Maar wat was er nou belangrijker?
Om de zo veel tijd wordt er een feestje gehouden. Er is nog genoeg tijd om te feesten.
Er zijn ook zat feestjes waar ik niet ben heen gegaan. Dan had ik gewoon geen zin of iets beters te doen, zoals studeren. Maar dit feest, dat klonk wel erg goed. Iets vertelde me dat ik dit feestje niet kon missen.

Hoe cliché het ook klinkt, het is de waarheid als een (heilige) koe. We leven maar één keer. Zelfs als je net als de Hindu's, die geloven in de heilige koe en in reïncarnatie, gelooft in reïncarnatie, zal je elk van je levens weer als de eerste beleven en zal het altijd voelen alsof je maar een keer leeft.
Een half uur na mijn besluit om naar het feest gaan was ik uit mijn pyjama geschoten en in een jurkje en ballerinas, had ik weer eens te veel producten in mijn haar gesmeerd en had ik mijn warrige bos heen en weer geschud tot het wat meer krulde, had ik wat make up aangebracht, niet te veel natuurlijk, en was ik klaar om te gaan.
Twee van mijn huisgenoten, die altijd van de partij zijn als het om feestjes gaat, die waren al vertrokken.
Een andere huisgenoot kwam ik op de gang tegen. "Ik ga", zei ik .
Hij besloot meteen om mee te gaan."Wacht je heel even, dan maak ik me even klaar." Hij verdween weer naar boven.
Een kwartier later, wat kunnen sommige mannen zich toch heerlijk snel klaar maken, stonden we met z'n vieren op het feest, in ons eigen vertrouwde kringetje, met allemaal vreemden om ons heen. We kenden er helemaal niemand, behalve dan een jongen die het feestje had georganiseerd en ons had uitgenodigd.
De jongen die de deur voor ons had geopend, die was jarig geweest of moest nog jarig worden, dat wist ik.
Later werd mij de vraag gesteld wie ik dan was. Ik vertelde de jarige, die mij toen op zijn beurt vertelde dat hij al een maand geleden jarig was geweest en het andere meisje die het feest had georganiseerd ook, dat ik ook hoorde bij de buren, die hij de vorige dag had uitgenodigd. Ik had op de bank gezeten, maar hij had me blijkbaar niet gezien. Ja, ik hoor erbij, al 6 maanden. Wat gaat de tijd toch snel!
Ik was de enige buitenlander, naast de Koreaan, die later een hele Nederlandse naam bleek te hebben. Hij woont in Limburg. Misschien was hij geadopteerd of misschien had hij een Koreaanse en een Nederlandse naam, zoals vele Chinezen ook hebben. Ik zal het nooit weten. Ik weet alleen dat hij heel gezellig was en dat we samen een ballon naar elkaar hadden gekopt, dat later een opgeblazen condoom bleek te zijn. Wat dan nog? Opgeblazen condooms zijn prima ballonnen.
Hij had social work gestudeerd en werkte met laag verstandelijk beperkte tot hele beperkte jongeren. Wat toevallig. We deelden wat interesses.
"Blijf je hier slapen?", vroeg ik aan hem, rond een uur of 3, een domme vraag, want Limburg ligt niet echt om de hoek. Ik weet niet hoe hij erbij kwam maar op de een of andere manier dacht hij toen dat ik bedoelde dat hij ook wel met mij mee naar huis kon. Nee nee, dat bedoelde ik helemaal niet, maakte ik hem duidelijk. Hij had aardig wat gedronken. We konden er samen om lachen, gelukkig.
Later toen het feestje afgelopen was verdween hij in de kamer. 'Hopelijk tot een volgende keer", zeiden we tegen elkaar.
Aan het begin van de avond keek ik wat rond en maakte wat oogcontact en glimlachte wat naar al die mensen die ik nog nooit gezien had. Ze glimlachten terug, maar daar bleef het bij. Beiden maakten we geen aanstalten om een gesprek te beginnen. Jammer, vond ik het, maar zelf deed ik het ook niet. Wat hield me tegen, van alles eigenlijk.
Tijdens het maken van oogcontact kruiste mijn blik met dat van een jongeman, die duidelijk wat ouder was dan de rest van het gezelschap.Wat later maakten we weer oogcontact en nog een keer en nog een keer.
Elke keer wende ik mijn blik af. Ik werd er maar onzeker van.Hij keek me heel serieus aan. Had ik iets misdaan? De rest van de tijd deed ik mijn uiterste best om deze man, die mij heel duidelijk steeds bekeek en aankeek, te negeren.
Het was een kleinschalig feest. Iedereen leek elkaar te kennen. Mijn huisgenoten en ik kenden alleen elkaar. De ene nummer van de jaren 80's na de andere werd gedraaid. Iedereen brulde luidkeels mee en er werd gelachen en gedanst en gedronken.
Het was gezellig. Ik had het voor geen goud willen missen.
Maar er is een tijd van komen en een tijd van gaan. Het was een uur of één en het werd tijd om te gaan.
Mijn huisgenoot, die blind is, had net een meisje aan de haak geslagen. Ze voerden een gezellig gesprek. Ze was Limburgs, een erg mooi meisje. Ze leek, zo op het eerste gezicht, heel lief. Ik gunde het hem van harte en vond het daarom ook heel erg dat we zijn gesprek moesten onderbreken.
"Laten we nog even blijven. Hij praat net zo leuk met haar", zei ik tegen een van mijn huisgenoten, die graag naar huis wilde gaan. We bleven nog vijf minuten langer.Eenmaal thuis hadden we het erover. Hij vond het eigenlijk helemaal niet leuk dat hij weg was gegaan. We vonden allebei dat hij eigenlijk terug moest gaan.
"Maar misschien kan ik haar wel helemaal niet meer vinden", zei hij.
"En als zij dan gaat roken, want ze rookt, sta ik helemaal alleen."
Roken, een grote afknapper, maar ondanks dat ze rookte, was het bleef het een heel leuk meisje. Ik had begrip voor zijn angst. "Ik ga wel mee", zei ik.
Na een kwartiertje thuis te hebben doorgebracht gingen wij weer terug naar het kleinschalige, gezellige feest. "Ik zie haar nergens hoor", zei ik nadat ik een tijdje had rondgekeken. We spraken wat en dansten en hadden het zonder haar ook best naar onze zin.
Toen dook ze weer op en al snel vervolgden zij hun gesprek. "Ik dacht dat jullie weg waren gegaan.", zei ze. Ik verzon een goed excuus waarom we terug waren gekomen. Zij geloofde het verhaal.
Toen besloot ik hen de ruimte te geven en nam tegen de muur plaats. Mijn werk zat erop, maar wat nu? Wat had ik hier nog te zoeken?
Opeens voelde ik me erg alleen. De man waarmee ik zo nu en dan oogcontact had gehad keek vanuit zijn plekje op de bank naar me. Ik werd er heel ongemakkelijk van en wilde het liefst met de muur samensmelten.
Toen moest ik naar het toilet, zoals ik wel vaker moet, vooral na de vele glazen cola en bekers water, die ik naar binnen had gewerkt.
Het toilet op de benedenverdieping was bezet en bleef bezet. Wat er achter die deur aan de gang was, dat wou ik niet weten.
Ongeduldig als ik ben weigerde ik te wachten. "Is het erg als ik boven naar het toilet ga?", vroeg ik aan wat mensen die in een van de kamers aan het hangen waren.
"Doe ik ook altijd hoor", grapte een lange jongeman met rood-blond haar. Een hele leuke jongen. Ik vertrok naar boven.
Boven was het toilet ook bezet. Ik baalde. Er stond ook nog een rij. Er was maar liefst één wachtende voor mij. Je raad het al, het was de jongen waarmee ik de hele avond al een staarwedstrijd had gevoerd. Mijn eerste instinct was: maken dat ik weg kwam!
Ik overwoog het om maar weer naar beneden te gaan, dan hoefde ik niet heel ongemakkelijk met deze man te staan wachten tot het toilet vrij kwam. Toch bleef ik staan.
"Wie ben jij eigenlijk?", vroeg hij na enkele seconden aan mij. Ik deed mijn verhaal.
Het wachten tot het toilet vrij kwam was achteraf best gezellig en toen het toilet eindelijk vrij kwam mocht ik eerst gaan, terwijl hij met het meisje kletste dat net uit het toilet was gekomen.Het was hèt blonde meisje met grote borsten, een bol achterwerk en goedgevormde benen die in een panty goed tot hun recht kwamen. Daarboven had ze een korte broek aangedaan en laarsjes. Ze had niet te veel make up op. Haar lange blonde golvende haren had ze in een hoge staart opgestoken. Ze sprak en lachte met iedereen. Ze viel op. Niemand kon er omheen.
Het was een mooi meisje. Helaas had ze een vriend die haar aan het huilen wist te maken. Ik weet natuurlijk niet wat voor verhaal erachter schuil gaat en dat zal ik ook nooit weten maar ik kon er geen begrip voor opbrengen. Geen meisje verdient het om op een feest te moeten huilen.
Toen ik terug kwam van het toilet was de reden dat we terug waren gekomen naar het feest, spoorloos verdwenen. Ik nam weer mijn vertrouwde plekje in naast mijn huisgenoot en vertelde wat er zojuist gebeurd was. Ik mengde me weer tussen de feestgangers. Je kan het haast onderduiken noemen. Mijn huisgenoten en ik waren dolblij met elkaars gezelschap. Het voelde veilig.De man waarmee het toch niet zo ongemakkelijk bleek te zijn, toen we stonden te wachten tot het toilet vrij kwam, nam weer plaats op zijn vaste plek op de bank, naast het meisje waarmee hij al de hele avond had opgetrokken.
Ik keek heel even naar hen, toen wendde ik mijn ogen weer af. Ze leken haast broer en zus. Zij observeerden mij heel duidelijk, af en toe wezen ze zelfs naar me, of dacht ik dat alleen maar?
Opeens werd ik heel zelfbewust en frunnikte wat aan mijn ketting. Ik zocht en vond steun bij mijn huisgenoot.
Al snel kwam er een ander meisje naast ons staan. Zij begon een gesprek met mijn huisgenoot. Hij kreeg het toch mooi voor elkaar, elke keer. Ik deed weer wat stappen naar achteren en leunde weer tegen de muur.
De ogen waren, vanaf de bank, weer op mij gericht.
Ik weet niet hoe het precies ging, maar op een gegeven moment belandde ik -na heel wat twijfelen en ronddraaien- toch op diezelfde bank.
"Wij zijn tot de conclusie gekomen dat jij het liefste meisje op het feest bent", zei hij. Dit was wel een hele originele pick up line. Het werkte, maar het maakte ook meteen dat ik op mijn hoede was.
Vragen werden op mij afgevuurd. Ik wist niet hoe ik het had.
Toen ik weer naar het toilet moest, vond ik toen ik terug kwam verschillende foto's van de twee op mijn telefoon, als aandenken.
Ook mijn foto's hadden ze doorgespitst naar 'schandalig' materiaal, maar ze hadden niks gevonden. Ik vond het niet eens vervelend dat ze op die manier mijn privacy hadden geschonden. Ik heb immers niks te verbergen.
Hij vroeg van alles aan mij onder andere op wat voor mannen ik val en of ik veel broers en zussen heb omdat ik zo zorgzaam over kwam, vooral naar mijn huisgenoot toe, hij zocht daar meer achter. "We zijn vrienden", maakte ik duidelijk.
Zij bleken allebei vijfdejaars dierengeneeskunde studenten. Ik moest gokken naar zijn leeftijd. Wat heb ik daar een hekel aan. '25', schatte mijn huisgenoot hem die er ook naast was komen zitten, meeluisterde en af en toe een opmerking maakte of mij te hulp schoot als ik het even te benauwd kreeg. Ik was hem dankbaar.
Hij was maar liefst 29 jaar. Toch iets ouder dan ik had gedacht.
Ook vroeg hij of ik wel eens kampeerde, want eigenlijk, vertelde hij, maakte ik een hele bekakte indruk. "Kamperen, ik hou van kamperen!", antwoordde ik. Mooi dat ik zo'n indruk maak, maar het mooie aan eerste indrukken is dat het de eerste is en niet de laatste. Hij zat er dus op bepaalde gebieden wel flink naast met zijn eerste indruk.
Maar toen vond hij dat ik ook maar iets moest vragen. Wat moest ik vragen? Aan de vragen die hij mij stelde kon ik precies opmaken hoe hij was, toch vroeg ik het een en ander.
Ik kwam gedurende het gehele gesprek heel wat te weten.
Hij komt uit een dorpje in Zeeland en raadde het me aan om Zeeland eens te bezoeken, het Vrouwpolder schijnt heel mooi te zijn. Dat zal ik onthouden.
Hij kwam uit een dorpje, maar hield van reizen, iets wat vaak toch niet samengaat, en had onder ander Japan en Australië al bezocht, interessant.
Hij beoefent voetbal, heel 'mainstream' vond hij zelf. Nogal, geef ik toe, maar volleyballen vond hij ook erg leuk, wanneer hij op vakantie was.
Ik vroeg of hij veel drinkt, omdat hij al heel wat biertjes achterover had gegooid. Hij schoot in de verdediging. Hij drinkt doordeweeks niet omdat hij een ijverige studente is, vertelde hij. Mooi.
In het gesprek sijpelde het op een gegeven moment door dat hij al vier jaar een relatie heeft. Hij liet trots een foto van haar zien. "Wel mooi he?", vroeg hij trots. Natuurlijk kon ik niet zeggen dat ik het niet met hem eens was. Maar ze hoeft mijn type niet te zijn. "Ja", zei ik.Zijn vriendin bleek een nierziekte te hebben, waardoor ze thuis alles zoutloos en sausloos naar binnen moesten werken. Had hij even pech. Gelukkig bezocht hij wel vaak restaurants en at hij met zijn vrienden wel eten met smaak. "Het is wel heel gezond." Ik deed mijn best om het positief te bekijken.
Ze had geen bolle billen, vertelde hij. Hij had mijn billen goed bekeken, vertelde hij, en er had tijdens het feest, zonder dat ik het doorhad, op een gegeven moment een meisje naast me gestaan. Hij had onze billen met elkaar vergeleken en was tot de conclusie gekomen dat de mijne de mooiste waren. Fijn, om te weten.
"Maar je kan niet alles hebben", voegde hij er aan toe.
Ze hadden thuis een kat. Jak, een kat. Hij hield niet van katten, totdat hij er een had, plakte hij er achter aan.
Om vijf uur zaten we nog steeds samen op de bank, om het uur had ik op de klok gekeken en besloten nog héél even te blijven zitten. Mijn huisgenoot met wie ik naar het feest was gekomen, om het meisje, mogelijk het meisje van zijn dromen te zoeken, was naar huis vertrokken. Het meisje was op een gegeven moment verdwenen, naar waar dat zal Joost weten. "Je hoeft niet mee hoor. Blijf maar", had hij gezegd toen hij vertrok. Ik bleef.
We bespraken van alles. Op bepaalde momenten had ik hem voor zijn kop willen slaan door de brutale opmerkingen die hij maakte, maar eigenlijk kon ik het ook wel waarderen. Hij was tenminste eerlijk, maar dat kwam waarschijnlijk door de bier.
Eigenlijk vond hij dat het wel een erg groot leeftijdsverschil was, maar ik was al wel een 'echte' vrouw, zoals hij dat noemde.
Iets over vijf, werd het muziek uitgedaan. De gastvrouw, waarmee ik nog even kennis maakte voordat ik vertrok, staarde ons aan. "We worden weggestaard, geloof ik", grapte hij. Hij bezat een flinke dosis humor.
Zijn beste vriendin die zijn zus had kunnen zijn, haar ex, hij en ik stonden op en liepen naar de deur.
Zijn beste vriendin daalde de trap af. "Kijk uit dat je niet valt!", riep hij haar nog na.
Haar ex verdween, maar ik weet niet naar waar.
We liepen samen de gang door, richting de lift.
"Dit is mijn kamer", zei ik toen we langs mijn raam liepen. Mijn gele gordijnen had ik dicht getrokken, toen het feest was begonnen. Ik had geen zin gehad in pottenkijkers.
Dit weerhield hem er niet van om naar binnen te kijken. Hij bukte en tuurde door de kleine ruimte tussen mijn gordijnen.
"Je hebt een laptop", zei hij, "veel dingen aan de muur, een grote familie". Wat bekeek hij niet? Ik stond versteld.
Ik moest de hoek om. "Het was leuk je te ontmoeten en wie weet...", zei hij.
"Ja, het was ook leuk jou te ontmoeten", zei ik.
"Ik ga je nu drie kussen geven." En inderdaad we kusten elkaar drie keer, zoals dat gaat hier in Nederland.
Ik glimlachte nog even naar dat gezicht, met rimpels op zijn voorhoofd, dat donker bruine haar en die blauwe, vriendelijke ogen.
Toen verdween hij in de nacht en liet hij me achter met een herinnering aan de interessante avond, dit verhaal dus, en de belachelijke foto's op mijn telefoon, waarop hij zich van zijn beste kant liet zien.
Het was een interessante ontmoeting en een fijne avond en dat was het dan.
Tot nooit, of niet,
wie weet?
Benieuwd naar meer ontmoetingen??:



Geen opmerkingen:
Een reactie posten