donderdag 16 april 2015

Life is about the people you meet (NL)

Ik was zo ver mogelijk naar achteren gelopen in de bus. Ik hoopte dat  twee jongens en dat ene meisje, die bij de bushalte stonden en iedereen die ze zagen een cijfer gaven, en ik weet zeker dat ik een dikke onvoldoende heb gekregen, ergens voorin zouden gaan zitten.




Er was een plekje vrij op de derde rij van achteren. Ik ging zitten naast een jongen die naar zijn telefoon staarde en twijfelde: Zou ik hem groeten of niet? Ik besloot niet te groeten. Hij keek op en ik glimlachte en hij glimlachte terug. Vriendelijke jongen, dacht ik.






Ik legde mijn gloednieuwe telefoon weg omdat het de laatste tijd op een koelkast lijkt waar ik steeds in kijk in de hoop dat hij opeens vol zit met overheerlijke etenswaren, maar die leeg naar mij terug staart.
Ik toverde mijn roman, Elf, een vermakelijk boek, helaas ben ik al bijna aan het einde aangekomen, tevoorschijn en begon te lezen.  De jongen naast me legde ook zijn telefoon weg en pakte een boek uit zijn tas.'The Netherlands', stond er op. Het leek op een woordenboek Engels-Nederlands, of iets dergelijks.



Kwam hij uit het buitenland (en uit welk land dan)? De vraag bleef een tijdje brandend op mijn tong liggen totdat ik hem durfde te stellen. 'Where are you from? Are you an international student?' Hij moest lachen, nee dat was hij niet maar hij begreep waarom ik het vroeg. Hij kwam 'gewoon' uit Nederland, oorspronkelijk uit Breda.
'Waarom koop je dan zo'n boek?', vroeg ik verbaasd. Het boek bleek een reisgids te zijn. De reden daarvoor, zo legde hij uit, was dat men eigenlijk vaak naar het buitenland gaat om te zien wat daar is maar dat hij ook benieuwd is naar al de dingen die hier in Nederland te zien zijn die hij misschien nog niet heeft gezien. Hij was ook al in veel landen geweest, vertelde hij. 'Maar eigenlijk', zei hij en dat vond ik het mooiste 'maakt het niet uit waar je naartoe gaat . Het  gaat vooral om die mensen die je tegenkomt.' Hij had helemaal gelijk! 'Ja', zei ik enthousiast.



We kletsten verder en de bus naderde de halte waar ik uit moest stappen. Hij studeerde psychologie 'en welke richting', vroeg ik. 'Misschien wel de saaiste', antwoordde hij. 'Neuro?', gokte ik. 'Arbeidspsychologie', zei hij, naar mijn persoonlijke en uitgesproken mening niet de saaiste.
We kletsten nog wat over onder andere uitgaansgelegenheden en musea. Hij stak zijn hand uit en stelde zich voor. 'Xenia met eeen X',zei ik. Dat zou hij onthouden.
We stapten toevallig bij dezelfde halte uit. Hij had afgesproken met een vriend en mijn capoeira training zou over een kwartier beginnen. 'Wie weet zien we elkaar nog wel eens. Het was leuk je te ontmoeten', zei hij, en dat was wederzijds.






Geen opmerkingen:

Een reactie posten