Te laat zijn is tegen mijn principes, behalve als ik me verslaap. Me verslapen is tegen mijn principes. En ik houd me graag aan mijn principes.
Maar op het moment dat ik besluiy om uit huis te gaan bedenk ik me altijd. Dan besluit ik om nog even dit te doen, nog even dat te doen. Ik besefte dat ik te laat zou zijn, om rustig op tijd te zijn. Van alles moest, maar op tijd komen ook.
Ik zou om 6:47 vertrekken met de eerste, de beste bus. Best laat.
Toen ik mijn fiets uit het fietsenrek haalde durfde ik, voordat ik erop sprong, even naar de tijd te gluren. De bus zou over 7 minuten vertrekken.
Dan moest het maar zo. Ik sprintte over de stoep, ging tegen het verkeer in het kruispunt over. Ik vloog over de stille straten.
Mijn tong hing uit mijn mond en ik hijgde. Mijn droge keel ging in verzet. Ik negeerde hem.
Kruispunten zijn rotdingen. Ik had de neiging om zonder op of om te kijken door te fietsen, maar ik minderde vaart.
Er was haast geen kip te zien op straat ,op deze vroege ochtend, maar geef het door, je eigen veiligheid gaat nog altijd voor. Ik kom graag op tijd maar mijn tijd is nog niet gekomen.
Wie weet lag mijn beschermengel ook nog te pitten.
Haast. Ik heb een hekel aan dat eindje, naar de bus, dat stukje haast. Altijd maar hetzelfde stukje. Altijd diezelfde haast. Altijd dezelfde hekel aan die haast.
Maar hier gaat het zo, altijd. Men wilt komen waar men komen wilt. We kijken niet op of om, totdat onze bestemming is bereikt Het liefst op tijd. Geen smoes is goed genoeg. Op tijd zijn is iets wat moet.
Hier mag haasten best. Het hoort erbij. Het moet haast.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten