woensdag 30 april 2014

Schloss Charlottenburg




Het was tijd om de bus te pakken. Ik had gehoord dat Duitsers best kunnen discrimineren. Deze gedachte hield ik ergens in mijn achterhoofd.

We liepen op de eerste de beste bus af. ‘Which bus do we have to take to Schloss Charlottenburg?’, vroeg ik. ‘This one’, zei de buschauffeur. Het was een vriendelijke kalende man met een grote buk. Ik besloot een foto van de bus te maken. We maakten nou eenmaal foto’s van zo’n beetje alles.


De man in de bus toverde een grote grijns op zijn gezicht. Door het reflecterende glas van de bus was hij niet te zien.




Ik besloot een andere van hem te maken als herinnering aan de vriendelijke buschauffeur.











 We stapten in bij Wilmerdorfer Straße en stapten uit bij het Schloss park. Om ons heen waren er prachtige huizen te zien, op een ouderwetste stijl gebouwd, gedetailleerd met mooie pilaren. We merken iets grappigs op. Als eeen straat bijvoorbeeld Saurezstraße heette, was er ook een restaurant die restaurant Suarez heette en ook lag daar dan de Suarez Apotheke. We moesten hier om lachen.



We liepen de Schloss Charlottenburg in, een groot fantastisch mooi, gigantisch groot (een beetje te groot naar mijn idee) paleis.

Vanaf 1701 werd het slot gebruikt als zomerhuis van Sophie Charlotte. Na de dood van Sophie Charlotte is het slot dat eerst Lietzenburg heette omgedoopt tot Charlottenburg door koning Frederik I van Pruisen.

Links zie je koning Frederik I en rechts zie je Sophie Charlotte, voormalige gebruikers van het paleis.

Tot onze grote genoegen konden we een audiotour volgen in het Engels. Ik kan wel wat Duits spreken maar niet zo goed dus dit kwam heel goed uit.
 Ik vond het wel een beetje te veel van het goeie. We moesten niet alleen een ticket kopen van 8 euro, met korting omdat we gelukkig student zijn, maar we moesten ook een fototicket kopen. Ik had hier aanvankelijk geen begrip in. Achteraf besefte ik, nadat mijn beste vriendin het had opgemerkt, dat dit een hele goede manier was om het maken van foto’s binnen het museum te beperken. Als mensen flash gebruiken zou dit de stukken in het paleis kunnen schaden.




Het paleis hing vol met schilderijen.

De deurkozijnen
De deurkozijnen waren van hout gemaakt met kleine en prachtige details waar we versteld van stonden en een van de kamers was volledig gevuld met porselein, iets waar Prinses Charlotte vroeger blijkbaar erg dol op was geweest.
Een hele kamer vol porselein.















Overal stond er prachtig meubilair met Chinese afbeeldingen er op, iets waar Prinses Charlotte van bleek te houden.

Meubilair in de Chinese stijl
 De kamer waren prachtig. Wat het meeste indruk maken was het plafond, waarop goddelijke taferelen waren afgebeeld.









Het was mooi om te leren Koning Frederik I zijn paleis had omgedoopt tot Charlottenschloss en had ingedeeld naar de smaak van zijn vrouw als eerbetoon aan Charlotte,  nadat zij was overleden met 37 jaar. Prinses Charlotte hield van muziek en kunst. Waardoor zij is overleden op zo’n jonge leeftijd is voor mij nog steeds een raadsel.

Nog meer indrukken van alle schoonheid in het paleis.


Het paleis en daarachter waar al die bomen staan en het water ligt de tuin.
 Na het bezoeken van het paleis liepen we even door de tuin die groter dan het paleis was en eigenlijk te groot was om er door heen te lopen. Gezinnen lagen op het gras, anderen barbecueden. Midden in de tuin lag er een groot meer. Het paleis had geld gekost maar de tuin was openbaar. Het was rustgevend om door de tuin te lopen, ook al gingen wij er door gebrek aan tijd en een druk programma met een sneltrein vaart door heen. Ik zou mijn tijd nemen als het mijn achtertuin zou zijn. Mijn kinderen zouden er op hun gemak spelen. Ik zou er met mijn hond lopen. Ik zou in het gras liggen en van de natuur genieten. Ik droomde bij de gedachte weg maar de tijd stond niet stil en en er was nog veel te doen.



Een foto van een blik op de tuin.

We lieten al snel het natuur achter ons en gingen weer de stad in. Op puur geluk begonnen we een kant op te lopen en staarden in de verte op zoek naar een ‘H’ wat op halte duiden. De halte moest toch ergens zijn. Het was een stukje lopen. Toen we aankwamen bij de bushalte restte er nog 2 minuten voor de bus zou arriveren. Dit kwam ons heel goed uit want er was geen tijd te verliezen. Was eine Glück (Wat een geluk), dacht ik in mijn gebrekkige Duits.

We stapten met onze dagkaarten die ons 16 euro per dag hadden gekost in de bus en daarna in de trein. Volgende bestemming Berliner Dom.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten