Ik had me gehaast om maar niet te laat te zijn. Ik was zelfs een kwartier te vroeg. Ik had om 6 uur een afspraak maar zij is nog niet komen opdagen. Ze is wel onderweg geloof ik.
Het is kwart voor 9 en ik wacht nog steeds terwijl ik besef dat het de 25 euro echt niet waard is om mijn kostbare tijd te verspillen. 3 uur wachten is lang en ik heb niet eens geduld.
Ik wacht dus al lang. Ondertussen heb ik honger gekregen. Om half 7 kocht ik een mueslireep van 1 euro.
Dit stilde mijn honger maar even. Een uurtje later begon mijn maag weer hevig te knorren en werd ik licht in mijn hoofd.
Ik kocht een schriftje omdat mijn vingers kriebelden en ik het schrijven op servetten beu was.
En wat was het koud!
Ik liep de Starbucks binnen. Hier zou het warm zijn. Ik baalde dat ik weer geld moest uitgeven maar ik had ook suiker en caffeine nodig om niet in te dutten en ik kon het niet maken om te gaan ziten zitten zonder voor iets te betalen.
Er nam een man naast mij plaats. Ik glimlachte naar hem.
Na een tijdje, een minuutje of 5 sprak hij me aan.
'Ik ben dakloos', begon hij.
In mijn gedachten maakte ik zijn zin af. In mijn gedachten vroeg hij om geld. In het echt vroeg hij om een bak koffie.
Ik twijfelde even en ik dacht aan mijn oma die daklozen rijst met melk en suiker geeft om te eten in plaats van geld waar ze drugs mee kunnen kopen. Ik denk nu ook aan die ene keer dat ik mijn moeder brood en kaas kocht voor een man die rondzwierf in de buurt van de supermarkt.
'Wat voor koffie wil je?', vroeg ik.
Hij dacht even na.
'Cappuccino', zei hij na een tijdje.
Ik liep naar de kassa, bestelde en betaalde.
'Op welke naam kan ik het zetten', vroeg het meisje achter de kassa.
Ik keek achterom en haalde mijn schouders op. Ik wist zijn naam niet en dat deed er ook niet toe.
Hij wachtte heel ongeduldig op zijn koffie. Al snel was zijn koffie klaar.
'Een cappuccino voor... smiley'.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten