woensdag 22 mei 2013

Ik ben niet bang voor de wilde dieren...

Het was klokslag 11 uur.
De zon was onder gegaan.
 Buiten was het donker.

Ik was al drie kwartier onderweg en ik moest nog zeker drie kwartier afleggen naar huis,
als het niet langer was.
 Ik zat in de trein.
Op de stoelen aan de andere kant van het gangpad hadden er een tijdje twee meisjes gezeten.
 Ik volgde hun gesprek, best interessant allemaal, en stelde hen op een gegeven moment een vraag.
 Ze vertelden mij dat ze eerstejaars Toegepaste Psychologie studenten zijn, 'bruggertjes', noemden zij het. "Je kan er van alles mee hè, ook voor bedrijven werken enzo?", had ik opgemerkt.
Ja, dat weet ik, maar daar blijft het dan ook bij, wat precies dat weet ik niet.

 Een paar haltes verder namen we afscheid van elkaar.
 "Succes", zeiden zij. "Jullie ook!", antwoordde ik.
 Ons gesprek was oppervlakkig geweest, maar gezellig.

 Een nieuwe groep mensen stapte in maar het bleef rustig.
Voor de twee blonde meisjes die uitgestapt waren kwam een ander blond meisje in de plaats.
Ze zag er moe uit.
De trein reed verder.

Ik zuchtte.
Het was de tweede keer deze avond.
Ik toverde met tegenzin mijn studentenvervoersbewijs weer tevoorschijn.
Ik was moe en ik wilde het liefst gewoon naar huis toe
en ja ik was ingecheckt en ja alles is in orde meneer, fijne avond.

Mijn ene been had ik opgevouwen onder mijn lichaam. Het was een poging geweest om het mezelf zo comfortabel mogelijk te maken tijdens mijn lange reis naar huis.
Ik was me ervan bewust dat mijn voet boven het gangpad bungelde.

De conducteur liep voor de zoveelste keer langs.
In het voorbijgaan wreef mijn schoen langs zijn broek. De conducteur stond abrupt stil, met zijn rug naar mij gekeerd. Nu ga ik het krijgen, dacht ik, en dat op dit uur van de dag!
Toch gniffelde ik en probeerde oogcontact te maken met mijne nieuwe medepassagier die de plek van de twee dames had ingenomen.
Zij keek me niet aan. Ik moest nog harder lachen.
De conducteur keek niet achterom maar klopte meteen zijn broek af, met harde, haast woeste, slagen.
Het leek alsof hij het de ergste zaak van de wereld vond om met wat vlekken op zijn conducteursuniform gezien te worden.
Wat een aanstellerij, dacht ik.
Ik probeerde me zijn gezichtsuitdrukking voor te stellen, maar het lukte niet. Het had van alles geweest kunnen zijn. He-laas, pindakaas voor mij.
Hij liep verder en ik gaapte. Mijn nieuwe medepassagier volgte mijn voorbeeld, zoals dat onbewust gaat met gapen en andere gebaren. Het heet spiegelen en het vormt een band, tenminste dat heb ik ergens gelezen of gehoord.

"Ik ben onderweg naar huis," typete ik naar een huisgenoot, die zich afvroeg waar deze 'ontdekkingsreiziger'  nu weer was beland. Nog voordat ik met zekerheid kon zeggen of het bericht werkelijk verstuurd was of ergens in het medium verloren was gegaan werd het schermpje van mijn telefoon zwart.

Fijn, dacht ik. Het was dus 11 uur 's nachts en ik was op weg naar huis.
Wist iemand überhaupt waar ik was als ik niet thuis kwam en zou iemand zich zorgen gaan maken, vroeg ik mezelf opeens af.  Mijn enige contact met de buitenwereld was verdwenen met het uitvallen van mijn telefoon.
 'Altijd iemand laten weten waar je bent als je ergens naartoe gaat', wiens woorden het zijn geweest weet ik niet precies, waarschijnlijk van meer dan een persoon, vlogen door mijn hoofd.

Wel heerlijk stil zo zonder contact met de buitenwereld, heerlijk rustig.
Het had een eeuwigheid geduurd naar mijn gevoel, maar toen reed de trein Utrecht centraal binnen.
Ik had weer eens geluk. De bus vertrok zodra ik was ingestapt.

De busrit vloog voorbij en al snel naderde de bus de halte waar ik van plan was uit te stappen.
Ik strekte mijn hand uit naar de stopknop.
Het lichtje voor in de bus vloog aan, als teken dat de bus bij de volgende halte tot stilstand zou komen.

De man naast me leek aanstalten te doen om op te staan.
Hij had ook zijn eindhalte bereikt, concludeerde ik.
Ik was uit het boek gestapt waarin ik me had bevonden en keek voor het eerst sinds ik was ingestapt, op een heel opvallende manier, weer naar  hem om.
 Zo kon ik hem tenminste identificeren en dat wist hij dan ook, mocht het gebeuren dat hij mij besloot te bespringen in de hulst van de nacht.
 Toen ik hem goed had opgenomen, kwam de bus tot stilstand.
Ik stond op. Tot mijn grote verbazing kwam de man, die van Surinaamse afkomst leek te zijn, niet in beweging.

 Ik stapte als enige uit de bus.

 Ik stond voor de zoveelste keer voor een dilemma,
de kortste weg nemen, over het paadje tussen de bomen, dat langs die instelling voor criminele jongeren liep of de langere weg nemen dat baad in de straatverlichting en waar af en toe een auto langsrijdt.

Normaal gesproken had ik er op een gegeven moment schijt aan.
Mij zou niks gebeuren: Ik moest vooral niet toegeven aan die angstaanjagende gedachten over mannetjes in de bosjes die van alles konden doen met jongedames die in hun eentje in het donker naar huis liepen.

Ik neem altijd dat pad,
juist omdat ik soms bang ben,
juist omdat ik vind dat je vooral niet toe moet geven aan je angsten,
Als je toegeeft aan je angsten dan voed je ze.
Angsten moet je niet voeden.
En je moet je vooral niet laten leiden door angst.
Angsten moet je verdrijven door vooral te doen waar je bang voor bent.
Maar doen waar je bang voor bent is gemakkelijker gezegd dan gedaan.



Aan de andere kant geloof ik ook dat je iets niet moet doen als het niet goed voelt en dat je voorzichtig moet zijn. Zodra het niet goed voelt: niet doen.
 Vandaag voelde het niet goed, dus ik deed het niet.

 Ik nam het pad niet, dat ik altijd neem.
Ik koos voor veiligere omweg, met de straatlichten en de auto's die af en toe langs rijden, de weg langs het bos, maar niet door het bos.

Op mijn weg naar huis, nog 5 tot 8 minuutjes lopen floot ik een vrolijk wijsje. De beelden van de films die ik veel te vaak hebben gekeken vlogen door mijn hoofd.
Hoe dom kan je zijn, had ik me altijd afgevraagd om geluiden te gaan maken als je alleen bent in de nacht en er gevaar op de loer ligt. Dat deden die personages uit die films namelijk altijd, net voordat het misging. Nu deed ik het zelf.

Maar ik was voorzichtig en oplettend.
 Ik keek verschillende keren om me heen, werd ik niet gevolgd?

Op een gegeven moment staarde ik naar de grond.
Opeens was er een schaduw naast de mijne verschenen.
Ik schrok.
Ik keek verschrikt achterom, alleen om te ontdekken dat ik nog steeds alleen was, net zo alleen als toen ik uit de bus stapte.
Ik was nog net zo alleen, enkel vergezeld door mijn eigen schaduw, die nu de toestemming had gegeven mij de stuipen op het lijf te jagen.

 Maar ik ben meestal alleen en ik loop meestal alleen naar huis in het donker.

Twee jaren geleden, korte nadat ik naar Nederland verhuisd was, nam ik voor het eerst de weg naar huis in het midden van de nacht.
Toen was mijn grootste zorg geweest, de weg naar huis vinden en niet het vermijden dat ik aangevallen werd door enge mannetjes die uit bosjes tevoorschijn sprongen.

Toen was ik het meisje geweest dat net verhuisd was en de weg naar haar nieuwe kamer niet kende.
Nu wist ik de weg en was ik gewoon een meisje dat in het donker naar huis liep.

