woensdag 20 april 2016

Een mooi moment met een klein mens


Ik was er nog maar net. Of ik kon helpen met een tent bouwen. Natuurlijk. We bouwden in de woonkamer een tent van lakens die we over de banken en lampen spanden en zetten het laken vast met knijpers zodat de tent niet in elkaar zou zakken. Hij liet me zien waar de deur en de ramen waren.
We brachten er twee krukjes heen die dienden als tafeltjes en zorgden met wat elektrische kaarsjes voor een gezellige sfeer. We hadden er vier tevoorschijn getoverd. De helft werkte niet, maar dat maakte hem niet uit.
Ik kroop alvast de tent in en nam plaats op de bank. Hij liep nog wat heen en weer. Er moest natuurlijk wat speelgoed mee in de tent: zijn pacman poppetje, dat net een papieren spookje die hij zelf in elkaar had geknutseld op had gegeten en een hondje dat muziek maakte als je op een knopje drukte en dan op de maat van de muziek met zijn oren wapperde. Het was een heel vrolijk deuntje. Ook een pinball spelletje moest mee. 'Maar dat kunnen jullie niet met zijn tweeën spelen', zei zijn moeder en ze wees op de kast met gezelschapspelletje.


Samen keken we in de kast. Het spel mocht niet te lang duren want over een half uurtje moest hij al weer naar bed. Hij had zijn pyjama al aan dus dat scheelde. Het werd vier op een rij. De eerste keer won hij. 'We spelen het 3 keer en dan hebben we een echte winnaar', stelde ik voor. Daarna won hij niet meer. 'Het is tijd om naar boven te gaan', zei ik, maar hij vroeg of we nog een potje konden spelen. Vooruit. We speelden nog een potje dat bestond uit drie spelletjes en ik deed alsof ik de laatste keer niet had gewonnen, dus won hij. Hij blij. 'Nu gaan we echt naar boven.'






Na het tandenpoetsen wou hij nog even worstelen op bed. 'Dat doe ik met mijn vader ook altijd'. Natuurlijk bepaalde hij de regels. Het kwam er op neer dat hij alles mocht en ik niks. 'Kunnen we het wel wat rustig aan doen? Ik heb na die laatste keer op de trampoline nog pijn aan mijn knieën.' Ik stroopte daarna met pijn en moeite mijn strakke broek op want hij wou de korsten natuurlijk zien. We zouden het rustig aan doen.











Het was zijn feestje. Ik stelde maar één regel op. Het was 20:15 uur. 'Als de klok op 20:20 uur staat gaan we naar boven en dan ga je naar bed. We hebben dus 5 minuten om te worstelen.' Ik wist niet hoe goed het zou werken. Het was een experiment. Tot mijn aangename verrassing bleek dit een duidelijke regel te zijn. We wierpen beurtelings een blik op de klok.
Na een tijdje zei niet ik maar  hij: 'Het is 20:20 uur' en hij had gelijk. Het was lachen, gieren, brullen toen ik hem ondersteboven naar boven droeg en hem zo op zijn bed liet rollen.



Zijn zolderkamertje was door de avondzon bloedheet geworden. Ik deed een raampje open en de ventilator aan op de hoogste stand. Frisse lucht kwam de kamer binnen gestroomd en circuleerde door de ruimte. Veel beter zo. Maar door het openstaande raam viel het licht nu ook van alle kanten de kleine ruimte binnen. Ik had er alle begrip voor dat hij tijd probeerde te rekken. De dag was nog zo jong!

Ik keek nog even zijn kamertje rond. 'Wat heb jij veel speelgoed!' Ik zag allerlei variaties van puzzels en van alles wat beweegt en en vervelende geluidjes maakt bij het drukken op de knopjes.
'Tijd voor een verhaaltje. Wat wil je dat ik voorlees?' Ik las wat titels op van de vele boeken die rond zijn bed stonden uitgestald in allerlei verschillende kastjes en op allerlei plankjes, maar die vond hij allemaal niet leuk.

