De mens heeft de neiging tot zelfactualisering, maar de mens doet meer dan het realiseren van dit biologische proces alleen.
- De mens is zich bewust van zichzelf, in tegenstelling wat wordt gedacht over dieren, en zijn omgeving. Hij kan hier over na denken.
- De mens heeft om zichzelf te actualiseren verbondenheid met andere mensen in sociaal verband nodig.
- De mens begint te streven naar de toekomst en hij maakt doelbewust beslissingen en maakt keuzes over waarden en richting voor zijn denken en handelen, gericht op deze toekomst.
De mens probeert een eigen identiteit te vormen (Lang & van der Molen, 2012).
Het gaat om een proces van ontwikkeling dat niet ophoudt maar waarbij er constante verfijning plaatsvindt in de aanleg gegeven mogelijkheden (en mogelijkheden die geboden worden door de omgeving) . Het aanleg vormt hierbij een soort grens waarbinnen een persoon zich kan ontwikkelen (Kievit, 2009).
Dit ontwikkelingsproces wordt in grote mate bepaald door de kwaliteit van experiencing (Lang & van der Molen, 2012). Experiencing wordt gezien als het belevings- en ervaringsproces van de persoon.
Rogers (1951), geeft aan dat het heel belangrijk is voor de ontwikkeling van een persoon dat hij vanaf jongs af aan unconditional positive regard ervaart . Hiermee wordt bedoelt, de onvoorwaardelijke positieve aandacht en zorg van de belangrijke personen uit zijn omgeving, zoals bijvoorbeeld de vader en moeder.
Het is belangrijk dat een kind voelt dat het zonder voorwaarden wordt geaccepteerd en dat het warmte en liefde ontvangt en dat hem de zekerheid wordt geboden dat hij als mens geaccepteerd wordt.
Het betekent niet de omgeving alles moet accepteren wat het kind doet. Het is goed om het kind actief te stimuleren en te corrigeren in het leerproces (Skinner, 1983), maar hoe vaak hoor je niet dat het gezegd wordt:"Wees een brave meid en eet je bord leeg.
" Eigenlijk zou het beter zijn om het volgende te zeggen: 'Je bent een brave meid. Eet je bord leeg', of zoiets dergelijks.
'Het gaat om een sfeer van begrip en warmte, tot uiting komend in een glimlach, een knikje of een blik van verstandhouding, een hand op een schouder: och, laten we het maar gewoon liefde noemen. In een accepterende omgeving zal de persoon zich vrij kunnen voelen en zich open kunnen uiten. Dat draagt bij tot een steeds geschakeerder en persoonlijke belevingswereld: je mag jezelf zijn.' (Lang & van der Molen, 2012).
Het is fijn voor een kind om zichzelf te mogen zijn en om bijvoorbeeld voetbal te mogen spelen in plaats van de piano, ook als het bij muzikale ouders opgroeit., om waardering van de ouders te krijgen. Een persoon voelt dat hij tegen zijn eigen wezen ingaat als hij niet meer durft af te gaan op zijn directe ingevingen, gedachten en gevoelens maar geheel leeft naar de wensen en normen van de omgeving. Zo kan de gedachte zich ontwikkelen: 'Zoals ik ben, deug ik niet. Oppassen dus, anders val ik door de mand!' Het kind kan zich terug gaan trekken of agressief worden naar de omgeving toe.
Kinderen hebben onvoorwaardelijke aandacht en liefde nodig om op te groeien en op te bloeien. De liefde die je hen geeft die zullen ze ze tot zich nemen, vasthouden en later teruggeven aan de wereld. Gebaseerd op hun allereerste relaties zullen ze de relaties later in hun leven vormgeven.
Geef ze een vruchtbare grond waarin ze de zaden van hun latere relaties kunnen planten (hechtingstheorie).Probeer hen de liefde die ze nodig hebben, ook al heb jij het gevoel dat deze liefde vroeger niet aan jouw werd gegeven.
Ik denk dat elke ouder probeert om het 'beste' te doen in de tijd en omstandigheden waarin ze leven, met de middelen die ze hebben, maar kinderen zijn geneigd om zich alles persoonlijk aan te trekken. Ze zullen al snel denken dat ze waardeloos zijn of dat het allemaal hun schuld is.
De gedachten die kinderen op jonge leeftijd hebben vormen de basis voor de gedachten die ze zullen hebben in de rest van hun leven.
Vroege ervaringen beinvloeden de betekenis die een kind geeft aan de wereld en beïnvloeden de toekomst.
Als ouder ben jij hun wereld,
maar later zijn zij de wereld.
Laat kinderen zichzelf zijn,
en wie weet wat ze worden?
Literatuur
Lang, G., & van der Molen (2012). Psychologische gespreksvoering. Zutphen/ Rotterdam: Uitgeverij boom/nelissen.
Kievit, Th., J.A. Tak., & J.D. Bosch. (2009). Handboek psychodiagnostiek voor de hulpverlening aan kinderen. Utrecht: Uitgeverij de Tijdstroom. (En nee..ik heb geen zin om uit te zoeken uit welk hoofdstuk het kwam ... om wetenschappelijk te refereren. Wel een heel goed boek hoor!)
Nog meer posts over mijn ervaringen met kinderen en hoe ik denk over de hun ontwikkeling in het Nederlands:





Geen opmerkingen:
Een reactie posten