vrijdag 10 mei 2013

Jij maakt het verschil.

De bus kwam voor mijn neus tot stilstand.
Ik stapte in.
De buschauffeuse zag eruit alsof ze het allemaal niet zo zag zitten. Ze was rond de 60 jaar oud, schat ik, met wallen onder haar vermoeide ogen. Haar stem klonk alles behalve opgewekte toen ze de binnenstromende passagiers begroette. Ik groette haar zo opgewekt mogelijk en lachtte haar toe.


De bus zat aardig vol. Veel keuze had ik niet. Er waren nog zat plekken, dat wel, als wat mensen niet zo asociaal deden en besloten hun tassen van de stoel naast hen te halen en op de grond legden.
Ik liep het trappetje in de bus op en keek recht in de ogen van een mooi meisje. Ze zag er vriendelijk uit. Naast haar was nog een plekje vrij. Ik begroette haar en nam plaats. Zij begroette mij met een zachte 'hey'. Ze klonk voorzichtig, haast verlegen. 
Ze luisterde naar haar muziek, gezellig, dacht ik. Ik las mijn boek, omdat het moet en de tijd in het openbaar vervoer daar vaak wel goed voor gebruikt kan worden. 
We naderden de bushalte waar men normaal gesproken uitstapt om over te stappen naar een volgende bus om naar de universiteit te gaan. Zij deed haar bril op.' Moet je er hier uit', vroeg ik. 'Nee', zei ze. Ze moest lachen. 'O, dat dacht ik.' Ik lachte ook.
'Heb je een pen en een papiertje? Ik moet iets opschrijven.', zei ze opeens. Ze klonk heel geheimzinnig. 'Ik kan het niet zeggen.'
 Gelukkig zit mijn tas meestal vol pennen. Ik toverde een pen tevoorschijn en een envelop waarin een brief zat van de ING bank. Die mocht ze wel gebruiken.

Ze liet me eerst de foto's zien van de twee vermiste jongens en wees er eentje aan. 
De twee broertjes vermist uit Doorn. Ze waren bij hun vader, toen die zelfmoord pleegde. Sindsdien zijn ze niet meer gezien. Ik vrees het ergste. 


Nog voordat ze begon te schrijven wist ik waar zij op doelde.'Ik snap het', zei ik en staarde naar het jongetje dat net samen met een man de bus was ingekomen en nu, door een tekort aan stoelen omdat mensen zich so asociaal kunnen gedragen, bij de deur stond.

'Kan je het lezen?', vroeg ze. Ik hoefde het niet te lezen om te weten wat ze bedoelde.
Het jongetje hield zijn arm vast en hij aaide hem af en toe door zijn blonde haren.
 "Volgens mij is het hem niet", zei ik, nadat ik de twee een tijdje had geobserveerd. Nadat ik had gezegd dat ik zeker wist dat het niet een van de broertjes was, haalde het meisje naast me opgelucht adem. 'Goed, dat je oplet', zei ik. 'Het zou toch juist goed zijn, als het hem wel was? Het zou toch juist goed zijn om te weten dat ze nog leven.'
We spraken over het incident, verschrikkelijk. 'Het klopt niet', zei ze. Het rare is, vind ik, en dit vertelde ik ook aan haar, dat niemand in de omgeving het doorhad dat het niet goed ging met de vader van de twee broertjes. Zijn buren zeiden dat het altijd een vrolijke man had geleken.  Dat niemand door had dat hij op een dag gewoon zelfmoord had kunnen plegen, nadat hij zijn twee zoons waarschijnlijk eerst van het leven heeft beroofd, dat is toch raar? Het is ontzettend raar dat niemand het had zien aankomen.

Ze vroeg me wat ik studeerde, omdat ik zat te lezen.
Zij doet toerisme en wilt uiteindelijk stewardes worden.
Uit het accent,ergens ver weg, in haar stem maakte ik op dat ze Turks is, maar ik zal het waarschijnlijk nooit zeker weten, en wat maakt het eigenlijk ook uit?
Ze stapte uit, een halte voor de mijne.

 "Mensen dragen tegenwoordig maskers", had ze gezegd. 
Die maskers die  zijn angstaanjagend. Dat mensen voelen dat ze moeten huilen maar dan toch maar lachen en er nooit over praten, alles maar opkroppen. Het is toch raar?





'Het was gezellig', zei ik toen ze opstond om de bus uit te lopen. Voordat ze uitstapte draaide ze zich om. 'Hoe heet je?', vroeg ze. 'Xenia', zei ik. 'en jij?'
Haar nam was Elwira. Misschien was mijn naam al lang vervlogen op het moment dat ze de bus uitstapte en misschien ook niet. Ik besloot haar naam in ieder geval goed te onthouden want vandaag maakte zij, onder andere, het verschil.

Toen de bus bij de eindhalte aankwam wachtte ik bewust tot iedereen uit de bus was gestapt en liep toen naar voren. 'Alles goed', vroeg ik nadrukkelijk aan de vrouw achter het stuur. Ze schoot in de lach. Dit had ze natuurlijk nooit verwacht. 'Ja hoor, met jou?', vroeg ze. 'Ja ook', zei ik. Ik wenste haar een hele fijne dag en een fijn weekend. Er verscheen een grote glimlach op haar gezicht. Met een even grote glimlach op de mijne sprong ik uit de bus en vervolgde ik mijn reis.

Door zoiets simpels,
 zoiets kleins,
dat zo veel kan betekenen,
aan een ander te geven,
kan ook jij het verschil zijn. 


Geen opmerkingen:

Een reactie posten