zaterdag 18 juni 2016

Sempre la stessa storia

Ik liep de gang op en opende de deur, maar in mijn gedachten negeerde ik de bel en liet ik hem buiten staan. Ik schuifelde voor hem uit naar mijn kamer en bleef een tijdje voor mijn deur staan. Op dit moment was het vast de bedoeling dat ik hem binnenliet. Moet het nou echt, kunnen we dit niet even op de gang afhandelen, vroeg ik mezelf af. ‘Mag ik binnenkomen?’, vroeg hij. ‘We moeten praten.’, daar vreesde ik al voor. Zo ging het dus altijd. Hij was niet simpelweg gekomen om de spullen die ik in zijn kamer had laten liggen aan mij te overhandigen. There comes the drama, dacht ik. Hij deed heel geheimzinnig en leek wat nerveus. Ik wou de zak aannemen die hij in zijn hand had maar dit mocht nog niet. 'Daar was het nog geen tijd voor’, zei hij, met de nadruk op nog. Ik begon me zorgen te maken. Dit voorspelde niet veel goeds. Ik had al zo'n vaag vermoeden hoe dit zou aflopen. “Ik ben net bezig eten voor te bereiden”, zei ik. Dit was geen leugen maar een smoesje om weg te vluchten. Ik vluchtte naar de keuken. ‘Ik wacht wel.’, zei hij. Ja natuurlijk zou hij wachten. Ik warmde mijn eten op en bleef ondertussen in de woonkamer rondhangen en luchtte mijn hart bij mijn huisgenoten. Ze wensten me succes toen ik met tegenzin terugkeerde naar de kamer. Daar zat hij. Hij was precies hetzelfde als toen ik hem had leren kennen maar nu was hij niet de vrolijke jongen maar de verdrietige en nerveuze jongen die ik van hem gemaakt had. Ik voelde me schuldig maar ik voelde me vooral geïrriteerd. Waarom deed hij dit? Waarom kwam hij hier om mij mezelf slecht te laten voelen over wat ik hem had aangedaan door trouw te zijn aan mijn gevoelens, die ik niet kon veranderen. Medelijden houdt een relatie niet staande. Als ik een les heb geleerd, is het dat wel. Hij reikte mij de zak aan. Dit was geen zak gevuld met de spullen die ik in zijn kamer had laten slingeren. Ik zag een heleboel cadeautjes liggen in blauw inpakpapier. Ik beleefde een dejavu. Dit zouden weer nieuwe herinneringen zijn aan een gebroken hart. Een hart dat ik had gebroken. Geweldig. Hier zou ik vannacht heerlijk door slapen en bij het drinken van een kopje thee in het mokje dat ik van hem heb gekregen zou ik verplicht aan hem moeten denken. Daarna zei hij tegen mij dat hij het liefst niks van mij in zijn kamer wilde hebben omdat dat hem aan mij herinnerde. Wat ironisch. Ik heb het weer mooi voor elkaar. Zijn ogen werden glazig en zijn stem werd nog hoger dan normaal. Wat irriteerde ik me de laatste tijd aan die stem. Ongelofelijk dat ik het zo’n lange tijd heb aangehoord zonder me eraan te storen, behalve aan de telefoon dan, want wat bleek: Dat hij ontzettend hield van bellen en wat heb ik daar toch een hekel aan. Ook bombardeerde hij me met chocola, melk of wit maar niet puur, mijn favoriet en de gezondste soort. Zoals de meeste vrouwen let ik wel een beetje op mijn lijn, meer af dan toe dus echt blij werd ik niet van een gigantische chocoladereep en een grote zak M&M’s . Zo goed kende hij me dus. Wat hij niet weet is dat ik, zodra hij de deur uit was, al het chocola oppakte en naar de keuken meenam. Mijn huisgenoten zouden vast wel blij zijn met een stukje overheerlijke chocola. Hij greep mijn hand vast en bleef een vinger vasthouden. De rest van mijn hand had ik losgetrokken. Ik gaf hem daarmee de mogelijkheid om dramatisch te zijn. En zo dramatisch als het maar kon 'liet hij mij gaan'. Ondanks dat 'hij mij liet gaan' bleef hij nog even zitten. Ik wist niks meer te zeggen, behalve dat het me speet. Ik worstelde met mijn gevoelens, geen van allen positief. ‘Ik zal met je meelopen naar de deur.’ Hij wilde niet weg. ‘Je moet nu echt gaan.’ Je kan dus zeggen dat ik hem letterlijk de deur uitduwde. Wat ben ik toch gemeen. Dat zeggen ze allemaal. Maar dit heeft hij toch echt zelf gedaan en ik ben er klaar mee. Ik ben het gewoon spuugzat. Steeds weer hetzelfde verhaal.



-In 2011-

Geen opmerkingen:

Een reactie posten