dinsdag 16 juli 2013

Liefhebben

 liefhebben [onregelmatig werkwoord]• iets of iemand lief of mooi vinden vb:zij hadden elkander lief


Je strekt een hand naar me uit,
een bekende hand.
Ik twijfel niet,
We komen samen in beweging. 
Ik kijk naar je en ik lach. 
Ik lach alleen al, om de vier minuutjes van je leven die je aan mij besloot te besteden
en de vier minuutjes van de mijne die ik jou zo heb geschonken. 
We kletsen gezellig.
We voelen ons beiden op ons gemak, volgens mij
En ik lach 
en dan lach jij 
of lach jij, 
en dan ik
Dan lach ik steeds als ik naar je kijk, 
ook als ik het niet ben, 
aan wie je vier minuutjes schenkt
Zo heb ik je lief.

We ontmoeten elkaar.
Ik vraag hoe het gaat,
een normale vraag waar op ik een standaard antwoord verwacht,
 maar jij geeft me veel meer dan ik vraag, 
en ik ben je daar dankbaar voor,
of jij mij.
Ik zit in een dieptepunt, zeg jij. 
Een dieptepunt, vraag ik.
 Een scheiding,
 In alle drukte, ben ik er stil van.
Na hoe lang, vraag ik. 
7 jaar, zeg jij, 
Je ziet dat het mij verbaast,
en dan vraag je me te raden hoe oud jij bent.
Na logisch na te denken neem ik mijn eigen leeftijd 
en tel ik er 7 jaar bij op, want zo oud lijk je ook weer niet,
 maar je bent ouder.
Het ergste is...zeg jij,
je tovert je telefoon tevoorschijn en dan staren twee schattige jongetjes mij aan.
Ze doen mijn hart smelten, en ik kan het niet verbergen, waarom zou ik?
 7 en 5 jaar oud.
Ze zien er lief uit, zeg ik 
Ze zijn lief, zeg jij 
Je bent een trotse vader en vanaf nu wordt het een co-ouderschap, 
daar heb je nog geluk mee gehad, tenminste dat, 
maar ik heb werkelijk met je te doen.
Je pakt mijn hand vast,
of je steun zoekt weet ik niet, 
maar ik houd je handen vast, heel even. 
Je bent best lief.

Ik zie je voor het eerst.
Je vraagt me om te dansen,
Zonder een goede reden, weiger ik niet. 
Ik geniet van de muziek,
Het dansen zelf gaat niet zo soepel,
om ons heen gebeurt van alles, 
maar tussen ons in ligt een ongemakkelijke stilte.
 Ik kijk je in de ogen 
en ik probeer te lachen, 
maar iets in je ogen doet me twijfelen.
Het lijkt of je het merkt.
Je probeert de stilte te vullen door te kletsen over van alles, 
over mij voor namelijk, 
wat een interesse, 
maar van mij hoeft dat niet, 
ontspan toch, geniet,
want alleen zo heb ik je lief.

 Je bent er, zoals altijd.
Ik blijf van je vandaan.
Ik kijk naar je,
naar hoe je als een roofdier door de ruimte beweegt, 
Hoe je vrouwen beetpakt,
hoe je lacht, 
hoe je praatjes maakt, 
hoe je fluistert in haar oren, 
en dan weer in die van een ander.
Ik hoef niet te horen wat je zegt, om te weten wat je doet.
Praat niet met me,
Groet me niet.
Ik erger me kapot aan je 
en schud stilletjes mijn hoofd en ik zucht heel diep, 
maar je ziet het niet en dat hoeft ook niet, 
want ondanks alles,
en omdat je een klap verdient,
heb ik je vanaf een hele veilige afstand
 lief.




Meer verhalen die hiermee te maken hebben





Geen opmerkingen:

Een reactie posten