Dan wordt er op mijn deur geklopt. Wie zou dat zijn? Ik beantwoord het kloppen
met een “ja”. De deur gaat open. Daar staat mijn blinde huisgenoot.
Hij vraagt of ik hem kan vertellen waar die ovenschotel ook al weer te vinden
is in de supermarkt, die we twee weken geleden samen hebben gekocht. Ik leg het uit maar bedenk
me dan dat ik ook gewoon mee kan gaan. Het maakt niks uit dat ik gisteren al
naar de supermarkt ben geweest. Als ik mee ga maak ik het voor hem een stuk
gemakkelijker en het is ook gezellig. Mijn besluit staat al snel vast. Daar gaat mijn plan om thuis te blijven.
“Wanneer ga je?”, vraag ik. “Over 10 minuten”, zegt hij. Het
is even slikken. Gelukkig ben ik al gedouched, denk ik. Ik spring uit mijn
ienie minie broek en in een spijkerbroek en doe snel een vest aan over mijn
hemd.
Ik begeef me naar de keuken en maak snel een smoothie,
bestaande uit een sinaasappel en een banaan en een boterham met kruidenkaas
klaar. Naar de supermarkt gaan met honger is geen doen als je geen geld wilt
uitgeven.
Terwijl ik in de keuken sta, stapt er een huisgenoot binnen. Hij komt
overduidelijk net uit zijn bed. Het kussen heeft een afdruk achtergelaten op
zijn slaperige gezicht. Heeft hij zijn gezicht gewassen, vraag ik me af. Best
schattig, zo’n slaperig hoofd.
Hij begint met het maken van een ‘English Breakfast’.
Hartstikke ongezond denk ik elke keer, maar blijkbaar vindt hij het ontzettend
lekker, want het is iets wat hij dagelijks eet, vaak in de ochtend maar soms
ook in de avond.
We kletsen even maar niet lang. Hij vertelt me over zijn lange werkdag
van gisteren, bij de belastingdienst tot half 10 ’s avonds. Ik miste hem rond etenstijd, terwijl hij op werk pizza's at, betaald uit belastinggeld.
Mijn blinde huisgenoot komt binnen lopen. “Eet smakelijk”, zeg ik tegen
mijn slaperige huisgenoot. We vertrekken.
Hij vertelt wat hij nodig heeft en ik leid hem door de supermarkt. Het is nu al de derde keer dat we samen
boodschappen doen. Ik word steeds beter in het leiden. Hij botst niet meer tegen van alles op en ik voel me meer op mijn gemak, met een hand op mijn schouder. Op de vraag of ik zelf iets nodig heb
antwoord ik van niet. Ik ben meegegaan, simpelweg voor de gezelligheid en dat
is het zeker.
Na het bezoekje aan de supermarkt ploffen we nog even neer op de bank. Hij eet wat kersen en ik, ik
lig op de bank en klets wat af. Daarna vertrekken we allebei naar onze kamer.
Op een gegeven moment gaat de bel. Ik irriteer me aan
het harde geluid. Ik sta op het punt open te doen als een van mijn huisgenoten
de trap af komt denderen. We horen gemopper van buiten. Het is zijn vriend die
voor de deur staat. Hij doet de deur open maar er staat niemand. “Waar is hij
nou?”, vraagt mijn huisgenoot verbaast. “Ik heb al open voor hem gedaan”,
klinkt het van boven, waar we ook een deur hebben zitten. Ik moet lachen.
De tijd is voorbij gevlogen, besef ik. Ik vraag me af wat ik
de hele tijd heb gedaan. Wat maakt het ook uit? Dat gevoel van niks moeten is
heerlijk. Ik heb het gemist.
Ik stap weer mijn kamer uit. Voordat ik de deur sluit werp
ik nog een blik naar binnen. Het ziet er allemaal weer schoon uit en netjes na
de wekelijkse schoonmaakbeurt, zoals ik het graag zie. Nu durf ik mijn deur
weer eens open te laten staan. Ik ben trots op mijn kamer, mijn veilige haven.
Het is niet groot, maar ook niet klein, maar ontzettend fijn. Mijn eigen
veilige plek.
Ik vertrek naar de woonkamer, waar ik me ook altijd
ontzettend op mijn gemak voel, om op de bank te hangen, zomaar te hangen omdat
het kan. Ik nestel me in de zachte kussens van de sofa. Een heerlijke sofa waar
waarschijnlijk te veel mensen op hebben gezeten en weet ik het wat niet op
hebben gedaan, wie kan het ook wat schelen?
Het is heerlijk.
Af en toe staar ik naar buiten, naar de groene bomen dieaf steken tegen de grijze, grauwe lucht en heen en weer deinen in de harde wind.
Ik hoor niks anders dan het geruis van de bomen, het brommen van een van onze ijskasten en in de verte een onbekende stem.
Ik hoor niks anders dan het geruis van de bomen, het brommen van een van onze ijskasten en in de verte een onbekende stem.
Mijn huisgenoot, die eerder bezoek had gehad van zijn
vriend, komt binnendruppelen , in zijn kielzog een voor mij nog onbekende vrouwelijke
gast. De rest van zijn vriendinnen ken ik naderhand wel. Hij stelt ons aan
elkaar voor en we schudden elkaar de hand.
Ze lijkt me aardig.
Mijn huisgenoot vraagt toestemming aan mij om de radio aan
te zetten. Nadat ik aangeef geen bezwaar te hebben maakt hij een abrupt einde
aan de vredige stilte. Ik heb er geen
erg in. De vredige stilte wordt nu vervangen door gezelligheid.
Ik kijk naar hem.
Zijn glimlach van oor tot oor doet mij ook lachen.
Hij is duidelijk blij met haar gezelschap.
Hij ziet er gelukkig uit en dat maakt mij gelukkig. Ik kan me soms ontzettend aan hem ergeren en hij aan mij en dat weten we van elkaar, maar het is een schat.
Een tijdje later zit ik weer met mijn blinde huisgenoot gezellig op de bank, terwijl zijn ovenmaaltijd in de magnetron zit. Mijn andere huisgenoot is begonnen aan het bereiden van een zelfgemaakte pizza samen met de vriendin die op bezoek is. Het meisje dat tegenover mij op de gang slaapt is net met haar oom vertrokken naar een restaurant, het meisje dat schuin tegenover mij op de gang slaapt is naar haar huis toe dit weekend, het meisje met de kamer het dichts bij deur is gaan paalkamperen, het weer zit niet mee, met haar vriend en een jongen op de bovenste verdieping heeft besloten vandaag te gaan barbecuen met zijn studievereniging.
Het is relatief rustig in huis. Zometeen zal de jongen die gek is op de English Breakfast ook wel weer binnen komen lopen. Waarschijnlijk staan er voor hem vandaag weer aardappels op het menu, want dat eet hij naast English Breakfast ook graag en bijna elke dag. "Je wordt zelf een aardappel een van deze dagen", grap ik soms.
Ik kijk naar hem.
Zijn glimlach van oor tot oor doet mij ook lachen.
Hij is duidelijk blij met haar gezelschap.
Hij ziet er gelukkig uit en dat maakt mij gelukkig. Ik kan me soms ontzettend aan hem ergeren en hij aan mij en dat weten we van elkaar, maar het is een schat.
Een tijdje later zit ik weer met mijn blinde huisgenoot gezellig op de bank, terwijl zijn ovenmaaltijd in de magnetron zit. Mijn andere huisgenoot is begonnen aan het bereiden van een zelfgemaakte pizza samen met de vriendin die op bezoek is. Het meisje dat tegenover mij op de gang slaapt is net met haar oom vertrokken naar een restaurant, het meisje dat schuin tegenover mij op de gang slaapt is naar haar huis toe dit weekend, het meisje met de kamer het dichts bij deur is gaan paalkamperen, het weer zit niet mee, met haar vriend en een jongen op de bovenste verdieping heeft besloten vandaag te gaan barbecuen met zijn studievereniging.
Het is relatief rustig in huis. Zometeen zal de jongen die gek is op de English Breakfast ook wel weer binnen komen lopen. Waarschijnlijk staan er voor hem vandaag weer aardappels op het menu, want dat eet hij naast English Breakfast ook graag en bijna elke dag. "Je wordt zelf een aardappel een van deze dagen", grap ik soms.
De Chinees, de short-stayer in ons huis, is net thuis gekomen en verdwijnt met een
mede Chinees naar zijn kamer, zoals hij gewoonlijk doet. We noemen hem allemaal ‘de Chinees’ en niet
bij zijn voornaam, want dat is wel " erg persoonlijk", bijna alsof we hem kennen. Maar nee, hem echt kennen doen we niet, geen van allen. Af en toe wisselen we een woordje op de gang en wensen we elkaar een fijne dag toe.
Hij brengt het grootste gedeelte van zijn tijd in zijn kamer door of bij de Chinezen die een verdieping onder ons wonen. Geen enkele keer heeft hij in ons bijzijn gekookt.
Over enkele dagen vertrekt hij weer naar China. Spijtig dat we hem niet hebben leren kennen omdat hij schijnbaar geen behoefte heeft gehad aan ons gezelschap.
Hij brengt het grootste gedeelte van zijn tijd in zijn kamer door of bij de Chinezen die een verdieping onder ons wonen. Geen enkele keer heeft hij in ons bijzijn gekookt.
Over enkele dagen vertrekt hij weer naar China. Spijtig dat we hem niet hebben leren kennen omdat hij schijnbaar geen behoefte heeft gehad aan ons gezelschap.
De shortstayers vallen soms tegen maar al met al heb ik het goed getroffen hier in huis. Ik woon al bijna drie kwart jaar hier en ik voel me een gelukkig mens.
Natuurlijk heeft het hebben van huisgenoten zijn nadelen.
Het huis is niet altijd even schoon. De gootsteen is soms verstopt met etensresten. Er worden dikwijls boetes uitgedeeld als de huistaken niet worden gedaan. Je voedingsmiddelen worden soms gebruikt door een ander, wat kan zorgen voor ergernissen. De gezamenlijke stofzuiger is soms zoek. Soms is er onenigheid en niet iedereen kan het altijd en even goed met elkaar vinden maar over het algemeen zijn we ontzettend blij met elkaar en is het gezellig met tien totaal verschillende mensen bij elkaar.
Natuurlijk heeft het hebben van huisgenoten zijn nadelen.
Het huis is niet altijd even schoon. De gootsteen is soms verstopt met etensresten. Er worden dikwijls boetes uitgedeeld als de huistaken niet worden gedaan. Je voedingsmiddelen worden soms gebruikt door een ander, wat kan zorgen voor ergernissen. De gezamenlijke stofzuiger is soms zoek. Soms is er onenigheid en niet iedereen kan het altijd en even goed met elkaar vinden maar over het algemeen zijn we ontzettend blij met elkaar en is het gezellig met tien totaal verschillende mensen bij elkaar.
“Heb jij toevallig Italiaanse kruiden?”, vraagt een van mijn huisgenoten.
“Pak maar wat je kan vinden”, antwoord ik.
Zo gemakkelijk is het.
“Pak maar wat je kan vinden”, antwoord ik.
Zo gemakkelijk is het.
Vandaag heb ik het in huis weer ontzettend naar mijn zin.
Mijn maag knort.
Ik moet ook maar eens gaan kijken wat ik ga koken om in mijn basisbehoeften te voorzien.
Maar ik voel me best vol, vol geluk.



Geen opmerkingen:
Een reactie posten