zondag 23 juni 2013

Samenwerken: Er op of eronder?





Samenwerken

Zo moeilijk is het niet en het kan best wel gezellig zijn!
 Er zijn een aantal dingen waar je op moet letten (Het zijn er wel meer, maar we doen het er hier even mee) :
  1. Het (gezamenlijke) doel is duidelijk
  2.   Iemand neemt de leiding
  3. Taken worden verdeeld
  4.  De schouders gaan eronder
  5.   Iedereen draagt zijn steentje bij
  6. Er wordt goed gecommuniceerd
  7.  Er wordt op elkaar vertrouwd
  8. We steunen elkaar
  9. Motiveren elkaar
  10. Tonen dankbaarheid voor elkaars inzet
  11.  Het proces wordt gemonitord
  12. Samen bereik je de eindstreep
  13. Samen behaal je je gezamenlijke doel.




Het doel is duidelijk


Je moet nog een opdracht maken, naast het tentamen om het vak te halen. Het is een moeilijke opdracht, een ware uitdaging. Bij het eerste werkcollege hoor je dat het de bedoeling is dat je samenwerkt. Je kijkt om je heen en je kent niemand. Uiteindelijk wordt er een groepje gevormd. Het doel is duidelijk: Jullie willen allemaal een voldoende halen.  De volgende vraag is: Hoe?









Iemand neemt de leiding
Ik ben me er van bewust dat ik vaak de leiding neem. Ik neem het voortouw, want als ik het niet doe, wie dan wel? En kan je het niet het beste maar gewoon zelf doen, als je wilt dat het goed gaat? De leiding nemen kan zwaar zijn.









De taken worden verdeeld
De leiding nemen is een ding, maar dit betekent niet alles alleen doen. De taken moeten natuurlijk verdeeld worden en dat verdelen van taken dat moet eerlijk verlopen: Ik ben toch niet gek? Iedereen moet een even grote bijdrage leveren aan het eindproduct, dat uiteindelijk moet staan als een huis.











De schouders gaan eronder
Hoe bouw je een huis? 
De schouders gaan eronder: Iedereen doet mee. Iedereen begint met de taak die ze aan het begin hebben gekregen. Er wordt duidelijk gemaakt dat er ruimte is voor vragen. Het wordt zelfs verwacht dat men vragen stelt als iets niet duidelijk is. We helpen elkaar, is het motto. Twee, drie, vier of vijf weten meer dan een. 



Het liefst kom je een paar keer bij elkaar om werkelijk de schouders er samen onder te zetten. Dan blijkt dat niet iedereen dat nodig vindt of (en daar kunnen ze helemaal niks aan doen) ze hebben gewoon geen tijd. 
Jij wel, maar zij niet. Zij hebben gewoon een ontzettend druk leven. He, wat jammer!





Iedereen draagt zijn steentje bij
Een steentje wat weegt dat nou? Vele handen maken licht werk, dat weten we allemaal.  Maar wat nou als niet iedereen besluit hun handen uit hun mouwen te steken of als iemand beweert het wel te doen, maar je vervolgens de armen niet ziet verschijnen.





Mijn gedachte rondom samenwerken: Iedereen hoort in een groep met een gezamenlijk doel een even grote bijdrage te leveren. Iedereen hoort hun steentje bij te dragen. Als dit namelijk niet het geval is, wordt de last voor de anderen die wel hun steentje bijdragen en daarnaast de overige steentjes dragen die gedragen moeten worden naar de eindstreep, om het uiteindelijke product te kunnen bouwen lood zwaar.




Ondertussen wordt er goed gecommuniceerd
Er kunnen overal miscommunicaties voorkomen, tussen partners, in een gezin maar ook in een groep waarmee je samenwerkt. Ik zeg bijvoorbeeld A, heel duidelijk A, ook een aantal keer A, maar op de een of andere manier wordt er toch B verstaan. Hoe dat dan kan, onbegrijpelijk, maar het gebeurd echt.
Vragen stellen, was een must, werd aan het begin afgesproken maar vaak worden die vragen dan toch niet gesteld. 











Een dag voor de deadline, als jij het idee hebt dat alles vlekkeloos verloopt, haast trots bent op het proces, krijg je opeens te horen dat iemand eigenlijk nog lang niet klaar is met hun deel. Waarom niet, is dan de vraag, hoe komt dat? 
Toen je ondertussen had gevraagd of het allemaal lukte, hoorde je ze niet klagen.

O, ze hebben het niet begrepen. Maar, de deadline is MORGEN!
 Maar waarom vroeg je dan niet om hulp is dan de volgende vraag:  “Omdat ik het alleen wou oplossen om jullie niet lastig te vallen.” O ja, heel fijn en kijk wat we ermee op zijn geschoten.




Er vertrouwd op elkaar 
Als het een paar keer gebeurd in een samenwerkingsproces dat je het idee hebt dat je wel de leider bent, soort van, maar er ook alleen voor staat, dan wil je op een gegeven moment het liefst niet meer verder. Je hebt het voortouw in je handen maar het liefst wil je gewoon loslaten. Maar op zo’n moment heb ik toch het gevoel, en een angst dat me bekruipt van: Maar als ik het touw loslaat, wat dan? Wat zou er gebeuren als ik het touw inderdaad gewoon loslaat? Wat zou er gebeuren als ik besluit niet meer achter andermans kont aan te rennen, hen niet meer te pushen iets te doen maar ook eens achterover zou leunen. Komt er dan uberhaupt wel wat van of zal al mijn moeite verloren gaan. 






Maar op zo’n moment dat je geneigd bent het touw los te laten, je voelt je moe, kapot, je voelt je niet gewaardeerd, je voelt alsof je de enige bent die echt haar best doet, terwijl anderen vooruit proberen te gaan op jouw rug, dan zet je toch even op een rij wat er allemaal op het spel staat , als jij los laat en het dan mis gaat.
 Het touw loslaten gaat niet zo maar als je toekomst er van af hangt, als een onvoldoende op een werkstuk nog een extra jaar studeren kan betekenen. 
Eigenlijk vertrouw je die stuurlui die aan wal staan, toch niet zo. Misschien weten ze dat ook al te goed.




We steunen elkaar
Je sleept met de zware stenen heen en weer en je krijgt nauwelijks hulp. De ander beweert het goed te bedoelen maar waarom blijft het daarbij en beweert de armen uit de mouwen te steken, maar waar blijven die armen dan?
 Waar blijven die handen die het zware werk lichter moeten maken. Het wachten blijkt steeds weer ter vergeefs. 
Het vertrouwen wordt steeds weer geschonden als men weer niet aan verwachtingen blijkt te voldoen en zich voor de zoveelste keer niet aan een afspraak houdt, maar steeds weer bergen belooft, met goud.
Steun, waar blijft die steun dan?






Motiveren elkaar
De motivatie gaat verloren. Degenen die alles doen, die zijn het zat. Degene die niks doen die merken dat degene die alles doen het zat zijn en degene die wel wat doen, maar niet zo veel om er werkelijk last van te hebben, maar tegelijkertijd ook geen last ervaren van degene die niks doen, die vinden het ook vervelend dat die anderen elkaar af zitten te katten, want die frustratie, je moet er toch wat mee. Frustraties moeten geuit worden, vervolgens worden uitgepraat en dan kan men weer verder, anders ontploft de bom toch, op een gegeven moment.  Veel frustratie dus, dat wel, maar de motivatie is ver zoek.












Tonen dankbaarheid voor elkaars inzet
Inzet? Welke inzet? Praatjes vullen geen gaatjes.  De prijs voor de beste smoesjes gaat naar…












Het proces wordt gemonitord
“Jongens, het schiet niet echt op zo. Wie heeft de laatste versie? Wie heeft nou deel 1 gedaan en wie deel 2? We zijn bijna klaar!”  De taakverdeling is op een gegeven moment geheel door de war gelopen. De steentjes die de ene liet vallen, konden de anderen niet laten liggen.  Men werkt verder, maar het proces verloopt niet geheel volgens plan.




Samen bereik je de eindstreep
Je hebt dezelfde ronde voor de tweede keer gerend en het ging niet geheel volgens plan. De eerste keer ging het ook niet volgens plan en toen bleek je inzet ter vergeefs te zijn. 
De taken waren verdeeld en werden vervolgens niet door iedereen uitgevoerd. Het totale eindproduct bleek niet aan de eisen te voldoen, dus dan doe je wat je moet doen: Je rent het rondje opnieuw . 
Na ploeteren en zweten, frustraties, vallen en opstaan bereik je de eindstreep weer, met z’n allen, maar sommigen gingen achterop de rug van de anderen want ze wilden niet rennen maar  ze wilden wel mee. Het is dan ook echt onzettend sneu om ze achter te laten, ze als een baksteen te laten vallen. Maar dit rennen met iemand op de rug is ontzettend vermoeiend natuurlijk.




Samen behaal je het gezamenlijk doel
Het gezamenlijk doel houdt je ondanks het gewicht dat op je drukt, ondanks alle vermoeidheid op de been. Nog even, we zijn er bijna, met z’n allen en daarna hoeft het nooit meer met z'n allen, tenminste niet met elkaar (want we lusten elkaar nu wel rauw). 

Het gezamenlijk doel was een voldoende, die wordt behaald door iedereen, maar is door die stuurlui aan wal niet echt verdiend, naar jouw gevoel, een gevoel dat aan je knaagt, maar wat doe je ermee?
Je weet niet zo goed wat je er mee moet. Wat een oneerlijke boel.

De volgende keer probeer je in ieder geval niet meer met die stuurlui op een bootje te stappen, de stuurlui die het liefst aan wal staan en vervolgens als ze besluiten op te stappen er op uit lijken te zijn het bootje te doen zinken (ondanks het gezamenlijk doel, hoe boycot ik de boel?)



Samenwerken. Ik weet wat naderhand wel  het inhoudt en ik zie er elke keer weer tegen op.

Dit herken je vast wel?
Als het er op zit slaak je een diepe zucht. 
De volgende keer meer geluk met het samenwerkingsproces. Dit keer was het niet zo'n succes.





Benieuwd naar meer verhalen over samenwerken?




Benieuwd naar meer processen die niet volgens plan verliepen?


Benieuwd naar momenten waarop het wel goed ging?





Geen opmerkingen:

Een reactie posten