maandag 16 maart 2015

Stomme mannen zijn soms zo stom nog niet.

 ‘Ligt het aan mij?’ of ‘Heb je dit niet nodig?'
'Ja allebei eigenlijk. Ik snap niet zo goed waar dit naartoe gaat', gaf ik heel eerlijk toe. 
‘Ik weet ook niet zo goed wat ik moet doen. Je zegt eigenlijk alleen maar dat het goed gaat. De ene week gaat het goed, de andere week gaat het beter. Waarom ben je eigenlijk hier? ‘

Ik zweeg even terwijl ik een antwoord probeerde te bedenken op die vraag. Ja waarom, dat vroeg ik me ook af.  Ik was er weer met tegenzin naartoe gegaan. Ik wil niet. Ik wil niet. Ik wil niet, vloog er door mijn hoofd terwijl ik mijn jas aan trok en me naar de bus haastte omdat ik te laat was.

Ik had voordat ik zijn kamer binnen liep een bezoek gebracht aan het toilet. De mensen die dat toilet bouwden namen het bouwen van het kleinste kamertje van het huis wel erg serieus. Ik kon me nauwelijks om mijn eigen as draaien en voelde me in de kleine ruimte op slag clausterfobisch. 

Daar zat ik dan, op een gemakkelijke grote zwarte stoel en voor me lag het aantrekkelijke besluit om er een punt achter te zetten en naar huis te gaan en nooit meer terug te keren. Als ik nu weg loop hoef ik deze stomme man die helemaal geen begrip voor me heeft, stomme opmerkingen maakt en geen moeite doet om te onthouden wat ik hem vertel en steeds maar dezelfde vragen stelt nooit meer te zien, dacht ik. Dat klonk zo slecht nog niet. Maar... in plaats van weg te lopen zette ik die gedachte opzij en probeerde ik te vertellen wat me een soort van, af en toe dwars zit.

Een kwartier later stroomden de tranen langs mijn wangen.  'Achter je liggen zakdoeken' zei hij. Ik reikte achter me en trok een zakdoek uit de verpakking en begon er mijn zee van tranen mee te deppen. Het zakdoekje raakte doorweekt maar bleef in tact. 'Sterk zakdoek', zei ik en moest eigenlijk wel een beetje om mijn eigen opmerking lachen. Ik bleef een tijdje zo zitten, starend naar het stuk papier dat ik tussen mijn handen in kleinere en dan weer in grotere stukken vouwde. We zeiden beiden niets totdat hij de stilte verbrak 'Interessant zakdoek he?'
'Ja', zei ik.
De tranen kwamen zomaar want het ging prima. Er was niks aan de hand, tenminste niks serieus. Zo erg was het allemaal niet maar hij had toch best wel veel begrip voor wat me een soort van dwars zit, af en toe. Misschien...was hij zo slecht nog niet. 

Het uurtje was al weer voorbij. Tot over twee weken, zei ik. We gaven elkaar een hand. Terwijl ik het tuinpad af liep besefte ik dat ik nu opeens niet meer zo erg tegen de volgende ontmoeting op zie.











Geen opmerkingen:

Een reactie posten