Mijn vader heeft me vroeger wat technieken geleerd om mezelf te verdedigen mocht het nodig zijn en ik heb er laatst een heel nuttig artikel over gelezen.
Onbewust heeft deze informatie me alleen angst aangejaagd dat ik nu heel bewust erken.
Wat ik me nog van het artikel en de wijze lessen van mijn vader herinner:

  • Schreeuw om hulp.
  • Vecht terug en mik vooral op de neus, want die is erg gevoelig
  • Trap iemand tegen zijn knieschijven, natuurlijk niet in de richting waarin een knieschijf op natuurlijke wijze buigt maar juist andersom
  • Schop mannen in hun ballen, werkt altijd, dat  heb ik niet uit een artikel gehaald, maar dat kan iedereen bedenken.
  • Gebruik als het even kan je ellebogen want daarmee kan je iemand flink beschadigen. 


 Ja, ik kan heus wel mijn mannetje staan als het moet, maar het lijkt me toch makkelijker gezegd dan gedaan.

Angst is heel normaal. We ervaren allemaal angst, opgewekt door verschillende cognities die getriggerd worden door verschillende situaties.
De ene ervaart wat meer angst dan ander en we gaan er allemaal op een andere wijze mee om.

Er is vaak wel een patroon te ontdekken.
Vroeger waren het vuilniszakken en silhouetten in de nacht.
Als ik maar lang genoeg voor me uit staarde, de nacht in, zag ik enge rotweilers op het strand en angstaanjagende gedaantes doken 's nachts in mijn huis op en een gedaante van een meisje verscheen voor het hek, als de honden blaften.

 Als ik thuis was en in het midden van de nacht door het huis sloop om water te halen werd ik standaard overvallen door mijn angst. De oplossing was dan simpel en voor de hand liggend.
Ik wist het: Zodra het licht aan vloog waren de silhouetten verdwenen en waren de meubels weer verschenen, zoals ze er altijd geweest waren.
En die enge rotweilers op het strand, dichtbij dat weekendhuis waar we soms verbleven, bleken toen de ochtend aanbrak vuilniszakken te zijn
Maar dat enge meisje voor het hek van ons huis, die is misschien nooit verdwenen, maar wij verhuisden, probleem opgelost.

Vandaag voelde het niet goed dus om dat pad te nemen, dus ik nam dat pad niet en ik werd niet overvallen door een enge man vandaag maar door mijn eigen angst, dat me als een schaduw achtervolgde.

Ik schudde mijn angst van me af door me te richten op donkerpaarse lucht. Ik vroeg me af waarom die paars was. Daarna staarde ik naar de straatverlichting. Ik luisterde naar het ratelen van de fiets van de Chinees die net als ik waarschijnlijk op weg was naar huis.  Ik richtte mijn aandacht op de bekende man die in de verte zijn bekende honden uitliet.
En ik probeerde te genieten van de stilte in de nacht en het feit dat ik alleen was.

Mijn angst verdween en het werd stil in mijn hoofd en toen genoot ik van de stilte.
De man in de bosjes verdween,
net zoals de rotweilers en die angstaanjagende silhouetten vroeger en dat meisje voor mijn hek vroeger waren verdwenen.
Toen besteeg ik fluitend de trappen naar mijn vertrouwde kamer.

"Met negatieve gedachten trek je negativiteit aan," zegt mijn moeder.
"Altijd voorzichtig zijn," zegt mijn vader.

En wat denk ik, wat vind ik:


Onze grootste angst, is onze eigen creatie.
Er zat nooit een monster in de kast,
of onder ons bed.
Het monster huiste in ons hoofd.
Onze grootste vijand, zijn we zelf.
Wij zijn onze enige obstakel.
en angst en obstakels, die moet je overwinnen. om 'vrij' te kunnen zijn.
Dus de volgende keer maar weer dat pad nemen. Vooral niet aan de angst toegeven.



Tenzij het niet goed voelt, dan niet natuurlijk
en wel voorzichtig zijn en alert blijven,
Contact met de buitenwereld kunnen maken,
ook heel belangrijk!


2 opmerkingen:

  1. I learned that courage was not the absence of fear, but the triumph over it. The brave man is not he who does not feel afraid, but he who conquers that fear. - Nelson Mandela

    Spannend verhaal schat :)

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Haha thanks! <3 My only comment like always :P It was annoying to be afraid xD whaha, but it made a great story.

      Verwijderen