dinsdag 15 april 2014

ie-aa

We liepen na een bezoek aan het restaurant, na heerlijk te hebben gegeten,veel te hebben gelachen terug naar het station. Mijn zusje wou de bus pakken. Ik wou persee lopen. Zo gezegd zo gedaan. Het bleek dat mijn GPS ons op de heenweg wat had omgeleid. In plaats van 13 minuten deden we er nu naar schatting maar 5 minuten over. Fijn.

Het was niet mijn geluksdag, dat was al gebleken maar ik was het even vergeten. Ik lette even niet op en toen ging het fout. Aangekomen op het station waren we klaar om in te checken en in de trein naar huis te springen. Er was echter een probleem(pje): Waar was mijn portemonnee?

Ik zocht overal, haalde de plastic zak ,waarin het schilderij zat die ik voor mijn zus had geschilderd en nog wat ander spul,verschillende malen overhoop. Ook mijn tas keerde ik ondersteboven terwijl ik eigenlijk al in een oogopslag had gezien dat mijn portemonnee er niet in zat. He-laas.

Teruglopen, dat was ik van plan. Misschien, heel misschien zou ik het zien liggen, mijn bruine nepleren portemonnee. Misschien, heel misschien zou ik het steentje, een roze kwarts die ik aan mijn portemonnee heb bevestigd, in het maanlicht zien glinsteren.


'Ben je boos?', vroeg ik aan mijn zusje die achter me aan slenterde terwijl ik precies dezelfde route die we eerder hadden gelopen weer terug liep .'Nee', zei ze. Ik  geloofde haar niet.
Hoe verder we liepen hoe minder ik haar geloofde. Ze baalde.
Ik baalde ook. Hoe kreeg ik het nou weer voor elkaar? Zo had de dag niet moeten eindigen.
Ik keerde de zak nog een keer ondersteboven en mijn tas ook.
Het moest daar zijn, maar nee, toch niet.


We liepen echt precies dezelfde weg terug. Ik was best trots op mezelf omdat ik me de hele weg kon herinneren, terwijl dat niet een van mijn sterke kanten is. Mijn zusje wou naar huis. Het was haar verjaardag. Ze had eigenlijk met vriendinnen afgesproken maar slenterde door de woonwijken Voorschoten op een hopeloze zoektocht naar een portemonnee die haar zus weer eens verloren was.

Ik  had meteen het restaurant gebeld maar ook daar hadden ze mijn portemonnee niet gevonden.  We liepen de weg terug en liepen daar naar binnen omdat mijn zusje moest plassen. Daarna liepen we voor de derde keer dezelfde weg, weer terug naar het station. Ik staarde in het donker, over-optimistisch, naar de grond: niks.





Mijn voeten deden pijn in mijn krappe  zwarte laarzen met veel  te hoge hakken. Welgeschat hadden we die dag zo'n 5 kilometer gelopen. Au. Ik liep wankelend door

Eenmaal terug op het station wilde mijn zusje geen tijd meer verliezen. Ze had 20 euro voor me gepind en had zich daarna naar de trein gehaast. Ik zou een kaartje kopen en haar volgen maar hoe moest ik bij de automaat een kaartje kopen met 20 euro contant?

Opeens verscheen er een blond meisje met een paardenstaart uit het niets. 'Ik kan wel voor je betalen', zei ze. Ik haalde de 20 euro biljet uit mijn portemonnee. 'Ok, dan geef ik je deze 20 euro en dan geef je mij de rest van het  geld terug.'
'Waar moet je naar toe?', vroeg ze en typete mijn bestemming in in de automaat. Ik moest van Voorschoten naar Utrecht en zonder korting want mijn studenten reisproduct zat immers in mijn portemonnee, net als mijn bankpas, mijn rijbewijs, mijn identiteitskaart en nog een muntje van 50 cent, geen centje meer.

Toen ik mijn ticket in mijn hand had wou ik haar de rest van het geld geven. 'Nee hoeft niet. Ik betaal het wel voor je', zei ze. 'Succes ermee', en ze verdween net zo snel als ze verschenen was.

Ik keek op het automatische informatiebord. Wat een geluk! Ik had nog een minuut om de sprinter te halen die mijn zusje ook zou nemen. Ik rende de trap op naar het perron.








Mijn zusje zat nog op de  trein te wachten.
'Dat meisje heeft mijn kaartje voor me betaald!', zei ik opgewekt,blij verrast door de actie van de barmhartige samaritaan. Wat een engel!













Eenmaal thuis was ik erg vermoeid van de dag. Het was een beetje raar geweest om niet uit te hoeven checken toen ik uit de trein stapte.
Het was nog raarder om met contant geld te moeten betalen in de bus.










Toen ik thuis kwam haalde ik ook mijn tassen overhoop die thuis lagen
 en controleerde ik de zakken van mijn jassen aan de kapstok ,voor de zekerheid
maar natuurlijk was mijn portemonnee niet daar.
Wie hield ik voor de gek?

Het goede nieuws was dat ik mijn portemonnee niet op straat had gevonden dus iemand heeft het waarschijnlijk van de grond geraapt.
Het slechte nieuws is dat ik het dus was verloren..maar ik had nog hoop.


Er zijn vriendelijke, goedhartige mensen op deze wereld,
was me weer eens overduidelijk geworden.









En ja... om het weer eens over die ezel te hebben.
'Een ezel stoot zich niet twee keer aan dezelfde steen.'

Hoe vaak was ik al mijn portemonnee verloren of mijn telefoon of was ik mijn bankpas ergens vergeten? Ik was de tel kwijt. Als mijn hoofd niet vast zat...
He-laas.
Ik ben geen ezel.




Wil je lezen over nog meer van dit soort momenten?



Geen opmerkingen:

Een reactie posten