Ik stuurde spontaan een berichtje. 'Wil je elkaar ontmoeten in Utrecht', vroeg ik.
Hij was net op weg naar huis. Het kwam goed uit. Ik moest weliswaar een half uur wachten, maar ik had het er wel voor over.
Ik nam plaats op een bankje op Utrecht centraal. Tegenover de Starbucks waar ik koffie heb gedronken en hij muntthee met heel veel honing en suiker.
Naast mij nam een oud mannetje plaats. Ik groette hem niet en hij mij niet. Hij verdiepte zich in zijn krant en ik begon te lezen uit mijn boek. Het was duidelijk dat hij op iemand wachtte.
Toen ging zijn telefoon.'Hoe laat ben je er schat', vroeg hij. Ik stelde het me voor dat het zijn vrouw was, maar het kan net zo goed zijn dochter zijn geweest.
Hij wachtte op iemand en ik ook.
Ik had geen flauw idee hoe ik hem zou gaan begroeten en concentreerde me op mijn boek. Om de zo veel minuten keek ik op mijn telefoon. In de laatste minuten die verstreken probeerde ik niet steeds om me heen te kijken. Ik probeerde wat nonchalant over te komen, als hij me zou zien.
Daar zat ik dan. Het zou nog eventjes duren, een minuut of twee.
Opeens viel mijn been in slaap en ik voelde alsof mijn blaas zich opeens vulde. Nu niet, dacht ik. Je moet nu wachten. Ik begon rondjes te lopen en mijn been in de rondte te slingeren. Ik voelde mijn tenen niet. Ik vloekte. Waarom moet dat nou net nu gebeuren, vroeg ik mezelf af. Ik baalde.
Hij zou om 23:15 uur aankomen. Ik zat ergens waar ik hem meteen zou zien. Mijn been sliep niet meer. Het was 23:17 uur en hij was er nog steeds niet. Ik las weer verder ,tenminste dat probeerde ik.
Toen kwam hij opeens aan lopen vanuit de verkeerde kant.
Ik hoefde hem niet meteen te groeten want hij kwam naast me zitten. We kusten elkaar drie keer op de wang. Die zoenen bleven een tijdje in mijn hoofd.Wat betekende drie zoenen op de wang? Ik maakte me zorgen.
Ik moest om 01:00 uur bij de bushalte zijn en maakte grapjes over het missen van mijn bus. Helaas was ik moe en zou ik tot 7 uur 's ochtends in de stad lopen niet volhouden.
De tijd tikte door. Hij liep met me mee naar de bushalte.
Ik besloot de allerlaatste bus te nemen.
In de laatste 5 minuten opende hij zijn armen en ik kroop tegen hem aan. Hij rook heerlijk, ook na een hele lange dag werken.
Nog 2 minuten.
Er waren meerdere momenten van spanning geweest waarin ik hem aankeek, verlegen werd en in paniek mijn hoofd afwendde.
Ik verborg mijn hoofd tegen zijn borstkas en schuilde bij hem, voor hem. Het voelde veilig.
Ik wist het. Het moest nu, nu of nooit.
Toen de bus naderde gebeurde het heel snel. We drukten onze lippen op elkaar en het kriebelde.
Ik wou de bus haast voorbij laten rijden.
Hij begeleidde me naar de deur en keek achterom toen de bus wegreed.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten