snel door heeft, het niet.
Ook de docente had het er maar moeilijk mee. Ze krabde zich achter haar nek en legde het nog eens "geduldig" uit, voor de zoveelste keer. Nog steeds begreep het meisje, die het eigenlijk nooit zo snel door heeft, het niet.
Een
ander meisje, niet het meest sympathieke type, dat niet ver van me vandaan zat keek met een scheve uitdrukking op
haar gezicht om zich heen en probeerde oogcontact te maken met iedereen. Soms
viel ze uit tegen het meisje dat haar best deed om het te snappen.
Ja,
die mensen heb je altijd en overal. De mensen die het allemaal wel
begrijpen. Voor hen is het allemaal
‘helder’. Anderen
snappen er helemaal niks van. Voor hen is het allemaal abracadabra, die vragen
van alles (ook al kijken ze soms ook niet verder dan hun neus lang is en zelfs
als ze kijken zien ze alles wazig en kunnen ze er nog steeds geen touw aan vast
knopen)
Ondertussen
zaten de meesten te zuchten, waren ze met hun telefoon bezig, tekenden in hun
schrift of aten uit hun neus. Ze hadden er blijkbaar totaal geen begrip voor iemand die het niet snapte en hadden er al helemaal geen begrip voor als iemand het wel snapte. Het was een groep waarin je vooral niet moest opvallen, wou je er een leuke tijd hebben.
De vragen die gesteld werden veranderden op een gegeven moment in een soort vragenvuur. Hetzelfde meisjes vuurde de ene vraag na de ander. Op een
gegeven moment snapte zelfs de docente het niet meer. ‘Je moet het niet moeilijker
maken dan het is', zei ze.
De docente
besloot op een gegeven moment dat het genoeg was geweest. ‘Kom anders na de les
nog even bij me en dan help ik je bij het begrijpen van SPSS’, zei ze. ‘Eindelijk’,
hoorde je bepaalde mensen opgelucht zeggen. Wat
een fijne groep, wat een begrip hadden ze toch voor elkaar.
Iedereen
is anders. Dat weet toch iedereen? We
zien er natuurlijk allemaal anders uit maar we gedragen ons ook nog eens anders, bekijken dingen op een andere manier en verwerken informatie niet op dezelfde wijze etcetera etcetera. Het was in deze groep blijkbaar moeilijk met deze verschillen om te gaan. Het begrip bleek weer eens ver zoek.
Een groep bestaat altijd om hele verschillende individuen, die je wel op een bepaalde manier kunt categoriseren. Dat doen wij mensen namelijk automatisch: categoriseren. Je hebt de mensen die zich maar moeilijk kunnen concentreren, de
impulsieve die alles wat in hun hoofd komt eruit gooien ook al slaat het soms helemaal nergens op. Je hebt de hyperactieven die niet kunnen wachten tot de les voorbij
is en je hebt de mensen die hun mond houden en voor zich uit staren en de wat onzekere die denken dat ze maar beter niks kunnen zeggen omdat ze waarschijnlijk toch niet het juiste antwoord weten. Dan heb je nog de pessimisten die tegen alles negatief aankijken en 0,0% motivatie kunnen opbrengen en de betweters en de leeghoofden en daarnaast heb je nog de stille wateren met diepe gronden die je nog niet hebt kunnen doorgronden en dan heb je ook nog combinaties van al deze verschillende typen, de impulsieve pessimisten en ga zo maar door.
Nou,
zet dat allemaal maar bij elkaar in één lokaal neer en probeer het allemaal maar
met elkaar te vinden. De docent moet dan ook maar uit zien te zoeken hoe ze
het beste haar les in kan richten zodat iedereen er wat wijzer van word terwijl
de helft op een bepaald moment uit hun neus zit te eten en uit het raam staart want wat gaat het allemaal traag en de andere helft hun hoofden breekt over alles wat ze niet snappen en vinden dat het allemaal te snel gaat.
Het
1,5 uur leek vandaag een eeuwigheid te duren. ‘Het was een leuk college maar het
is geen gezellige groep, dat is een beetje jammer’, zei ik achteraf met tranen
in mijn ogen, die geheel onverwachts in mijn ogen waren gesprongen, tegen de docente.
Ik vind dat je mensen vooral in hun waarde moet laten en de verschillen moet tolereren en niet moet uitlachen en kleineren maar moet helpen en motiveren en zo de kans moet geven om te groeien. Ook al klinkt dat wat tegenstrijdig.
Het meisje dat net de vragen had gevuurd, leek wat er om haar heen gebeurde niet eens door te hebben. Zij hield naar mijn gevoel ook geen rekening met de anderen die zich aan haar ergerden. Zij rolden met hun ogen om haar en ik rolde met mijn ogen om hen. Ik kon totaal geen begrip opbrengen, voor hun onbegrip.




Geen opmerkingen:
Een reactie posten