zaterdag 11 juli 2015

'Spring maar achterop bij mij.'

Hij stond op het punt te vertrekken maar dat wist ik nog niet toen ik vrolijk fluitend , volkomen op mijn gemak, aan kwam wandelen. Ik had toen nog geen idee hoe veel geluk ik had gehad. Hij lachte naar mij en ik dacht dat hij gewoon blij was mij weer te zien. Zo zie je iemand nooit en zo zie je iemand drie keer in 2 weken.

Hij dacht dat ik weer voor een bezichtiging kwam van een van de andere kamers in het pand maar ik kwam eigenlijk om een contract te ondertekenen. Eerst vroeg hij of ik al mijn documenten dan al had opgestuurd. Na-tuur-lijk . ‘Nee je moet op het kantoor het contract ondertekenen, niet hier’, zei hij toen. Dat was niet wat in de email stond, maar goed. ‘Oh wat een geluk dat je nog niet weg was!’, zei ik. ‘Ja je hebt inderdaad geluk gehad’, en hij lachte weer. ‘Spring maar achterop bij mij’, zei hij (Nouja zoiets, maar natuurlijk bracht hij het op een professionele manier) ‘Ik ga nu toch naar het kantoor. Dat is makkelijker.’

Ja, dat was inderdaad makkelijker en bij een makelaar achterop een blauwe scooter kriskras door Den Haag rijden was helemaal niet verkeerd. Misschien moet ik er zelf ook maar eentje aanschaffen, zo’n scooter. Ik keek om me heen en we kletsten wat.  Het is een donkerblonde jongen. Jong: pas 25 jaar. De eerste keer dat ik hem zag had ik de vraag er maar meteen uitgegooid. ‘Je ziet er echt super jong uit. Hoe oud ben je?’ Als je iets wilt weten dan vraag je het, toch?

25 jaar dus en 2 jaar aan het werk, vertelde hij. ’Dat heb je goed gedaan’, zei ik want ik kon het niet laten. Hij kon het toen blijkbaar ook niet laten om er aan toe te voegen dat hij ook al op zijn zeventiende de vwo had afgerond. Ja, dat heeft hij goed gedaan. Hij vroeg zich ook af of ik havo of vwo heb afgerond (Maakt dat wat uit dan?) en wat voor sport ik doe. ‘Oh, zo’n vecht- dans sport?’ Juist!

Wat bleek, dat hij minstens een keer per jaar naar Curaçao gaat en altijd met kerst en dat hij oud en nieuw vieren daar fijn vindt, ‘maar Oostenrijk is ook leuk, skiën en après-skiën. ‘Ik kan niet skiën en après-skiën is niet echt leuk als iedereen dronken is behalve ik’ gaf ik aan en hij zei dat ik waarschijnlijk gelijk had. ‘Waar woon je dan op Curaçao’, vroeg hij, dus ik legde uit waar mijn huis op Curaçao ligt. Het was een wonder en fijn voor de verandering: Hij kende niet alleen de stranden maar wist ook waar die ene supermarkt, vlakbij mijn huis is. 
                                                      
Hij vertelde mij ook waar hij woont toen we daar langsreden (O...en wat moet ik nou met die informatie?) en vroeg of ik vaak in Den Haag kom  ‘..want je woont in Rotterdam toch?’  ‘Nee, ik woon in Zeist.’  ‘Zeist?’, herhaalde hij op zo’n toon van -hoe ben je daar nou in vredesnaam terechtgekomen?- Ja, Zeist.

Op het kantoor spraken we de dag af waarop ik in mijn nieuwe appartement, dat eigenlijk gewoon een studio is, kan trekken. Ik vertelde dat ik graag zo snel mogelijk in de woning wil trekken. ‘3 augustus ga ik namelijk op kamp.’   ‘Op kamp, vroeg hij en hij keek me raar aan. ‘Ja op kamp met kinderen’, zei ik met de nadruk op ‘met kinderen’.  Toen klaarde zijn gezicht op: ‘Oh leuk’. Ja, die reactie, precies zo, krijg ik nou altijd.

Ik las het contract zorgvuldig door terwijl hij voor thee zorgde.  Ik mocht kiezen tussen die vieze, saaie normale thee die je normaal gesproken krijgt en Earl Grey. Fijn! Nou dat was geen moeilijke keuze. Er zaten 2 klontjes suiker bij, die ik liet staan. Ik ben in zoverre vernederlandst dat ik al lang geen suiker meer in mijn thee doe, maar fijn dat hij er aan dacht.


‘De factuur zit er bij en je mag een fles wijn ophalen’, zei hij. Het speet hem dat ik 1650 euro moet betalen voordat ik in de woning mag trekken en dat ik een fles wijn cadeau kreeg terwijl ik niet drink.

Het was gezellig, maar toen ik achterop die scooter zat, voelde ik me helemaal niet op mijn gemak, een beetje uit balans en niet veilig, alsof ik er van de een op de andere moment af kon donderen. Eerst vroeg ik me af waar ik mijn voeten moest laten en daarna vroeg ik me af of ik maar gewoon mijn armen om hem heen moest slaan, al voelde dat een beetje raar. Voor hem was het niet raar, op zijn scooter door de stad rijden, met een vreemde vrouw achterop, dat deed hij natuurlijk elke dag. ‘Je kan vasthouden aan die beugels daar achter.’ Aha. Daar was dus over nagedacht.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten