woensdag 20 april 2016

Wat een nachtmerrie...

Ik schrok op uit mijn rust en mijn gedachten en snelde naar boven zonder te weten waar het geluid precies vandaan kwam.Terwijl ik de trap op rende werd het gekrijs en gehuil steeds luider. Het waren te veel treden en het duurde te lang voordat ik boven was. Toen ik dacht - ik ben er- volgde er nog een trap.

Ik kwam de kamer binnen stormen. Hij lag in zijn bed. Hij had het dekbed blijkbaar van zich afgetrapt want dat lag op het voeteinde. Krokodillen tranen rolden over zijn wangen en hij bleef  'Ik wil naar papa!' herhalen. 
Ik probeerde hem, door hem over zijn rug te aaien en rustig toe te spreken, te troosten en te kalmeren, maar hij deinsde terug bij mijn aanraking en reageerde niet op mijn stem. Hij was doorweekt van het zweet. Ik schrok. Ik probeerde hem aan te kijken maar het was alsof hij mij niet zag, haast alsof ik er niet was. Of hij was er niet. 

Hij huilde nog steeds. Ik probeerde contact te maken en hem te bedaren. 'Wat is er aan de hand?' probeerde ik. 'Had je het warm?' 'Heb je een nachtmerrie gehad?' Geen reactie. Niks. Hij wou nog steeds naar papa, maar ik kon niet toveren. 'Wil je een beetje water?' 

Eindelijk een reactie waaruit ik iets kon op maken. Om water te halen moest ik helaas weer alle trappen af. In de badkamer lag er geen beker. Het leek ontzettend ver weg terwijl ik hem niet alleen wilde laten. Terwijl ik dat huilen van hem niet kon verdragen.

'Wil je mee lopen naar beneden', probeerde ik. Misschien zou hij op de bank kunnen slapen. 'Nee ik wil alleen zijn!' Ik snelde naar beneden. Het vinden van een beker duurde even. Ik taste in het donker wat in de kastjes omdat ik de schakelaar niet had kunnen vinden. Terwijl ik de trap weer oprende zwelde het geluid van zijn verdriet en paniek weer aan.

Ik zette de beker neer op een plankje, waar het onaangetast bleef staan. Hij lag in feutushouding op zijn bed en snikte. 'Doe de ventilator uit.' Ik wierp een blik op het apparaat dat ik eerder had uitgedaan. 'De ventilator staat uit.' Hij was eindelijk tot rust gekomen. 'Ik hoorde de ventilator', mompelde hij. Ik zag dat zijn ogen dicht vielen. Zijn ademhaling werd zwaarder. Terwijl hij steeds zwaarder ademde voelde ik de paniek die ik blijkbaar met hem gedeeld had weg-ebben. Ik voelde het kloppen van mijn hart vertragen en ik kon weer rustiger adem halen.
Het was waarschijnlijk gewoon een nachtmerrie geweest waar hij niet meteen uit had kunnen ontwaken.

Zijn voetjes rustten tegen mijn been. Ik bleef een tijdje zitten totdat ik zeker wist dat hij sliep en sloop toen voorzichtig weg. Ik was opgelucht en blij. Het was haast alsof hij niet wakker was geweest. Hij sliep weer net zo rustig als voorheen.





Geen opmerkingen:

Een reactie posten