Na een korte nachtrust, omdat ik ook nog moet studeren , en na een stevig ontbijt stapte ik vandaag op de fiets naar mijn werkplek voor de dag. Het zou ergens
in de buurt moeten liggen, want dit had ik opgezocht op internet, maar voor de zekerheid gebruikte ik
toch de navigatiesysteem op mijn telefoon.
Het was voor het eerst dat ik die
app gebruikte en het voelde net alsof ik in een auto zat, maar dan was het geen auto maar een
benenwagen. Ik moest lachen. "Over 100 meter" moest ik op
een gegeven moment links af slaan en mijn bestemming bevond zich toen
aan de rechterkant.
Ik fietste eerst door een woonwijk en dacht toch echt dat
dat ding er naast zat, maar niks was minder waar.
Midden tussen de ‘bush bush’ en na een heuse woonwijk aan de
rechterkant en een groot voetbalveld aan de linkerkant was, daar toch echt het bedrijf gevestigd.
Ik stond een tijdje met grote ogen naar het gebouw te kijken en trad toen binnen. Waar was ik nou weer verzeild geraakt? Wat houd ik van mijn baan. Ik was weer met mijn neus in de boter gevallen. Wat een luxe hier, dacht ik.
Ondanks alle luxe was ik er toch, op de een of andere manier van overtuigd dat
het een bedrijf was die zich bezig hield met duurzame energie, de wereld redden van de ondergang en dat soort dingen door bewust te leven etcetera.Dit kwam waarschijnlijk doordat er een mooi bord stond bij de ingang van het gebouw en dat er bij de koffie automaat stond dat je je beker het beste twee keer kon gebruiken en dat er bij het café stond dat het duurzame koffie was of iets dergelijks.
Ik was ervan overtuigd dat ik me bevond tussen mensen die van plan waren de wereld te redden.
Ik vroeg in de pauze, uit pure interesse, aan mijn collega's van vandaag, hoe zij het vinden om voor het bedrijf te werken. “Lekker!”, kraaide een van de mannen uit.
Nog nooit eerder had ik zo’n enthousiaste en oprechte uiting van tevredenheid gehoord. Ook de anderen beaamden dat ze het daar prima naar hun zin hebben.
Ondertussen aten ze van al het lekkers op hun overvolle dienbladen en bleven ze vervolgens nog een half uur langer zitten voordat ze weer aan de slag gingen.
Ik vroeg in de pauze, uit pure interesse, aan mijn collega's van vandaag, hoe zij het vinden om voor het bedrijf te werken. “Lekker!”, kraaide een van de mannen uit.
Nog nooit eerder had ik zo’n enthousiaste en oprechte uiting van tevredenheid gehoord. Ook de anderen beaamden dat ze het daar prima naar hun zin hebben.
Ondertussen aten ze van al het lekkers op hun overvolle dienbladen en bleven ze vervolgens nog een half uur langer zitten voordat ze weer aan de slag gingen.
Zij namen hun tijd en stonden vaak te niksen.Ook in de
spoelkeuken ging het er vandaag rustig aan toe. Iedereen was bezig met het
besparen van energie, leek het.
Ik werkte, vrijwillig, als een paard, maar gaf
mijn ogen tussendoor flink de kost. Met
de mannen die daar rondliepen zou ik ook prima een duurzaam bestaan kunnen
leiden. Het feit dat ze voor een bedrijf werken die de wereld wil redden maakte ze nog veel aantrekkelijker. Helaas, ze hadden schijnbaar geen interesse in een cateringmedewerkster.
De arbeiders, die er ook zeker niet verkeerd
uitzagen, keken me wel na, toen ik voor de zoveelste keer langs liep een overvolle kar met vaat voortduwend. Later op de dag hoorde ik dat ze met hun zwarte handen flinke vlekken hadden gemaakt op de eettafels, vlekken die er niet af gingen met gewone zeep.
duurzaam
durabel, proefhoudend, bestendig, betrouwbaar, degelijk, gedegen, hecht, solide, stabiel, standvastig voortdurend, blijvend, permanent, vast
durabel, proefhoudend, bestendig, betrouwbaar, degelijk, gedegen, hecht, solide, stabiel, standvastig voortdurend, blijvend, permanent, vast
Het was naar mijn idee dus een bedrijf dat zich bezig hield
met het besparen van energie etcetera. Toch was er geen trap te bekennen in het gebouw. Iedereen nam de roltrap. Dit vond ik dubieus.
Ze hechten dus waarde aan een waardevolle toekomst, van de wereld, dacht ik maar er was nog iets wat niet klopte bij het beeld dat ik had gevormd rondom 'de wereld willen redden':
Aan het eind van de dag verdween al het overgebleven eten, zoals dit op de meeste plekken tot mijn grote ergenis gebeurt, in een grote kliko. Het gaat dan niet zo maar om een beetje eten dat in de kliko wordt gekwakt maar het gaat om eten waar bij wijze van spreken heel Afrika van kan eten.
Aan het eind van de dag verdween al het overgebleven eten, zoals dit op de meeste plekken tot mijn grote ergenis gebeurt, in een grote kliko. Het gaat dan niet zo maar om een beetje eten dat in de kliko wordt gekwakt maar het gaat om eten waar bij wijze van spreken heel Afrika van kan eten.
En wie mocht het eten dit keer weggooien? Dat vuile taakje was
natuurlijk uitbesteed aan de uitzendkracht: ik.Met grote weerzin begon ik aan mijn taak. Als er iets is waar ik een hekel aan heb, dan is het eten weggooien.
Het eten liet ik met
een harde plons in de kliko vallen waarbij de mengelmoes van verschillende soepen, overgebleven belegde broodjes, gebakken ei, kroketten, frikadellen, salades, fruitsappen en zo’n 2 kilo nasi en wat niet, dikwijls omhoog spatte. Verschillende
malen kreeg ik de vieze drap in mijn gezicht en over mijn witte overhemd. Heer-lijk!
“Waar gaat dit eten
eigenlijk naartoe?”, vroeg ik aan een van mijn collega’s. “Geen idee, vast naar
de vuilnisbelt ofzo”, antwoordde hij. Ja vast, hoe dan ook, zonde!
“Misschien gaat het
naar de varkens”, zei ik.
Dit vond hij niet zo’n prettig idee. Hij leek zelf wel een beetje op een varken. “Nee ik denk het niet want het is wel eten
maar er zit ook papier tussen, het is niet allemaal even goed", zei hij.
Ik besloot hem even de harde waarheid, als een
koe, te vertellen.
“Nou, eerst heb ik bij een bedrijf gewerkt waar alles naar de
varkens ging, dus ik denk dat dit ook naar de varkens gaat, die beesten eten
alles.”
Hij mag natuurlijk helemaal zelf weten wat hij met die informatie doet, maar ik gaf hem stof tot nadenken.
Hij mag natuurlijk helemaal zelf weten wat hij met die informatie doet, maar ik gaf hem stof tot nadenken.
![]() |
| Waarschijnlijk een van de redenen waarom moslims geen varkens eten en ik ook varkensvlees probeer te vermijden. |
Na het werken nam ik
afscheid van mijn collega’s, die op de twee Marokkaanse mannen na, die alleen
maar liepen te zeuren en slechte grapjes maakten, best gezellig waren. Ik
lachte niet om de grapjes van de Marrokaanse mannen, want wie het laatste lacht, die lacht het beste.
“Kom je morgen weer?”, vroeg een mevrouw die
alles wat ze zei 100 keer herhaalde: dat het
precies zo en zo moest en constant doorwerkte en blijkbaar niet van een beetje rust had gehoord.
Toen ik tussen door wat
koffie dronk kreeg ik te horen dat ik dat later ook kon doen maar nu moest
doorwerken.
“Ze denken dat ze autistisch is”,
kreeg aan het begin van de dag als waarschuwing mee.
Met dit in mijn achterhoofd terwijl ik lette op andere symptomen van autisme kon ik alleen maar om haar lachen. Ik besloot "ja en amen" te zeggen en zo veel mogelijk te doen van wat zij zei. Ze bedoelde het goed en bedankte me dikwijls.
Blijkbaar was er tevreden mee dat ik naar haar had geluisterd en dat ik er niet op uit was geweest haar leven moeilijker te maken dan het is. Ze hoopte me morgen terug te zien maar helaas voor haar hoef ik me morgen niet lichamelijk uit te sloven maar zit ik weer in de collegebanken.
Blijkbaar was er tevreden mee dat ik naar haar had geluisterd en dat ik er niet op uit was geweest haar leven moeilijker te maken dan het is. Ze hoopte me morgen terug te zien maar helaas voor haar hoef ik me morgen niet lichamelijk uit te sloven maar zit ik weer in de collegebanken.
Ik liep na het
werken als een paard, maar wel als een fluitend paard met een eeuwige glimlach op het gezicht, het gebouw weer uit. Het was een fijne werkdag geweest.
Ik liep naar de plek waar ik mijn fiets
geparkeerd had.
Tot mijn grote verbazing kon ik mijn stuk schroot, waar ik zo aan gehecht ben, nergens vinden.
