Ik klopte op zijn deur en hij deed open. Ik vroeg of ik een vaatwasblokje mocht lenen. Ik wist dat hij vaatwasblokjes had omdat ik heb gehoord dat hij vaatwasblokjes gebruikte om zijn kleren mee te wassen.'No I don't use it anymore.' zei hij. 'They say no good.' Met 'they' bedoelde hij waarschijnlijk mijn huisgenoten die hem streng en misschien niet op de alleraardigste op zijn gedrag hadden aangesproken.
Toen mijn huisgenoten en ik hoorden dat we het huis een half jaar met een Chinees moesten delen was niemand blij met dit nieuws. We hoorden altijd alleen maar slechte verhalen over Chinezen: Ze zijn slordig en laten de keuken vies achter en hebben altijd vrienden over de vloer. Chinezen zijn schijnbaar dus niet het allerschoonste volk met een taal zo moeilijk dat iemand ooit zelfmoord pleegde omdat hij in alles uitblonk maar het Mandarijns niet kon leren beheersen.
De Chinees in mijn huis leek me aardig. De eerste dag toen hij aankwam ging ik hem begroeten. Hij kwam verlegen op mij over.
Nu wou ik graag een vaatwasblokje lenen omdat ik een van mijn pannen had laten aanbranden. 'I just want one to clean a pan of mine that I burned.' legde ik uit. 'Do you want more?', bood hij aan. Wat aardig van hem. 'No, just one. One is enough. Thank you.', zei ik. Ik heb hem in de twee weken dat hij in ons huis woont slechts twee maal in huis gezien en in keer liep hij langs toen ik op school was.
Waarschijnlijk had hij niet begrepen dat vaatwasblokjes bedoeld waren voor in de vaatwasser, ook al woont hij al een jaar in Nederland.
Mijn huisgenoten vinden hem erg raar en ja ik moet het toegeven, hij is raar. Maar wij vinden al het onbekende raar. Chinezen zijn inderdaad heel anders maar wij zijn net zo raar voor hen als zij voor ons. Het is goed te begrijpen dat Chinezen altijd Chinezen over de vloer hebben als ze maar beperkt Nederlands spreken en in een huis wonen vol Nederlanders die hen raar vindenen geen moeite te doen om hen te proberen te begrijpen of te leren kennen.
Dit ga ik binnenkort proberen, heb ik besloten.
Gisteren was ik opeens midden in de viering van het Chinees Nieuwjaar beland. Er danste een draak door Chinatown die overal waar hij kwam de weg versperde, daar voor een dik kwartier bleef ronddansen en daarna verder trok, een spoor van sla achterlatend. Rare gewoonten hebben die Chinezen. Op dat moment vond ik dat de draak in de weg stond en de weg versperde en mij en mijn tante belemmerde om verder te winkelen en zo dachten nog veel meer mensen erover. Ik dacht aan de woorden die een van mijn huisgenoten had gebruikt: Poepchinezen.
Mijn tante had een uurtje later een afspraak met mijn oma en ik moest mezelf dan vermaken in de stad. Iets waar ik prima toe in staat ben. Iets later stond ik op en stapte uit het cafeetje waar zij en mijn oom zaten. Overal waren er shows georganiseerd om het Chinese nieuwjaar te vieren. De Chinese harp werd bespeeld, wat een prachtig geluid en prachtig om te zien hoe deze Chinese vrouwen hun hoofd op het geluid van elke toon heen en weer bewogen alsof ze het muziek door hun hele lichaam voelden vloeien.Ik liep wat rond en ik gaf mijn oren en ogen flink de kost.
Toen besloot ik om een boek te kopen met een deel van het laatste geld dat ik op dit moment bezit.
Dit was niet zo verstandig en daarom twijfelde ik ook even maar ik voelde dat het moest. Het boek trok me aan. Het boek koos mij.
Ik was benieuwd naar hoe deze Chinese vrouw, de schrijfster die voor me zat, de Nederlandse wereld had ervaren toen ze er plotseling in terecht kwam.
Ik kocht het boek. Ze vroeg me naar mijn naam. 'Mooie naam.', zei ze. 'Wat betekent het?' Ik vertelde aan haar dat het gastvrijheid betekende, in het Grieks. 'Zal ik het in het Chinees voor je schrijven?', vroeg ze. Nu weet ik dus hoe ik gastvrijheid moet schrijven in het Chinees. Gastvrijheid in het Chinees ziet er erg ingewikkeld uit, als je het mij vraagt.
Ze schreef nog wat in mijn boek waarvoor ik haar echt dankbaar ben, namelijk 'Moge het leven jouw omarmen in al zijn liefde en glorie.' Ze glimlachte naar me. Ze leek me werkelijk een lieve vrouw, mooi van binnen en van buiten.
Ik bedankte haar en liep weg met een deel van haar in mijn tas, namelijk haar boek, haar gedachten en haar ervaringen. Ik popelde om haar te leren kennen want ik had nog zo veel vragen die ik aan haar had willen stellen.Misschien zouden deze vragen beantwoord worden door het lezen van het boek. Ik was blij met boek waarmee ik Nederland door haar spleetogen kon bekijken, zoals ze jaren geleden had gedaan toen ze hier was komen wonen.
Ik besefte dat ik mezelf nu open stelde. Op deze manier kon ik de 'poepchinezen' wat beter leren kennen en wat beter begrijpen.
Het boek las ik in een ruk uit en toen...
begreep ik die "poepchinezen" veel beter.
free website hit counter code




Geen opmerkingen:
Een reactie posten