donderdag 28 maart 2013

(Tijd) B-nutten.

‘Ok, thank you. I’ll be back.’ zei ik toen ik hoorde dat de vlucht die ik nu moest boeken om dichter bij mijn bestemming te komen 238 euro nog wat zou kosten. Ik belde meteen mijn achternicht om het haar te vertellen en vooral om haar om raad te vragen. Natuurlijk zou ze wel raad weten.
'Leg aan die man uit wat er gebeurd is en doe een beetje zielig, huil een beetje en doe een beetje boos en leg uit dat je een arme studente bent en het geld niet hebt en dan komt het wel goed’, zoiets zei ze.

Rond die tijd had ik al mijn tranen die ik kon huilen wel gehuild dus huilen dat werd hem niet. Terwijl ik aan de telefoon was staarde ik in het gezicht van de man achter de balie. Ik hield mijn gezicht zo strak als het maar kon en keek wat zielig uit mijn ogen. De man naast de man die mij eerder had geholpen en weer zou helpen maakte een opmerking in het Frans. Hij zei zoiets als: 'Als je geholpen wilt worden moet je niet voor onze neus gaan staan bellen.' Ik hing op en volgde de wijze raad van mijn achternicht op. Ik legde aan de knappe en sympathiek uitziende jongeman achter de balie uit wat er gebeurd was. Het kwam erop neer dat ik een beetje pech had gehad.

Hij begreep het helemaal, maar beter dan dat werd het niet. ‘Sorry, those are the prices. I can’t help you. I’m not from the company.’ Hier in België werden er dus echt geen uitzonderingen gemaakt. De Belgen zijn keihard.

Er zat niks anders op. Ik trok weer wat geld uit de muur om de knappe, sympathieke jongeman 238,11 euro te betalen, om zodoende toch  op mijn bestemming aan te komen, koste wat kost, dit keer heel letterlijk bedoeld. 'I only want a one way ticket!' benadrukte ik nog voor de zekerheid. 'Yes.', zei hij. De prijs blijft hetzelfde.
Even je hoofd een kwartslag draaien!

Later keerde ik terug en ging even na, bij deze zelfde man of er niet een mogelijkheid was om op de een of andere manier mijn geld terug te krijgen. Hij gaf me een papiertje met een postadres erop.
Een postadres waar ik een mooie klachtbrief naartoe zal sturen, want zo konden ze een arme studente niet behandelen.

Gelukkig heeft de vriend van mijn achternicht voorgesteld om de helft van de onvoorziene kosten die ik de tweede keer moest betalen voor mij te dekken. Uiteindelijk ben ik dus aan die vliegtuigreis maar zo'n 100 euro extra kwijtgeraakt in plaats van 200, mààr 100 euro. Ze leken in België te denken dat het geld op d rug groeide. Maar 'Je moet nooit zeggen dat je niet genoeg geld hebt' , zegt mijn moeder.
Op een gegeven moment begon ik wel te vrezen dat de automaat het me zou melden dat ik ‘insufficient funds’ had , maar dit bericht bleef uit dankzij de studiefinanciering  waarvan ik bij mijn terugkomst nog de hele maand zal moeten leven. Ik wist van tevoren dat mijn portemonnee zou lijden onder dit reisje, maar tot nu toe was het een regelrechte marteling.

Op een gegeven moment vroeg mijn maag om eten.
Ik nam plaats in een café, waar ik ook voor 2 uur lang aan mijn schoolopdracht had gewerkt en genoot van een heerlijke quiche, verzorgd door Paul.

Op een gegeven moment zat er een koppel naast me dat Portugees sprak. Ik verstond flarden. Ik vroeg hen waar ze vandaan kwamen. ‘We’re from Luxembourg’, zei de vrouw, van wie haar gezicht leek alsof het een plastische chirurgische behandeling had gehad. ‘But I heard that you guys speak Portugese’, zei ik wat verbaasd. ‘Oh yes, because we are from Portugal but we live in Luxembourg.’ Interessant. We spraken niet meer met elkaar totdat ze wegliepen, zonder te groeten.

Op een gegeven moment nam er een groep jongeren naast mij plaats. Ze bestudeerden de samenvattingen die ik uitgespreid voor me had liggen op tafel en waar ik bepaalde zinnen uit onderstreepte, met de bedoeling ze daarna te verwerken in mijn verslag. ‘Volgens mij studeert ze geneeskunde ofzo.’ hoorde het meisje zeggen. ‘Non, pedagogiek’, zei ik. Pedagogiek, dat precies hetzelfde klinkt als pedagogique klonk wel als een woord dat Fransen moesten verstaan.
Maar ze bleken niet Frans te zijn maar een groep Italiaanse jongeren die de ‘Leu’ of iets dergelijks studeerden, wat uiteindelijk rechten bleek te zijn. Hoe komt het dat ik dacht dat het Frans was geweest? Het klinkt totaal verschillend.
‘Where are you from?’, vroeg het meisje. ‘Curacao. I can understand a little bit Italian because I understand Spanish’. Volgens mij begreep ze de link die ik legde tussen de 2 Romeinse talen niet helemaal, maar misschien ook wel. ‘Ok’, zei ze. Ze kwamen uit Pallermo en waren een week in Brussel geweest en waren nu weer op weg naar huis omdat de paasvakantie daar is afgelopen.
Ik verdeelde mijn aandacht onopvallend over mijn verslag en hun gesprek en probeerde er zo veel mogelijk van te begrijpen. Het waren leuke mensen. Ik vond het haast jammer toen mijn batterij van mijn laptop op was. Ik moest op zoek naar een stopcontact en liep weg en kon niks anders doen dan ze een fijne reis naar huis te wensen

.Mijn opdracht ging voor, op dat moment voor alles.Volledig onbeschaamd vroeg ik of een vrouw die op een van de stoelen zat met daaronder een stopcontact of ze misschien een stoel op kon schuiven zodat ik mijn laptop kon opladen.

 Toen ik om 10 uur was weggelopen van de plek waar ik toen nog geen ticket kon kopen, besloot ik om mijn handbaggage dat te groot was geweest om mee te gaan in het vliegtuig meteen weer op te halen, misschien zou dat wat betreft de kosten wat schelen. Eenmaal aangekomen bij de kluisjes bleek het niet zo moeilijk te zijn om mijn handbaggage tevoorschijn te toveren. Het deurtje van de kluis, die ik toch echt had horen dichtklikken toen ik weg was gelopen stond op een kier. Ik was het deurtje vergeten te sluiten. Dit betekende dat als ik in het vliegtuig was gestapt, ik naar mijn koffertje had kunnen fluiten. De inhoud, wat kledingstukken, kan me weinig schelen, dat was weinig waard, maar ik ben toch wel gehecht aan het koffertje geraakt dat naar zo veel plekken met mij is gegaan als lotgenoot en metgezel.

 Door onvoorziene omstandigheden had ik bijna het koffertje moeten achterlaten maar nu had ik hem terug in mijn handen èn hoefde ik geen malle moer (sacre blue) te betalen. Had ik even geluk! Ik liep met een grote grijns weer het vliegveld binnen.

 De 4 uur die mij restten voordat ik een nieuwe ticket kon kopen bracht ik door werkend aan mijn opdracht. Ik nam mezelf voor om bij terugkeer van mijn verblijf in Biarritz een bezoekje te brengen aan de stad, waarvan ik tot nu toe alleen het treinstation en het vliegveld had gezien. Het vliegveld waar er nergens Wi-Fi is en waar staat dat iedereen je graag wilt helpen maar waar je vervolgens van de kast naar de muur wordt gestuurd en waar iedereen je vermeld dat het nou eenmaal zo is als het is.

Toen ik een croissant wou gaan kopen en een cola sprak ik de man achter de bar aan op mijn allerbeste Frans. ‘Bonjour, un croissant et un coke, s’ il vous plait. ‘Coca cola?’, vroeg de man. Ja coca cola natuurlijk. ‘To take out or eat here?’, vroeg hij. ‘To take out.’ zei ik. Zo goed en overtuigend was mijn Frans dus ook weer niet geweest. ‘3,20 euro please.’ Een paar seconden later stond er een heerlijke fles coca cola voor mijn neus en de man was weer bezig met een andere klant, maar er klopte iets niet. ‘Et un croissant s’il vous plait.’ herhaalde ik toen ik de man zijn aandacht weer op mij vestigde. ‘C’est fini’, zei hij wijzend op de etalage op een toon alsof het de normaalst zaak van de wereld was en dat ik dat hoorde te hebben geroken. Hij verwees me naar de bar van zijn buurman. Nee, laat maar! Die croissant kon mij gestolen worden als alleen de cola zo duur was geweest. Met die suikers moest ik het voorlopig doen.

Toen ik in de rij stond om in te checken stonden er een oma en opa voor mijn neus. Op de grond zat er een man gehurkt, met zijn armen om zijn kleine kinderen van rond de 5 jaar. Het leek  voor hen erg moeilijk afscheid nemen van deze man die waarschijnlijk hun vader was. Zelfs toen de vader weg liep rende de kleine Mathieu zijn vader achterna. Zijn zusje van ongeveer dezelfde leeftijd leek iets minder moeite te hebben met het afscheid nemen. Waarschijnlijk zouden ze een tijdje bij hun opa en oma blijven logeren.

‘Je ziet elkaar vanavond toch wel weer via de telefoon.’ zei hun oma in het Frans. ‘Blijf hier.’ hoorde ik haar commanderen toen de vader voor de laatste keer echt gedag had gezegd. Het meisje had blond haar en grote blauwe ogen, les jeux tres grandes et blues, waarmee ze me op een gegeven moment aanstaarde, want dat doen kleine kinderen. Ik staarde terug. Frans verstaan dat gaat prima maar helaas kan ik niet veel zinnigs in het Frans zeggen, anders had ik een opmerking gemaakt.

 De koffer van een man achter ons donderde om en stootte tegen de oma aan. Ze leek op een moderne oma met rimpels die haar goed stonden en kort kastanjebruin haar. Ook opa zag er erg hip uit in zijn wolle zwarte jas. Zo oud waren deze twee nog niet, hooguit ergens in de 60 of jonger
‘Excusez moi’, verontschuldigde de man achter mij zich. 'N’est pas grande', zei de moderne oma.

Isn't it ironic?
 Een man die eerder op de dag op een gegeven moment naast me had gestaan was in een hevige discussie met dienstverlener. Het ging ook over een vlucht, meer begreep ik er niet van.

 Ik dacht dat de security checks op Curaçao streng waren maar Fransen kunnen er ook wat van. Gelukkig besefte ik dat dat een beetje pech nou eenmaal hoort bij op reis gaan, ook al had ik wel erg veel pech gehad.






Toen ik voor de tweede keer op diezelfde dag langs de strenge securitee liep was het aan de vrouw naast mij de beurt om haar nieuwgekocht zalfje in de prullenbak te zien verdwijnen. Ook zij smeekte of ze het niet alsjeblieft kon houden, maar nee was nee.

Achter de securitee zag ik zakken vol afgepakte spullen liggen. Achteraf denk ik niet dat mijn huile de l’argan op een grote hoop is beland, maar dat deden ze me toen geloven.

Ik was dolgelukkig toen ik eindelijk in de krappe vliegtuig plaats nam. Ik kwam weer wat
dichter bij mijn doel, terwijl ik de tijd goed heb kunnen benutten.



ik zou er komen ook!





Het stopt niet hier!



Geen opmerkingen:

Een reactie posten