Ik legde mijn telefoon op mijn bureau, ver van mijn bed en legde mijn hoofd op mijn kussen. Ik had dezelfde dag nog mijn plek op de reservelijst geaccordeerd. Dit betekende dat ik vanaf 8 uur gebeld kon worden voor een of andere dienst die opeens vrij kwam omdat een of ander persoon opeens ziek was of wegens een of andere andere reden niet op werk aanwezig kon zijn. Stiekem hoopte ik dt ze niet zouden bellen maar eigenlijk hoopte ik ook weer van wel, maar dan in ieder geval niet al te vroeg.
Om 11 uur werd ik door mijn rinkelende telefoon gewekt uit een heerlijke en lange nachtrust. Werk. Prima tijdstip maar ik had nog een slaperige kop. Ik sprong uit bed en nam mijn telefoon op. Ik probeerde zo opgewekt mogelijk te klinken en niet alsof ik net uit bed was gestapt. Gelukkig, mijn ochtendschorheid bleef uit. 'Goeie morgen', klonk het aan de andere kant van de lijn en of ik nog van 11:30 uur tot 15:00 uur kon werken. 'Uhh...waar is het?' Dit wou ik eerst weten, omdat ik soms ook wel eens naar Hilversum wordt gestuurd en dat dit dan wel een probleem zou kunnen worden. 'Dichtbij Utrecht centraal', luidde het antwoord. Een half uur met de bus dus en eerst nog douchen en ontbijten, ging het door mijn hoofd.Zou ik dat voor elkaar krijgen? 'Ik zal wel wat later zijn...', zei ik heel eerlijk en heel voorzichtig. 'Ja, dat maakt niet uit. Ik heb je ook laat gebeld. Ik zal het doorgeven.', zei een van mijn werkgevers van het uitzendbureau. Wat werk ik toch voor een fijn uitzendbureau!
Ik sprong onder de douche. Dat werd geen cappuccino vanmorgen, helaas. Ik sneed twee dikke boterhammen en smeerde daarom een flinke laag pindakaas en jam (peanut butter & jelly). Tussen mijn handelingen door probeerde ik erachter te komen hoe laat de bus zou vertrekken, ook al wou mijn internetverbinding van mijn telefoon niet meewerken. De bus om 9 over 11 had ik sowieso gemist en de volgende ging om 11:24 uur, stond er eindelijk op mijn beeldschermpje vermeld. Ik had nog 6 minuten om te ontbijten.
Ik propte een overrijpe banaan in mijn handtas en vertrok met mijn boterhammen achter mijn kiezen naar de bus. Ik heb een hekel aan haasten maar ook aan te laat komen. Hier was nu weinig aan te doen maar toch probeerde ik de schade zo veel mogelijk te beperken. Onderweg naar de bus wenste ik verschillende malen dat de bus voor de verandering eens op tijd zou zijn. Dit was ook zo, voor de verandering. 'Goeie morgen het is bijna middag', zei de buschauffeur opgewekt met een glimlach op zijn gezicht. Mijn dag kon nu al niet meer stuk.
Toen ik uit de bus stapte om 11:44 uur moest ik nog uitvinden waar dat gebouw dan zat. Gelukkig had ik het al snel gevonden en liep ik er rond 11:50 uur naar binnen. De receptioniste was aan de telefoon en bleef een tijdje aan de telefoon terwijl ik hoopte dat ze op zou hangen want ik was laat en aan het wachten en die persoon aan de lijn kon ook wel even wachten. Ik wachtte en wachtte en toen zij eindelijk uitgetelefoneerd was moest ik weer wachten totdat ik opgehaald zou worden door iemand, omdat ik er voor het eerst was. Ik zag het restaurant toch zeker liggen? Ik kon er ook alleen naartoe lopen, maar dit was waarschijnlijk het beleid van het bedrijf. O..K.
Ik werd opgehaald door een aardige kleine Nederlandse mevrouw met kort haar. Ze leende me een van haar schorten die ze zelf uit huis mee nam. 'Anders word je zo vies in de spoelkeuken', zei ze. Wat aardig. Later vertelde ze dat ze twee dochters heeft van 27 en van 29 en dat ze wel mijn moeder had kunnen zijn.
De rest van de dag werkte ik voornamelijk samen met Fati, zoals ze werd genoemd door haar collega's. Fati was erg vriendelijk en gezellig. Ze lachtte de hele tijd. Ze maakte praatjes en grapjes met de klanten. De klanten groetten haar en ook toen ik ze op de gang tegen kwam waren ze erg vriendelijk. Het restaurant van het bedrijf was erg vrolijk ingericht, vol kleuren en er heerste een goede sfeer. De borden en kommetjes waren zwart en wit. 'Erg leuk dat zwart en wit', zei ik. Fati legde aan mij uit dat het zwarte staat voor ambacht en het witte voor alles wat vergeten is zoals grootmoeders soep. Helaas was er geen tijd om een wandeling door het restaurant te maken om te kijken hoe de gerechten eruitzagen. Ik was erg benieuwd naar grootmoeders soep.
Fati dronk wat water terwijl sommigen van ons in de pauze wat aten. 'Ik ben om kwart voor 3 opgestaan om te eten', vertelde ze. 'We mogen eten totdat het witte in de lucht zich met het zwarte mengt.' Een andere Nederlandse collega vertelde dat ze dat 'het blauwe uur' noemen. Ik had daar nooit bij stilgestaan, laat staan dat ik er een naam voor had bedacht. Ik lig dan meestal nog in bed.
'Hoe lang duurt het al?', vroeg ik aan Fati. Zij vertelde dat het nu de derde dag is. Water drinken doet ze blijkbaar wel maar dat kan ook niet anders als je in de catering werkt. Het is hard werken.
'Mo heeft vanochtend niet gegeten want hij had zich verslapen', vertelde ze. Arme jongen. Ik vraag me af hoe hij dat een hele dag tot kwart over 10 wanneer de zon in de zomer eindelijk weer onder gaat volhoudt.
'Ik noem je Sinia', zei Fati lachend. 'Sinia betekent in het Marokkaans dienblad.' Ha ha, fijn.
Voor de rest werkte ik nog met met de Aziatische Silvia van welgeschat, rond de 50 jaar. Silvia liep klikklakkend op haar hakken om de zo veel tijd de spoelkeuken binnen en bracht weer nieuwe vaat. Ze sprak gebrekkig Nederlands maar wist het wel duidelijk te maken dat ze complimenten had gehad door de klanten over haar benen die in een doorzichtige panty onder haar rok vandaan kwamen. 'Morgen nog korter?', grapte ze naar de leidinggevende.
Ze had geen man en geen kinderen terwijl Fati wel getrouwd is. Het werd mij ook duidelijk dat Silvia vanavond een afspraakje had gepland. 'Je kan heus wel een avondje zonder', zei Fati. 'Niemand gaat dood zonder seks,' zei Silvia, 'maar ik wel'. Ik barstte in lachen uit. Eigenlijk lachtte ik de hele dag.
Toen ik klaar was om te vertrekken moest ik me eerst even melden bij de leiddinggevende. Die mysterieuze vrouw in het nette pak die naar me lachtte en soms knipoogte op de gang bleek de leiddinggevende te zijn. Dit vermoedde ik al maar toch wist ik het niet zeker. Ik stelde mezelf eindelijk voor en liet weten hoe gezellig ik het vond.



Geen opmerkingen:
Een reactie posten