Ik wist toch zeker dat ik hem daar had neergezet. Ik liep een rondje. Ontsteld liep ik daarna naar de receptie om te vragen of zij enige idee hadden waar mijn fiets naartoe was verdwenen, want ik had hem toch echt daar neergezet vanmorgen. Ik hoopte niet dat de gemeente hem ergens had besloten te dumpen omdat hij in de weg had gestaan.
Tot mijn grote verbazing kon ik mijn stuk schroot, waar ik zo aan gehecht ben, nergens vinden.
Ik wist toch zeker dat ik hem daar had neergezet. Ik liep een rondje. Ontsteld liep ik daarna naar de receptie om te vragen of zij enige idee hadden waar mijn fiets naartoe was verdwenen, want ik had hem toch echt daar neergezet vanmorgen. Ik hoopte niet dat de gemeente hem ergens had besloten te dumpen omdat hij in de weg had gestaan.
“Kijk maar in de fietsenstalling, anders vraag je het maar aan de beveiliging”, stelde de receptioniste mij gerust. Inderdaad. Hij stond niet
langer op de parkeerplaats waar de elektrische auto’s nu geparkeerd stonden om
op te laden, maar in de fietsenstalling.
![]() |
| Een van de opladers van de auto's |
Ik liep langs een man die ik eerder had gesproken in het restaurant. Hij zat in een van
de elektrische auto’s ik weet niet wat te doen.
Hij had vreemd naar
ons, cateringmedewerkers, staan staren in het restaurant. “Ben je hier nieuw?”,
vroeg hij toen aan mij. Later bleek het
dat hij na sluitingstijd stond te wachten op een broodje dat speciaal voor hem
gemaakt werd.
“Nee ik ben een
uitzendkracht”, had ik geantwoord. Het leek alsof hij ons observeerde, dus ik
dacht dat het misschien wel iemand was die oordeelde of het werk goed werd
gedaan. Het was niet netjes om geen kennis te maken en ik kon mijn nieuwsgierigheid niet verbergen. “En u bent?, vroeg ik brutaal, op een beleefde
toon. Een van de Marokkaanse mannen klonk
wat geschokt door de vraag. “Huh?!”, kraamde hij uit. Ik negeerde hem.
“Ik zoek mensen en
breng analisten hier naartoe. Heb je daar verstand van?”, (of iets dergelijks), vroeg de man van wel geschat
een jaar of 50 . Zijn lange zilverkleurige haren waren netjes gekamd en zijn
grijze baard was goed getrimd. Een kleine bierbuik puilde over zijn nette broek
en ging schuil achter een net pak. Hij
zag er rijk uit.
“Wat toevallig dat je hier dan net vandaag bent”, had hij gezegd nadat ik hem vertelde dat ik hier voor het eerst was.
“Wat toevallig dat je hier dan net vandaag bent”, had hij gezegd nadat ik hem vertelde dat ik hier voor het eerst was.
Toevallig, hoezo
toevallig?
Ik gaf toe dat ik er
helemaal geen verstand van heb van analisten. Dat kon hem weinig schelen. “Kom
je uit Zeist?”, had hij daarna gevraagd. Deze vraag vond ik helemaal niet
relevant, maar ik had maar geantwoord van wel. Daarna was hij een tijdje rond
het restaurant blijven hangen.
Lijd hij soms ook een duurzaam bestaan, vroeg ik mezelf af. Het leek alsof hij niks beters te doen had.
Heeft hij de hele tijd
daar in zijn auto gezeten, vroeg ik af toen ik het gebouw uit kwam lopen.
"Gelukt?", klonk het vrolijk vanuit het raam.
"Ja hoor!", antwoordde ik.
Vreemd.
Ik besloot er niet langer aandacht aan te besteden, maar fietste weg. Mijn fantasie ging met mij aan de haal: Even leek ik me te bevinden in een film. In deze film werd ik gelukkig niet gevolgd door de oude, rijke stinkerd in zijn dure wagen, dat op electriciteit rijdt.
Achteraf deed ik wat onderzoek naar de plek waar ik vandaag gewerkt heb.
Na wat onderzoek, blijkt het dat ik de plank flink mis had geslagen.
Na wat onderzoek, blijkt het dat ik de plank flink mis had geslagen.
Het bedrijf is inderdaad wel bezig met duurzaamheid, maar dan vooral als het draait om duurzaam geld verdienen waardoor al die rijken mannen daar in hun nette pakken kunnen rondlopen.
Ja, een pensioenuitvoeringsorganisatie , niet zo duurzaam als
ik had gedacht of gehoopt, maar het klinkt wel veel aannemelijker.




Geen opmerkingen:
Een reactie posten