Hij wist precies wat hij wilde. De vorige keer gingen we op zoek naar beesten in het Grote Beestenboek maar nu koos hij er voor om op zoek te gaan naar Sinterklaas. Dus we zochten naar Sinterklaas op elke pagina. De pagina's waren voornamelijk gevuld met zwarte pieten en Sinterklaas vinden bleek, ondanks het grote kleurcontrast, een ware uitdaging te zijn. Toen ik de enerlaatste pagina omsloeg was ik erg verbaasd. De laatste pagina was gevuld met wel 20 Sinterklazen. Hij wees me de 'echte' Sinterklaas aan en vertelde hoe je hem kon herkennen. 'Die andere zijn allemaal nep'.











Dat was het einde van onze zoektocht naar Sinterklaas.'Wil je nu nog een boek lezen met een echt verhaal? Dit was een kijkboek.' Natuurlijk wou hij dat. Alles is beter dan slapen, terwijl de zon nog aan de hemel prijkt en ik gaf hem groot gelijk.


Hij twijfelde maar koos uiteindelijk voor 'Barbapapa redt de dieren' en ik maakte daardoor voor het eerst echt kennis met de Barbapapa familie die ik natuurlijk weleens eerder gezien heb en waar ik natuurlijk weleens over had gehoord. Ik wist echter niet zo goed wat ik moest verwachten.









Barbamama en Barbapapa met onder andere Barbabella en Barbabenno, wat een grote familie, die van vorm konden veranderen, gingen de dieren redden die op allerlei manieren in gevaar werden gebracht door de mensen op aarde.









'I will keep you safe'


Alle dieren mochten in de schuilplaats van de Barbapapa familie verblijven. Wat waren ze goedaardig! Dit bood ze bescherming tegen de jagers die op jacht waren naar vlees en vachten en ivoor en de vissers met hun netten en hun speren.




De schuilplaats bleek echter niet genoeg bescherming te bieden! Het bood wel bescherming tegen de jagers en de vissers maar niet tegen de stank en het grijs dat veroorzaakt werd door de olieraffinaderij.
Dus besloot de Barbapapa familie een grote raket, geen ark maar een raket dus, te bouwen en vertrokken zij met alle dieren naar de groene planeet.








Maar toen misten de mensen alle dieren en de planten op aarde opeens. Ze besloten de aarde op te ruimen en er voor te zorgen dat de aarde weer groen werd in plaats van grijs en besloten nooit meer op dieren te jagen.






Barabenno zag door zijn telescoop dat de aarde ook weer groen was. Ze konden terug naar huis en iedereen was weer blij.










'Mooi boek', zei ik. 'Dat andere boek vind ik wel zieliger. Dan gaat het huis kapot gaat', zei hij.

'Slaap lekker. Ik zit op de trap beneden als je me nog nodig hebt.'
Terwijl ik op de trap zat hoorde ik de geluiden die via zijn dakraam binnen kwamen van mannen die buiten voetbal speelden. Ik vroeg me af hoe hij op deze manier in slaap kon vallen.
Toen hoorde ik zijn stem: 'Oppas?' De vraag was of ik het raam dicht kon doen en de ventilator uit. 'Krijg je het dan niet warm', vroeg ik bezorgd. 'Nee hoor', zei hij. 'Ok welterusten!' Ik keerde terug naar mijn plekje op de trap waar ik zou wachten totdat hij in slaap viel. Ietsjes later klonk weer, maar voor de laatste keer, zijn stem: 'Oppas, als ik later groot ben, dan wil ik gaan werken in een speelgoed winkel.'


De tent. Hij sliep, maar rustig TV kijken was voor mij onmogelijk want we hadden beloofd de tent niet te slopen.

Het verhaal gaat verder


Geen opmerkingen:

Een reactie posten