De stilte coupé zat aardig vol. Naast me zaten een stuk of zeven mensen rond de 50 of 60 jaar. Zij hadden blijkbaar besloten onwijs veel lawaai te maken. Ze kletsten uitgebreid. Tot mijn grote verbazing begonnen ze op een gegeven moment een balletje over te gooien. Tegenover me zat een man die zich er overduidelijk mateloos aan irriteerde. Ik kon mijn lach niet inhouden. Ik genoot van deze ouderen die zich gedroegen als kinderen die niet wisten hoe ze zich hoorden te gedragen. Samen lachten wij. 'Fijne avond. Wel thuis', zeiden we tegen elkaar toen de trein in Utrecht arriveerde. Het was 3 over 12.
Ik stond wat eerder op van mijn stoel. Een eindje verder op zag ik namelijk iemand staan die me bekend voor kwam. Hij had naar me gezwaaid. Ik twijfelde even. Ik ga h em groeten, waarom niet, dacht ik. Zo gezegd zo gedaan.
We spraken even met elkaar. Hij kwam net uit werk, zei hij.
We stapten samen uit de trein.
Soms doe ik domme dingen. Dit keer had ik per ongeluk zowel ingecheckt als een kaartje gekocht. Hij had niks te doen, zei hij, dus hij liep met me mee naar de service balie. We lachten om mijn domme actie.
Ik had mijn bus gemist. De volgende bus zou pas over 51 minuten komen. We besloten even naar een club te gaan, om de tijd te verdrijven.
We bleven wat langer in de club dan de bedoeling was. Een tijdje later toen we de club uitliepen bleken er geen bussen meer te rijden. Wat een pech.
Zijn huis lag op 10 minuten loopafstand. Hij bleef de hele nacht bij me. Hij had een rare naam en kwam van een ander eiland, dan ik. We hadden elkaar de eerste keer ontmoet toen ik ging salsa dansen. Hij keek boos en kon niet dansen en ik wou het hem niet leren. 'Ga naar les', zei ik. Hij sprak grappig Engels.
We zwierven samen in het donker, door de verlaten stad en namen plaats op de bankjes die door de stad verspreid waren of zaten even bij een bushalte.
Ik voelde me op mijn gemak en veilig in het gezelschap van deze jongeman die ik net had leren kennen, waarvan ik eigenlijk maar weinig afwist.
We waren met z'n tweeën en met zijn tweeën zijn was genoeg. We spraken over van alles en lachten alsof we elkaar al jaren kende. Mijn buik deed er pijn van. Hij was een grappenmaker.
Hij had prachtige tanden, kuiltjes in zijn wangen en een glimlach die de stad kon verlichten. Hij schaterlachte als een stout kind. Op een gegeven moment deed hij zijn vierkante bril af en liet hij me zien dat hij bijna blind was. Hij hees zijn afgezakte broek op. Het was niet iets wat hij standaard deed, zei hij.
We spraken over religie. We spraken over ontzettend veel. Hij zei dingen die indruk op me maakte, die overduidelijk goed doordacht waren en waar zijn standpunt in het leven duidelijk in naar voren kwam. Ik kon me er wel in vinden.
We dronken om half 7 's ochtends koffie bij de Starbucks. Ik dronk koffie en hij dronk verse muntthee met 2 kuipjes honing en veel te veel suiker.
Ik ben zo hard als beton, zei hij, maar zo zacht als een kussen van binnen. Hij had aardige ogen, lichter dan de mijne en volle lippen.
Bij de bushalte legde hij zijn gespierde getatoeerde arm over mijn schouders. We omhelsden elkaar toen de bus voor mijn neus stopte om 10 over 8.
Het was onverwacht,
maar eigenlijk zijn juist de onverwachte dingen die je spontaan doet,
zonder er al te veel bij na te denken, het leukste.
Ja dat was het, of niet?
Een ding wist ik zeker,
na die 8 uur die we met elkaar hadden doorgebracht vond ik hem geen idioot meer,
wat wel mijn eerste indruk was.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten