donderdag 2 april 2015

Fijne avond!

Niemand vindt het fijn om naar het toilet te gaan in de trein maar als je moet dan moet je. Als je weet dat je daarna ook nog in een bus moet stappen en dat het nog zeker een half uur duurt voordat je thuis bent, dan moet je: in de trein!
Er was geen toiletpapier meer, tenminste geen droge want het lag allemaal in de wasbak. In het toilet lag een wcrol en een verpakking van ontbijtkoek.Ik probeerde zo min mogelijk aan te raken. Gelukkig heb ik gedurende mijn leven veel geoefend en kan ik mezelf nu haast een professionele zweefplasser noemen. Ik weet goed balans te houden, ook in bewegende voortuigen, en in de pot te plassen en niet ernaast zoals mannen dikwijls doen (stelletje varkens).
Ik gebruikte bij het plassen een van mijn superkrachten, namelijk mijn turboplas, en verliet het hokje zo snel mogelijk, en voor het sluiten van de deur gebruikte ik de mouw van mijn jas.

Het was, op het toiletbezoek na, een fijne reis. Ik had genoten van de oude, modieuze dames in de trein. Een van de dames besloot even met haar kleinkind te facetimen. 'Dag omaaa!', klonk het door de trein. 'Hoe gaat het daar? Hoe was jullie dag? Wat hebben jullie gedaan?' Ze spraken even met elkaar en alle andere dames kletsten mee. Ze waren allemaal familie van elkaar, geloof ik. 'We gaan zo rijden dus ik ga hangen', zei de dame na een tijdje. 'Doei oma! Ik kan niet wachten om je zondag te zien. I love you!', schreeuwde het meisje vrolijk. Ik kon haar zien op de iphone waarmee ze met elkaar communiceerden en ze leek een jaar of 9.
'Iedereen in de trein heeft kunnen meegenieten', zei de dame, de oma van het meisje, lachend toen ze op hing. 'Ja', zei ik en lachte naar haar.
Ik luisterde de 1,5  uur die volgde naar hun rare accenten en hoe ze vertelden dat ze het eng vonden 'toen ze deur die tunnel gingen' dat onder water 'deur ' liep. 
Op een gegeven moment haalde een andere trein ons in en toen zei er eentje: 'Ik kijk nu die andere kant op want het lijkt alsof we naar achter bewegen en ik ken dahr niet tegen', Ik keek naar buiten en ze had gelijk, dat leek inderdaad zo.
Weer een andere oude dame raakte in paniek omdat ze dacht dat ze haar telefoon kwijt was. 'Heb je al in dat ritske gegeken of dat vakske?', vroegen de anderen aan haar. Ze spraken over hun vakantie en een van de dames vertelde over haar vakantie en hoe ze een keer vast zaten in de 'sneu' en dat vond ze echt nie leuk 'heur'. 
Ik legde mijn hoofd op mijn tas dat naast me op de stoel lag en deed mijn ogen dicht maar hield mijn oren gespitst. Ik luisterde naar hun verhalen over hoe de dag was verlopen, dat de zon scheen en dat het op een gegeven moment in een winkel wel 35 graden leek. Mijn oma en ik hadden in dezelfde stad om dezelfde tijd van de dag lopen bibberen van de kou dus dat leek me wat overdreven.

Twee van de dames vertelden aan de anderen hoe twee van hun honden waren verdronken in de vijver. Hierdoor moest ik denken aan mijn hond, die mijn broer heeft gevonden drijvend in onze vijver. Ik was er niet bij maar toch is er een akelig beeld mij bijgebleven.
Ze spraken ook over hun honden die achter loopse reuen aangingen en over of ze nog wel of geen seks meer konden hebben nadat ze gecastreerd waren. Hier moest ik om lachen.
 Na 1,5 uur hadden zij hun bestemming bereikt. Een voor een klopten de dames , lieve omafiguurtjes, me op mijn schouder toen ze de trein verlieten. 'Wel thuis meid', zeiden ze. 'Fijne avond verder en een fijn paasfeest', zei ik. 'Het was gezellig.'
Ik vond het haast jammer dat ze uit moesten stappen. Nu moest ik 'alleen' verder. Ik merkte hoe de sfeer in de trein in één klap veranderde toen er een nieuwe, grotendeels dronken, menigte, de trein bestormde.  Een grote groep jongeren kwam de trein binnen, waggelend en riekend naar bier en rook. Ik staarde naar de halfvolle blikjes bavaria in hun handen (Je mag toch geen alcoholische dranken drinken op straat en in het openbaar vervoer?)
Een mevrouw en haar vriendin namen aan de overkant van het gangpad plaats. Ze klaagden over het hun werknemers en werkgevers en over hoe het was om te werken binnen hun bedrijf.

Drie kwartier later duwde ik een grote paarse koffer voort door de Hoog Catherijne in Utrecht. Het was er druk. Ik hoorde geschreeuw en gelach en flarden van gesprekken. De meeste mensen waren overduidelijk dronken. Studentenavond, het was te verwachten. Ik herinnerde me toen het evaluatieformulier dat ik had ingevuld over het openbaar vervoer en wat ik had ingevuld als antwoord op de vraag of ik me op het treinstation overdag even veilig voel als 's avonds na 22.00 uur. Het was 22.59 uur.  Ik voelde me eerlijk gezegd niet helemaal veilig tussen die vele (dronken) feestgangers, voornamelijk mannen, maar ik was vastbesloten naar de Mac Donalds te lopen om nog even te genieten van een Mac Flurry alvorens in de bus te stappen naar huis. Ik had al de hele dag uitgekeken naar iets lekkers en naar iets lekker zoet. 

Ik naderde de (rol)trap maar ik zocht naar een lift. Ik zag er een maar dacht te weten, uit ervaring, dat die ergens anders naartoe zou leiden, of had ik het mis? Ik stond te twijfelen en besefte niet dat er twee jongens achter mij langsliepen. Eentje had een fiets in zijn hand. 'Heb je hulp nodig?', riep hij naar mij. Het vriendelijke aanbod verbaasde me enigszins.  'Wil jij mij helpen?', riep ik lachend terug. De jongen zette meteen zijn fiets op de standaard en liep naar mij toe. 'Houssein, je bent soms echt te goed voor deze wereld!', riep zijn vriend hem na. 'Ja soms wel', schreeuwde Houssein terug terwijl hij mijn zware koffer de trap afdroeg. 'Ik zag je al strugglen', zei hij' en ik dacht dat het wel moeilijk zou worden.' Hij zette mijn koffer beneden aan de trap neer. 'Lukt het zo verder?'. 'Dankjewel', zei ik en  'Fijne avond!' en weg was hij. Ik ging 'alleen' verder en voelde me heel blij nadat ik hulp had gekregen van die lieve Houssein.




Geen opmerkingen:

Een reactie posten