zondag 19 juni 2016

Een hele mooie dag voor een wandeling!


Voordat ik uit huis ging at ik een stukje chocola. Ik staarde in mijn lege koelkast. Het was niet alsof ik een keuze had. Ik ging de straat op en belde eerst aan bij een meisje dat blijkbaar mijn ovchipkaart had gevonden. Toen ik wakker werd ontdekte ik namelijk een berichtje op facebook. Mijn ovchipkaart was gevonden. O, die was ik blijkbaar weer verloren. Maar de mensheid is goed en dat zal ik altijd blijven geloven.


Ik had nauwelijks iets in huis dus nu moest ik ontbijt kopen op straat. Dan moest ik maar naar mijn favoriete bakker om de hoek gaan, he-laas, wat ver-ve-lend. Maar ik moest wel, ik had toch gen keuze? Het moest maar.
Op het moment dat ik de bakker binnen kwam had er een man in de rij gestaan. Ik twijfelde echter of hij in de rij stond en was voor hem gaan staan. Toen ik merkte dat hij wel degelijk in de rij stond draaide ik me naar hem om. 'Sorry meneer, U was eerst' Maar hij zei dat het geen probleem was. 'Ga maar voor', dus dat deed ik. De man achter de toonbank sprak me hier echter op aan.  'Hij is eerst', zei de man op een strenge toon. De man achter mij zei als reactie daarop iets in het Marokkaans en toen was het goed en mocht ik voor gaan.

Ik kocht, voor de verandering, een Marokkaanse pannekoek die ik altijd koop en een flesje verse sinaasappelsap. 'Mag ik een van die?'. Omdat ik de naam altijd vergeet en ook niet weet hoe ik het uit te spreken wees ik het aan.  Met mijn pannekoek en mijn flesje sinaasappelsap in de hand ging ik op pad, voor een wandeling door de stad. Ik had het toch een hele tijd niet gegeten en genoot van elke hap en likte mijn vingers daarna af. Het is geen gezond ontbijtje. Het is vettig maar lekker. Wat een goed begin van de dag!




Een donkere man in een rollator reed de stoep op. Ik keek hem aan en we lachtten naar elkaar. Ik twijfelde of ik hem een fijne dag moest wensen of misschien een  fijne vaderdag, maar dat deed ik niet. Ik lachte alleen maar, soms is lachen genoeg, en liep verder richting de stad. Het was echt een hele mooie dag. De zon scheen.

Een oudere man, die mijn opa had kunnen zijn, dook voor mij op en wenste me een hele fijne vaderdag. Ik wenste hem een fijne vaderdag. 'Ik ben geen vader! Fijne vaderdag meneer'. Maar je hebt wel een vader toch' vroeg hij. Dat was zeker waar. 'Ga je geen cadeautjes voor hem kopen?' Ik zei van niet en legde uit dat mijn vader op Curacao woont. Er verscheen een lach op zijn gezicht. 'O, Antiano bo ta', vroeg hij (Oh, ben je Antilliaan?). Voordat we verder konden praten ging zijn telefoon. Ik wist niet of ik nu verder moest lopen of moest blijven staan. Ik bleef staan. Hij sprak even aan de telefoon en keek me toen aan en wenste me een fijne dag en zei 'Te otro biaha (Tot de volgende keer)'  Ok tot de volgende keer meneer en ik liep verder.

Ik had zo'n 7 minuutjes gelopen en was nu echt bijna in de stad. Een man stond tegen een muurtje geleund en keek me aan. Ik lachte naar hem. 'Je bent echt zo mooi', zei hij. In deze trui, dacht ik, en met deze slaperige kop? Ik begreep het niet maar ik zei 'dankjewel', lachte weer naar hem en liep verder.

Nu was ik echt in de drukte van de Haagse stad beland. Ik wandelde door de mensen in verschillende kleuren, in verschillende kleding, met verschillende haren, met verschillende etniciteiten en met verschillende culturen en verschillende verhalen en ving gesprekken op in verschillende talen. Ik genoot van de diversiteit waarmee ik omringd werd. 'Waarom zou iemand in Den Haag gaan wonen?', vroeg een vriend, uit Utrecht en in Utrecht wonend, mij laatst. Wandelend door en genietend van Den Haag, beantwoordde ik voor mezelf deze vraag. 




Ik maakte oogcontact met verschillende mensen. Ik lachte naar een oud mevrouwjte en zij lachtte terug en het verwarmde mijn hart en toen liep ik lachend verder. 


Ik voelde me een toerist in eigen stad. Ik ontdekte kleine en bijzondere winkeltjes en restaurantjes die ik nog nooit eerder gezien had, proefde van een afstand van de gezelligheid op de terrasjes en ging een winkel binnen die ik nog nooit eerder had durven betreden. Ik verliet de winkel snel toen ik ontdekte dat een sportbeha 50 euro kostte. Zie je wel, 50 euro voor een sportbeha. 50 euro voor een sportbeha? Ik begrijp dat niet en liep verder.


Ik liep langs een nieuwe zaak. Het was een friettent en er stond een hele rij mensen. Die mensen stonden in een rij te wachten om friet te bestellen. Ze stonden dus in de rij voor friet? Voor friet? Ik begreep het niet. Ik keek een man zonder dat ik er erg in had een beetje raar aan en liet de rij mensen vervolgens staan en liep verder.








Ik liep stapje voor stapje, zonder haast en ik keek om me heen. Waarom niet? Het was een zondag, vaderdag,  een hele mooie dag voor een wandeling, en de zon scheen.










Een man met grijs warrig haar in een knotje gebonden reed langs op zijn fiets. Hij stopte en keek me aan. Ik keek hem aan. 'Wat heb jij mooi haar! Wil je ruilen?' Mijn haar zat ook in een knot en was niks bijzonders. ' Beautiful', zei hij. Ik bedankte hem en ik moest lachen. Iets later kwam ik hem weer tegen. 'Dan moet je niet weer langskomen', zei hij 'de derde keer ga ik je gijzelen. Dat doe ik.'  Ik schoot weer in de lach en besloot bij die laatste opmerking maar heel veel korreltjes zout te nemen. 




Toen liep ik weer verder en besloot hem voor de zekerheid maar niet meer tegen te komen. Er waren bijna twee uurtjes voor bij gegaan en het was tijd om weer naar huis te gaan. Ik liep door en staarde door een raam. En ik zag zand in een raamkozijn. Zand in een raamkozijn? En een kat. Ik speelde vanaf een afstand met de kat die kopjes gaf aan het raam dat waarschijnlijk warm was. Zand in een raamkozijn...Ik kon niet bekijken of de vloer in huis ook onder het zand zat doordat het gordijn gesloten was. Het leek wel reclame voor iets en de kat genoot er blijkbaar van en trippeltrappelde door het zand maar ik begreep het niet.

Toen herinnerde ik weer dat ik eigenlijk uit huis vertrok om naar de supermarkt te gaan. Boodschappen doen is soms zwaar en vandaag was zo'n dag waarop het zwaar was. Ik was met een zwaar hoofd wakker geworden, de wandeling had me goed gedaan maar nu leek het weer alsof mijn hoofd zou ontploffen. Daarnaast voelde ik me misselijk en de gedachte aan eten deed mijn maag draaien. Op zieke, zwakke of misselijk momenten wens ik altijd dat er iemand was die voor mij naar de supermarkt kan gaan. Op zulke momenten is het wat minder fijn om op jezelf te wonen en voor jezelf te moeten zorgen. Soms wil je niet voor jezelf zorgen.


Maar het was tijd om wat boodschappen te doen. Het was tijd om onder andre een fles melk te kopen en hopelijk zou het deze keer niet bederven. Er stond een oud mannetje van Arabische afkomst te treuzelen voor de koeling. Hij stapte opzij om mij er bij te laten. 'Waar bent u naar op zoek?', vroeg ik. 'Wat is de prijs van deze melk', vroeg hij. Ik vertelde hem de prijzen van de twee pakken melk die hij in zijn hand had en wees op de pak die goedkoper was. 'Deze is goedkoper.'  'Deze is dus goedkoper', mompelde hij en koos toen voor het goedkoopste pak melk en legde de andere weer terug. Zijn stem klonk bekend maar misschien was het niet dezelfde man die me al eerder een keer de prijzen van verschillende producten in de supermarkt had gevraagd. Ik was hem die dag ook verschillende keren tegen gekomen en hij had me prijzen  van verschillende producten gevraagd en had steeds de goedkoopste gekozen. Misschien was dit hem of misschien was het hem niet en leek het zo door zijn accent.


Ja moest voor mezelf zorgen en ik kan voor mezelf zorgen. Ik heb niemand nodig en uiteindelijk waren de boodschappen gedaan. De tas op mijn rug, die gedurende mijn gehele wandeling in de stad leeg was gebleven, voelde opeens zwaar. Maar ik had slechts het nodige gekocht, brood, beleg en wat fruit en groente. Maar dankzij mijn misselijkheid had ik wel geld bespaard!


Ik was nu bijna thuis. 'Dag schoonheid', zei een man in de auto. Hij was duidelijk van Indiase afkomst. Naast hem zat een meisje van ongeveer 6 jaar. Het was misschien zijn dochter of zijn nichtje? Op de achterbank zat een klein jongetje. De kinderen staarden mij aan toen de man mij aansprak. 'Hallo!', zei ik. Flirten met vreemde vrouwen met kleine kinderen in de auto? Ik begrijp dat niet. Ik liep snel verder.



Ik was eindelijk thuis. Het was tijd voor een kop cappuccino en het was tijd om aan de dag te beginnen, na een interessant rondje door de stad. Eigenlijk ging ik niet zomaar een wandelingetje maken. Ik moest naar de bibliotheek en naar de supermarkt. Ik had het overwogen om op de fiets te gaan, lekker snel, maar ik besloot te wandelen omdat het heerlijk weer was. Eenmaal bij de bibliotheek aangekomen was het boek dat ik zocht er niet maar dat maakte toen niets uit. Ik besloot nog even een rondje te lopen omdat de zon scheen en omdat het een hele mooie dag was voor een wandeling.





Geen opmerkingen:

Een reactie posten