Hij stond op het punt te
vertrekken maar dat wist ik nog niet toen ik vrolijk fluitend , volkomen op
mijn gemak, aan kwam wandelen. Ik had toen nog geen idee hoe veel geluk ik had
gehad. Hij lachte naar mij en ik dacht dat hij gewoon blij was mij weer te
zien. Zo zie je iemand nooit en zo zie je iemand drie keer in 2 weken.
Hij dacht dat ik weer voor
een bezichtiging kwam van een van de andere kamers in het pand maar ik kwam
eigenlijk om een contract te ondertekenen. Eerst vroeg hij of ik al mijn
documenten dan al had opgestuurd. Na-tuur-lijk . ‘Nee je moet op het kantoor
het contract ondertekenen, niet hier’, zei hij toen. Dat was niet wat in de
email stond, maar goed. ‘Oh wat een geluk dat je nog niet weg was!’, zei ik. ‘Ja
je hebt inderdaad geluk gehad’, en hij lachte weer. ‘Spring maar achterop bij
mij’, zei hij (Nouja zoiets, maar natuurlijk bracht hij het op een
professionele manier) ‘Ik ga nu toch naar het kantoor. Dat is makkelijker.’
Ja, dat was inderdaad
makkelijker en bij een makelaar achterop een blauwe scooter kriskras door Den
Haag rijden was helemaal niet verkeerd. Misschien moet ik er zelf ook maar
eentje aanschaffen, zo’n scooter. Ik keek om me heen en we kletsten wat. Het is een donkerblonde jongen. Jong: pas 25
jaar. De eerste keer dat ik hem zag had ik de vraag er maar meteen uitgegooid. ‘Je
ziet er echt super jong uit. Hoe oud ben je?’ Als je iets wilt weten dan vraag
je het, toch?
25 jaar dus en 2 jaar aan
het werk, vertelde hij. ’Dat heb je goed gedaan’, zei ik want ik kon het niet
laten. Hij kon het toen blijkbaar ook niet laten om er aan toe te voegen dat
hij ook al op zijn zeventiende de vwo had afgerond. Ja, dat heeft hij goed
gedaan. Hij vroeg zich ook af of ik havo of vwo heb afgerond (Maakt dat wat uit
dan?) en wat voor sport ik doe. ‘Oh, zo’n vecht- dans sport?’ Juist!
Wat bleek, dat hij minstens
een keer per jaar naar Curaçao gaat en altijd met kerst en dat hij oud en nieuw
vieren daar fijn vindt, ‘maar Oostenrijk is ook leuk, skiën en après-skiën. ‘Ik
kan niet skiën en après-skiën is niet echt leuk als iedereen dronken is behalve
ik’ gaf ik aan en hij zei dat ik waarschijnlijk gelijk had. ‘Waar woon je dan
op Curaçao’, vroeg hij, dus ik legde uit waar mijn huis op Curaçao ligt. Het
was een wonder en fijn voor de verandering: Hij kende niet alleen de stranden
maar wist ook waar die ene supermarkt, vlakbij mijn huis is.
Hij vertelde mij ook waar hij woont toen we daar langsreden (O...en wat moet ik nou met die informatie?) en vroeg of ik vaak in Den Haag kom ‘..want je woont in Rotterdam toch?’ ‘Nee, ik woon in Zeist.’ ‘Zeist?’, herhaalde hij op zo’n toon van -hoe ben je daar nou in vredesnaam terechtgekomen?- Ja, Zeist.
Hij vertelde mij ook waar hij woont toen we daar langsreden (O...en wat moet ik nou met die informatie?) en vroeg of ik vaak in Den Haag kom ‘..want je woont in Rotterdam toch?’ ‘Nee, ik woon in Zeist.’ ‘Zeist?’, herhaalde hij op zo’n toon van -hoe ben je daar nou in vredesnaam terechtgekomen?- Ja, Zeist.
Op het kantoor spraken we
de dag af waarop ik in mijn nieuwe appartement, dat eigenlijk gewoon een studio
is, kan trekken. Ik vertelde dat ik graag zo snel mogelijk in de woning wil
trekken. ‘3 augustus ga ik namelijk op kamp.’ ‘Op
kamp, vroeg hij en hij keek me raar aan. ‘Ja op kamp met kinderen’, zei ik met
de nadruk op ‘met kinderen’. Toen
klaarde zijn gezicht op: ‘Oh leuk’. Ja, die reactie, precies zo, krijg ik nou
altijd.
Ik las het contract
zorgvuldig door terwijl hij voor thee zorgde. Ik mocht kiezen tussen die vieze, saaie
normale thee die je normaal gesproken krijgt en Earl Grey. Fijn! Nou dat was
geen moeilijke keuze. Er zaten 2 klontjes suiker bij, die ik liet staan. Ik ben
in zoverre vernederlandst dat ik al lang geen suiker meer in mijn thee doe,
maar fijn dat hij er aan dacht.
‘De factuur zit er bij en
je mag een fles wijn ophalen’, zei hij. Het speet hem dat ik 1650 euro moet
betalen voordat ik in de woning mag trekken en dat ik een fles wijn cadeau
kreeg terwijl ik niet drink.
Het was gezellig, maar toen
ik achterop die scooter zat, voelde ik me helemaal niet op mijn gemak, een beetje
uit balans en niet veilig, alsof ik er van de een op de andere moment af kon
donderen. Eerst vroeg ik me af waar ik mijn voeten moest laten en daarna vroeg
ik me af of ik maar gewoon mijn armen om hem heen moest slaan, al voelde dat
een beetje raar. Voor hem was het niet raar, op zijn scooter door de stad rijden,
met een vreemde vrouw achterop, dat deed hij natuurlijk elke dag. ‘Je kan
vasthouden aan die beugels daar achter.’ Aha. Daar was dus over nagedacht.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten