donderdag 28 maart 2013

Ik ben er B-ijna!!


Elke keer dat er personeel langskwam maakte ik mezelf klein zodat ik het gangpad niet versperde. 
Ze boden drinken en eten aan, maar natuurlijk niet voor niets.
 ‘Can’t I have some water for free?’, probeerde ik. 


‘No, nothing is for free, not even for us.’
 Het tweetal moest lachen en het meisje lachte haar donkergele tanden bloot, sommige tanden waren net iets geler dan anderen.
‘Do you guys earn a lot of money?’ vroeg ik aan de jonge man en vrouw die voor mijn neus stonden, want dit vond ik volkomen belachelijk. 
‘Depends on what you call a lot’, zei het meisje weer lachend. Nee zo veel verdienen ze dus niet.
 ‘But if we drink it, there will be nothing left for you’, zei de jongen. 
‘Then they just have to bring some more for you guys .’ zei ik geschokt.

Wat een goedkoop vliegtuig maatschappij, die zelfs hun eigen personeel doet dokken om wat eten en drinken, dat ze nodig hebben om de reis door te komen en dat hen energie verschaft om optimale dienstverlening te bieden aan hun klanten. 
Water is er genoeg, water, tenminste water, dat zou niks moeten kosten.  
                                                                 
 Ik kocht een baguette omelette. Het water liet ik maar zitten.
Het was een goede keuze dit keer. Het broodje was heerlijk en was elke cent van de 5,50 euro waard.                                                                                                                                 

‘Au revoir.’ zei ik tegen de aardige jongedame en heer toen ik uit het vliegtuig stapte. 
Waarschijnlijk zou ik ze nooit terug zien, maar het was me een genoegen om een praatje met ze te maken.


Het vliegveld van Bordeaux


Ik stapte zonder jas aan het vliegtuig uit. Een aangename koele wind kwam me tegemoet. 

Het werd tijd om mijn metgezel weer eens op te halen.
Enkele koffers kwamen op airport Bordaux de band afrollen, nadat we geland waren, meer dan 20 kunnen het niet geweest zijn. 
Ik was al lang blij dat mijn rode koffertje tussen de andere koffers opdook, dat was tenminste meteen goed gegaan.
Vanaf dat moment had ik 5 minuten om mijn bus te halen. Het bleef afwachten of dit zou lukken.


Geluk(t)! 
Enkele minuten later zat ik in een hele luxe (jet)bus, net een tourbus maar dan voor ‘normale’ passagiers.
Wat kunnen Franse buschauffeurs over de wegen scheuren, dacht ik en wat een luxe in deze bus waar ik half uur lang in mag verblijven voor slechts 3 euro voor een naar het station  vernoemd naar de heilige Jean (St. Jean).                                                                   
Of de bus naar St. Jean gaat kon de buschauffeur me wel vertellen maar daar hield het dan ook op.
‘How do I know when we get there?’ vroeg ik aan hem.
 ‘What? My English is not so good,’ was zijn antwoord. 

De meeste Fransen die ik vandaag tegenkwam zeiden ongeveer hetzelfde : ‘Je ne parle pas Anglais. ‘  
Het liefst spreken Fransen alleen Frans en het liefst willen ze dat de hele wereld ook Frans met hen spreekt. Ze lijken niet de begrijpen dat Frans, hoe mooi het ook klinkt, geen wereldtaal is.  

Prima, ik zou er wel achter komen, op tijd of te laat. ‘Never mind, thank you.’ zei ik en nam achter in de luxe bus plaats, een soort tourbus met tafeltjes erin.


station van St. Jean
Het bleek dat er dus helemaal niet werd omgeroepen dat we bij een halte arriveerden. Je moest dit gewoon weten en op tijd uitstappen. Toen ik dit merkte bleef ik gespannen in mijn stoel zitten. Gelukkig zat er nog een andere vrouw in de bus, die merkte dat ik het wat eng vond en het mij aangaf wanneer we er waren.

Toen ik uit de luxe bus stapte maakte ik er een uitdaging van om helemaal in mijn eentje een treinticket te  gaan kopen. Ik was al aardig een eind op weg, toen een vrouw, Emanuelle waarvan ik eerst dacht dat het een man was totdat een vrouwelijke stem door de telefoon klonk arriveerde









Zij schoot me te hulp, want inderdaad ik kon kiezen uit een aantal treinen, welke moest ik dan hebben en  wat betekende die T op mijn kaartje? Er werd mij uitgelegd door de vriendin van mijn achternicht die in Bordeaux woonde dat ik in treinstel T moest stappen, in voiture 5 en om in dit treinstel te stappen ook op de juiste plek, bij de T van trein, op het perron moest staan. Raar gedoe hier in Frankrijk hoor.

Ik schatte dat ze zo'n 50 jaar oud was. Nadat ik kennis met haar gemaakt en mijn ticket in mijn hand had vertelde ik haar en haar man uitgebreid over mijn avontuur en daarna namen we afscheid. Bij de T van trein lieten zij en haar man mij achter. Als ik langs wou komen was ik altijd welkom in Bordeaux, zei ze.

Een paar minuten later kwam de trein aanrijden. 
Vervolgens wachtte ik ongeduldig tot er een stuk of 70 mensen, welgeschat, uit het treinstel stapten, daar is de drukte op een Nederlands station niks bij.



Ik stapte in en nam plek op de eerste de beste stoel, heel dichtbij de deur. De laatste zijn in die rij van 70 mensen leek me niet fijn.



Ik ben er bijna, dacht ik toen ik in Bordaux aankwam, het station in St. Jean liet denken aan het station uit de film Hugo, gigantisch en oud en prachtig met een grote antieke klok die boven het spoor bungelde en iedereen laat weten hoe laat het is.











Het is tijd om eindelijk aan te komen waar ik al de hele dag wilde zijn.  
Ik ben er bijna, dacht ik.
Dit reisje koste me 35 euro en zou 2 uur duren. 
Ik was er dus bijna maar nòg (lang) niet helemaal. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten